Adieu acteur Mickey Rooney

Het doek is gevallen over het lange en zeer productieve filmleven van de legendarische all-round performer Mickey Rooney. Geboren in Brooklyn, New York, op 23 september 1920 als Ninian Joseph Yule, Jr. is de filmwereld uiterst dankbaar voor het uitzonderlijke talent dat de acteur tot zijn 93ste aan de slag kon en wilde blijven, en uiteindelijk begin april jl. in North Hollywood een natuurlijke dood is gestorven.

De carrière van Mickey Rooney (1920-2014) omvat bijna een heel mensenleven want toen hij nauwelijks anderhalf jaar was, maakte hij al deel uit van de vaudeville act van zijn ouders. Op zijn zesde maakte hij zijn eerste stomme shorts en pakweg een decennium later speelde hij de rol van Andy Hardy in A Family Affair (1937), de eerste film van een reeks die zou uitgroeien tot een van de meest succesvolle filmseries uit de Amerikaanse filmgeschiedenis. De rol van Andy Hardy zou hem razend populair in de VS maken. In die films werkte hij zich meestal in de problemen omwille van geld of meisjes, waarna een gesprek volgde tussen vader en zoon (personages van Judge Hardy en zoon Andy) zodat hij tegen het einde van de film de juiste beslissing kon nemen, helemaal conform de normen en waarden kenmerkend voor de familiefilms van MGM. De reeks begon met A Family Affair (1937) en eindigde met Love Laughs at Andy Hardy (1946, 14de film), alle met Mickey Rooney als Andy Hardy en, ofschoon de reüniefilm Andy Hardy Comes Home (1958) geen deel uitmaakte van de serie, hernam Rooney nog wel zijn rol van het hoofdpersonage.

Van bij de tweede Andy Hardy-film, You’re Only Young Once (1938), werd de cast van de eerste film lichtjes gewijzigd; Lionel Barrymore werd vervangen door Lewis Stone als Judge James K. Hardy (de vader), Spring Byington maakte plaats voor Fay Holden as Mevr. Hardy, en Ann Rutherford verving Margaret Marquis als Andy Hardy’s jeugdvriendin Polly Benedict. Andere terugkerende personages waren onder anderen Marion Hardy (dochter van de Judge), gespeeld door Cecilia Parker, en Sara Haden als Aunt Millie. Judy Garland was te zien in drie films, telkens als Rooney’s buurmeisje Betsy Booth. De Andy Hardy-films waren trouwens een opportune springplank voor andere jongeren die nadien van zich zouden laten horen, zoals Lana Turner (Love Finds Andy Hardy (foto), 1938), Kathryn Grayson (Andy Hardy’s Private Secretary, 1941), Esther Williams (Andy Hardy’s Double Life, 1942) en Donna Reed (The Courtship of Andy Hardy, 1942). “De Hardy’s stelden het ideale gezin voor,” vertelde MGM-actrice Ann Rutherford (1917-2012) en Rooney’s tegenspeelster in de reeks in 2002 aan ondergetekende. “Lang voordat iedereen dacht dat echtscheiding alle problemen zou oplossen. Mensen hadden een heel andere ingesteldheid en waren geduldiger. Ik groeide op met mijn grootmoeder en van haar wijsheid heb ik heel wat meegedragen. Haar commentaar op anderen was bijwijlen zeer amusant, zoals: Well, he’s just as handy as a pocket in a shirt of he just thinks he’s so many. Toen waren er nog geen babysitters; wij hadden een grootmoeder. Het is precies die zekerheid die je in de Andy Hardy-films kon terugvinden. We keerden altijd naar huis terug, naar moeder. Bij problemen… she’d kiss and make it better and fix the booboo.”

In het begin van de serie was Mickey Rooney een tiener van amper 17, “Maar al snel had hij de teugels mee in handen,” aldus Ann Rutherford. “Hij gaf aanwijzingen aan de regisseur en op de set coachte hij iedereen. Hij was altijd een fantastisch acteur, maar ik ben ervan overtuigd dat hij nog een veel beter regisseur zou zijn geweest. Tussen de opnames door mocht hij altijd screentests maken met jonge acteurs, anders begon hij zich te vervelen. Je moest eens zien hoe hij daar als jonge snaak een scène kon regisseren. Niemand kon het instinctief zo goed aanvoelen als hij.”

