Actuele retro op Film Fest Gent

Naast een vooruitblik op aankomende bioscooptoppers en een selectie nieuwe parels die geen Belgische distributie hebben kunnen versieren, biedt Film Fest Gent ook een blik op de filmgeschiedenis, met klassiekers à la VERTIGO, met een Hongaarse retrospectieve en met enkele documentaire over filmprofessionals.

Festivals zoeken doorgaans gretig naar nieuwe, nog onbekende parels of het recentste werk van gevestigde waarden. Daarnaast blijven vele van hen een belangrijke rol spelen in het verspreiden en levendig houden van films die al enkele decennia op de teller hebben staan. De huisbioscoop kan – in al zijn facetten van VoD tot fysieke dragers – een paradijs zijn voor wie klassiekers opnieuw tegen het licht wil houden en tot nog toe miskende films wil ontdekken. Toch zijn ook festivals nog van belang, niet alleen omdat films daar nog (enkele malen) op het grote scherm kunnen worden geprojecteerd, maar ook omdat hun evenementiële én gecureerde karakter de aandacht kan grijpen en nieuwe inzichten kan aanreiken.

Aandacht schenken aan een gastland is een beproefd recept, zoals Film Fest Gent (9-19 oktober) nu doet met Hongarije, vooralsnog een Europees land. Naast een selectie recente Hongaarse films is er de tweelingkomedie MY TWENTIETH CENTURY (1989) van Ildikó Enyedi, die vorig jaar nog haar Gouden Beerwinnaar On Body and Soul naar Gent afvaardigde, maar vooral ook een retrospectief luik rond de Hongaarse modernist Miklós Jancsó (1921-2014). Met zijn langdurige shots in een uitgekiende, complexe mise-en-scène en zijn voorkeur voor historische onderwerpen is hij duidelijk een inspiratiebron voor Hongaarse filmers van de volgende generaties Béla Tarr en László Nemes (wiens nieuwste film Sunset onlangs in Venetië en Toronto in première ging). Via een vijftal titels met onder meer doorbraakfilm THE ROUND-UP

Festivals zoeken doorgaans gretig naar nieuwe, nog onbekende parels of het recentste werk van gevestigde waarden. Daarnaast blijven vele van hen een belangrijke rol spelen in het verspreiden en levendig houden van films die al enkele decennia op de teller hebben staan. De huisbioscoop kan – in al zijn facetten van VoD tot fysieke dragers – een paradijs zijn voor wie klassiekers opnieuw tegen het licht wil houden en tot nog toe miskende films wil ontdekken. Toch zijn ook festivals nog van belang, niet alleen omdat films daar nog (enkele malen) op het grote scherm kunnen worden geprojecteerd, maar ook omdat hun evenementiële én gecureerde karakter de aandacht kan grijpen en nieuwe inzichten kan aanreiken.

Aandacht schenken aan een gastland is een beproefd recept, zoals Film Fest Gent (9-19 oktober) nu doet met Hongarije, vooralsnog een Europees land. Naast een selectie recente Hongaarse films is er de tweelingkomedie MY TWENTIETH CENTURY (1989) van Ildikó Enyedi, die vorig jaar nog haar Gouden Beerwinnaar On Body and Soul naar Gent afvaardigde, maar vooral ook een retrospectief luik rond de Hongaarse modernist Miklós Jancsó (1921-2014). Met zijn langdurige shots in een uitgekiende, complexe mise-en-scène en zijn voorkeur voor historische onderwerpen is hij duidelijk een inspiratiebron voor Hongaarse filmers van de volgende generaties Béla Tarr en László Nemes (wiens nieuwste film Sunset onlangs in Venetië en Toronto in première ging). Via een vijftal titels met onder meer doorbraakfilm THE ROUND-UP (1966) en RED PSALM (1972) focust Film Fest Gent op Jancsó’s vroege periode, waarin zijn revolutionaire geschiedenissen en virtuoos draaiende camerabewegingen het toenmalige politieke klimaat uitademen.

Behalve dit Hongaarse programma selecteerde Film Fest Gent enkele filmhistorische documentaires die de cinefiel niet links kan laten liggen. LOVE EXPRESS: THE DISAPPEARANCE OF WALERIAN BOROWCZYK probeert te achterhalen wat er gebeurde met de carrière van Jancsó’s Poolse generatiegenoot Borowczyk, die overging van provocatieve nieuwlichter naar filmer van softporno en vervolgens de vergetelheid in sukkelde. Over de deze zomer een eeuw geleden geboren Ingmar Bergman wordt veel minder gevraagd of hij nog wel voor ons geestesoog verschijnt (hoewel …). BERGMAN: A YEAR IN A LIFE vertrekt bij het jaar 1957, toen Bergman zich de geschiedenisboeken in filmde met Het zevende zegel en Wilde aardbeien, om de Zweedse regisseur te gedenken in een ode met enkele kritische noten. In haar LIVING THE LIGHT - ROBBY MÜLLER schetst Claire Pijman het 'levenswerk met licht' van de afgelopen juli overleden Nederlandse director of photography Müller via filmfragmenten uit zijn oeuvre, zijn bijna dwangmatig gefilmde homevideo’s en interviews met onder anderen Jim Jarmusch en Wim Wenders. Tot slot koos Film Fest Gent uit het immense aanbod nog twee acteursportretten: JANE FONDA IN FIVE ACTS en MCKELLEN: PLAYING THE PART. Die laatste toont dat de Britse acteur Ian McKellen meer op zijn erelijst heeft staan dan de rollen waarvoor hij tegenwoordig bekend is, Magneto in de X-Men-franchise en Gandalf in de The Lord of the Rings-trilogie. Een beetje publieksopvoeding is Film Fest Gent niet vreemd.

Eerder lichtten we ook al het Midnight Cult-parcours op Film Fest Gent toe, zie hier.

BEELD: LIVING THE LIGHT - ROBBY MÜLLER, met links Dennis Hopper en rechts Robby Müller

Geschreven door BJORN GABRIELS
 
onomatopee