Adieu actrice Rossana Podestà

De Italiaanse Rossana (Dora) Podestà (1934 – 2013) was geen star al had zij naam en faam vooral in de jaren ’50 en ’60, ook in het buitenland, in de rol van femme fatale. In Italië zelf kreeg ze de eretitel “koningin van de peplum”.

Geboren in de toenmalige Italiaanse kolonie Libië kreeg Rosanna Podestà als 16-jarige een bijrol in het neorealistische drama Domani è un altro Giorno (1951, Léonide Moguy). In datzelfde jaar werd zij ook gecast in de succesrijke komedie met neorealistiche achtergrond Guardie e Ladri (Steno, Mario Monicelli) en in de fantasy à la Miracolo a Milano, namelijk Strano Appuntamento (Akos Hamza). En in 1951 werd ze het hoofdpersonage Sneeuwwitje in de jeugdfilm I Sette Nani alla Riscossa (Paolo William Tamburella). In 1952 werd ze ingelast in de rolverdeling van La Voce del Silenzio, een film van grootmeester G.W Pabst echter door de kritiek zonder meer als een zootje afgekraakt.

Naast nog andere vertolkingen vond haar rol als verwaarloosde dochter in het Italiaanse melodrama La Colpa di una Madre (Carlo Duse, 1952) weerklank tot in het Mexicaanse La Red (1953, Emilio Fernandez), in Cannes 1953 niet alleen goed voor de prijs voor de beeldregie (“film le mieux raconté par l'image”) maar deze tearjerker bracht ook de erotische uitstraling van Rossana internationaal onder de aandacht. Die sensualiteit bracht haar op de set van Ulisse (1953, Mario Camerini) waarin ze als Nausicaa de drenkeling Odysseus (Kirk Douglas) charmeert. Het is in de gloriejaren van de sandalenfilm, de peplum, dat Podestà haar plaats als (al dan niet) verleidster in de filmgeschiedenis weet te veroveren, met de titelrol in de Italiaanse maar internationaal “big cast”-ogende Helen of Troy (foto, 1956, Robert Wise), in supporting roles in The Fury of the Pagans (1960, Guido Malatesta), Sodom and Gomorrah (1963, Robert Aldrich/Sergio Leone), Solo contro Roma (Herbert Wise, 1962), evenals in de minder ambitieuze maar populaire La Schiava di Roma (1961, Sergio Grieco).

Eén van haar laatste rollen was in de mislukte revival van het sandalengenre, de Italiaanse Hercules (1983, Luigi Tozzi) met Hulk Lou Ferrigno in de titelrol. Vooral dankzij haar aureool van pin-up kreeg Podestà ook aanbiedingen vanuit het buitenland: de Amerikaanse Santiago (1956, Gordon Douglas), een historische avonturenfilm, zoals de Franse La Bigorne, Caporal de France (1958, Robert Darène), of L’île au Bout du Monde (1959, Edmond T. Gréville), de Franse sketchfilm Les Séducteurs (1980, Edward Molinaro, Bryan Forbes, Dino Risi, Gene Wilder). Ook in haar Italiaanse carrière werd ze hoofdzakelijk geëngageerd omwille van haar sex-appeal in zogenaamde genrefilms die Italië in de naoorlogse jaren produceerde en af en toe ook in België werden gedistribueerd: het exotische L’Arciere delle Mille e Una Notte (1962, Antonio Margheriti).

Ze was eveneens te zien in lichtvoetige policiers zoals de fortuinlijke Sette Uomini d’Oro (1965), gevolgd (niet in België) door Il Grande Colpo dei Sette Uomini d’Oro (1966, allebei van haar echtgenoot Marco Vicario); Vicario regisseerde haar ook in pikante komedies zoals Le Ore Nude (1964), Il Prete Sposato (1970) en Homo Eroticus (1971). Tot hetzelfde genre behoren onder meer L’Uccello Migratore (1972, Steno). Haar laatste rol was in het terroristendrama Segreti Segreti (1984) van Giuseppe Bertolucci.

Na haar scheiding van Vicario trok Rossana Podestà zich uit de showwereld terug. Ze vond een nieuwe levenspartner in de figuur van alpinist en explorateur Walter Bonatti. Podestà kwam een laatste keer in het nieuws in 2011 toen haar werd geweigerd om te waken aan het sterfbed van Bonatti, want ze was niet gehuwd.

Geschreven door MARCEL MEEUS
 
onomatopee