“Toen we die films maakten die zoveel geld voor MGM hebben opgebracht, hebben we allen met volle teugen genoten van het voorrecht dat we hadden. Je moet je voorstellen, we verdienden allemaal veel geld, we hadden een luxeleventje en we waren allemaal nog zo jong, net zoals de filmindustrie trouwens.”

Gelukkig voor Mickey Rooney bleef het aanbod van rollen niet beperkt tot Andy Hardy. Voor een acteur met zijn capaciteiten had zulk een rol mettertijd allicht een verstikkend effect; Andy Hardy was hem enerzijds als het ware wel op het lijf geschreven, maar was anderzijds té beklemmend voor zo’n energieke spring-in-het-veld. Hij moest méér hebben, en, gelukkig maar, hij kreeg het ook. Louis B. Mayer erkende zijn energieke en jongensachtige spontaniteit en zijn hartverwarmend enthousiasme wat van hem in een mum van tijd een razend populair tieneridool maakte. Hij kon evenzeer diepgaande en veeleisende rollen spelenderwijs aan, zoals zijn onvergetelijke interpretatie van Whitey Marsh, de jonge delinquent die speciale aandacht krijgt van Spencer Tracy in Boys Town (1938), zijn aanstekelijke creatie van Thomas Edison in Young Tom Edison (1940), of de legendarische reeks musicals aan de zijde van Judy Garland.

Ze speelden samen in enkele Hardy-films (Love Finds Andy Hardy, 1938; Andy Hardy Meets Debutante, 1940 en Life Begins for Andy Hardy, 1941), maar hun musicals zoals Babes in Arms (1939), Strike Up the Band (1940), Babes on Broadway (1941) of Girl Crazy (1943) deden Hollywood werkelijk op zijn grondvesten daveren. Het onschuldige en spontane samenspel tussen hen beiden, de muziek, de choreografie (signatuur van Busby Berkeley), àlles zat mee om er telkens opnieuw een denderend spektakel van te maken. Ook hun danstechnieken beheersten ze volkomen, instinctief en intuïtief, ofschoon hij dan wel geen Fred Astaire was en Judy Garland niet kon tippen aan Eleanor Powell - so what. De films werden nog gekenmerkt door een dunne en doorzichtige verhaallijn, naïeve plots en films zonder enige boodschap (tenzij het patriottisch tintje om de verkoop van oorlogsobligaties te stimuleren), maar het entertainmentgehalte was eindeloos en feilloos. Hollywood was zelden zó goed: de lat lag hoog, maar het doel werd bereikt. Elke film had verscheidene muzikale hoogtepunten en ze maakten keer op keer duidelijk welke perfecte ‘match’ ze beiden op het witte doek vormden. Voor Babes in Arms (1939) kreeg Mickey Rooney zijn eerste van vier Oscarnominaties en hij werd meteen de eerste tiener om in de categorie van beste acteur te worden genomineerd. Bovendien deelde hij datzelfde jaar met actrice Deanna Durbin een jeugd-Oscar, met als inscriptie ‘for their significant contribution in bringing to the screen the spirit and personification of youth, and as juvenile players setting a high standard of ability and achievement.’

Tijdens de Tweede Wereldoorlog onderbrak hij zijn acteurscarrière en bracht hij als entertainer in totaal 21 maanden bij de Amerikaanse soldaten door, zowel in de VS als in Europa. Zijn eerste huwelijk in 1942 (het eerste van in totaal acht) met de toen nog volslagen onbekende actrice Ava Gardner stuitte op fel protest bij zijn werkgever - het was alsof Mickey Rooney niet mocht opgroeien en het was ongepast dat de echte Andy Hardy zou trouwen. Toen het huwelijk ruim een jaar later al op de klippen liep, was de spanning op de werkvloer te snijden. Zijn levensstijl was niet langer conform het plaatje van Andy Hardy, hij had een ongeschreven gedragscode overschreden (Gardner schreef later ook nog dat ze niet paste in zijn wereld van drank, vrouwen en golf). Het talent van een meesterlijk acteur dreigde verloren te gaan, wat Mickey Rooney dan ook grotendeels is overkomen.

In de daaropvolgende jàren speelde hij vaak in minderwaardige films en tv-producties, zijn talent onwaardig. Slechts nu en dan kon men opnieuw een glimp opvangen van zijn superieur en aangeboren talent, afhankelijk van het aanbod en dan slechts in tweedeplansrollen, zoals Audrey Hepburns buurman in Breakfast at Tiffany’s (1961), in Stanley Kramers komedie It’s a Mad, Mad, Mad World (1963) of als de integere paardentrainer in The Black Stallion (1979), wat hem een oververdiende Oscarnominatie voor zijn bijrol opleverde (zijn andere nominaties dateren uit 1943 voor zijn hoofdrol in The Human Comedy en 1956 voor een bijrol in The Bold and the Brave).

De man was een geboren performer; het was voor hem een drama wanneer hij niet kon acteren. Hij verwoordde het ooit als volgt: “When I open a refrigerator door and the light goes on, I want to perform." Zó veelzeggend dat het zelfs pijnlijk wordt om het citaat te lezen. Zijn tweede Oscar mocht hij in 1983 in ontvangst nemen (for 60 years of versatility in a variety of memorable performances), in het kielzog van de hernieuwde belangstelling in hem na The Black Stallion en de wervelende theatermusical ‘Sugar Babies’ die een enorm succes werd. Toen hij de Oscar kreeg, zei hij in zijn dankspeech op een bepaald moment: “When I was 19 years old, I was the number one star of the world for two years. When I was 40, nobody wanted me. I couldn't get a job."

Uitgerekend in 1962 (hij was toen 42) werd hij voor de eerste keer bankroet verklaard; 12 miljoen dollar aan inkomsten gingen naar alimentatie voor zijn ex-echtgenotes en zijn kinderen. Maar ook tijdens weddenschappen op de renbanen verkwiste hij aanzienlijke sommen geld. Behalve de drang om te acteren, was er ook de financiële noodzaak. Hij bleef films maken, maar meestal waren ze zo onbeduidend dat hij ze zelfs niet meer kon herinneren.

Volgens een artikel in de Los Angeles Times uit 1999 is er in zijn leven ooit een periode geweest dat hij 500 dollar per nacht verdiende door zich bij privéfeestjes voor te doen als een vriend van de gastheer. Een terugkeer naar de paardenwedrennen en alcohol leidden tot een tweede persoonlijk faillissement (1996). Rooneuy leide een turbulent leven van vallen en opstaan.

Hij verklaarde later dat zijn achtste vrouw Jan (Janice Chamberlin, gehuwd in 1978) zijn redding is geweest. Zij overtuigde hem om ‘Sugar Babies’ te aanvaarden (een goede beslissing, bleek achteraf) en samen hebben ze regelmatig opgetreden met eigen shows zoals ‘Three Goats and a Blanket’ en ‘Let’s Put on a Show!’ - deze laatste verwijzend naar een zin die geregeld terugkwam in zijn filmmusicals met Judy Garland en waar tijdens de show de beste scènes uit zijn films werden vertoond, aangevuld met persoonlijke commentaar met kleurrijke anekdotes.

In de aanloop naar de Oscars van 2003 organiseerde The American Cinematheque in maart van dat jaar in Hollywood een speciale vertoning van het veelvuldig genomineerde Chicago (met in de hoofdrol Richard Gere), een evenement in het bijzijn van tal van vedetten uit de musicals van weleer, zoals Shirley Jones, Russ Tamblyn, Margaret O’Brien, Betty Garrett en Mickey Rooney. Zijn enthousiasme was altijd onverwoestbaar, daarvoor was hij bekend en werd hij geprezen, maar tijdens het gesprek dat we na afloop met hem hadden, werd pas duidelijk hoe welgemeend, hartelijk en oprecht zijn eeuwigdurende passie voor film, acteren en musicals wel was. “When I open a refrigerator door and the light goes on, I want to perform,” blijft dan toch wel even pijnlijk nagalmen in de oren.

Klein van gestalte, dat wel, maar Mickey Rooney was een gróte meneer. + 6 april

*In 1991 publiceerde Rooney met succes zijn (boeiende) autobiografie ‘Life Is Too Short’.

Geschreven door LEO VERSWIJVER
 
onomatopee