Adieu Ann Rutherford (1917-2012)

Filmactrice Ann Rutherford is op maandag 11 juni jl. op haar 94ste in haar woning in Beverly Hills overleden. Ofschoon zij in de 21ste eeuw, vooral dan naar de buitenwereld toe, ogenschijnlijk nog nauwelijks enige faam kende, haalde zij daags nadien toch de wereldpers met vaak uitgebreide en lovende artikels. Dat overkomt lang niet iedereen: achter deze dame moet dus méér schuilgaan.

En dat klopt. Zij was vooral een bekende actrice in de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw, een trouwe en solide contract player bij MGM, en door haar belangrijk aandeel in de uiterst succesvolle, sentimentele en toen al ietwat verouderde “Andy Hardy”-filmreeks ontpopte ze zich tot een regelrechte en haast onvergetelijke studio sweetheart dank zij haar rol van Polly Benedict, het standvastige en goedlachse happy-go-lucky buurmeisje van hoofdrolspeler Mickey Rooney, in 13 van de 15 films uit de reeks. Reden genoeg voor haar om tijdens de vooroorlogse Depressiejaren uit te groeien tot de ultieme personificatie (naast nog anderen, overigens) van de perfecte girl next door. Ze bleef immers stiekem wachten en hopen dat de wispelturige maar goedhartige Andy Hardy, met een uitgesproken zwak voor meisjes, bij haar zou terugkeren, ook al werd zijn hoofd tussendoor dolgedraaid door andere jonge en bevallige dames die in de reeks hun intrede deden, zoals een jonge Lana Turner, Kathryn Grayson, Donna Reed, Esther Williams of (in drie films) Judy Garland. Hij werkte zich tussendoor dan wel in de problemen (zij het in beperkte mate), maar hij luisterde steeds naar zijn vader waardoor hij keer op keer weer op het rechte pad terechtkwam. Maar de verdienste van Ann Rutherford als Polly Benedict is veel meer dan enkel maar een clichématige omschrijving van een langvergeten tweedeplansrol die ze speelde in vervlogen tijden.

Van bij het begin van haar filmcarrière, toen ze halverwege jaren 30 voor Republic een onopvallende leading lady was in B-westerns tegenover o.m. Gene Autry en John Wayne, sprong ze nadien in het oog van Louis B. Mayer die haar potentieel beter naar waarde kon schatten en haar kort nadien al langs de grote ingangspoort bij MGM binnenloodste. Rutherford, in één van de vele gesprekken met ondergetekende, zei ooit: “Mijn wedde werd al vlug opgetrokken tot 350 dollar per week [in 1937], een fortuin in die dagen, zodat ik genoeg geld opzij kon leggen om een huis te kopen voor mijn moeder en grootmoeder. Maar toen het gerucht bij MGM de ronde deed dat ik wekelijks 350 dollar kreeg, kwamen een aantal van de andere girls naar me toe. Ze begrepen niet dat ik meteen aan 350 zat, terwijl zij moesten wachten op hun verhogingen, van 50 naar 75, dan naar 100, nadien 150, enz.”

Op een dag - ze waren toen de vierde Andy Hardy film aan het draaien (de reeks begon in 1937 met “A Family Affair” en Rutherford sprong een jaar later in bij de tweede film, “You’re Only Young Once”) - kreeg ze een telefoontje van Ida Koverman, de rechterhand van Mr. Mayer met de vraag of ze naar zijn bureel kon komen. Miss Rutherford: “Hij zei toen, ‘We hebben grote plannen voor jou, Ann, je toekomst hier ziet er heel rooskleurig uit, mààr…’ En toen zei ik onverwachts het magische woord, mother. Ik zei hem, ‘Mr. Mayer, indien ik hier niet meer kan blijven, dan zal ik naar een andere studio moeten gaan, want ik wil blijven sparen voor een huis dat ik voor mijn moeder wil kopen.’ Hij stond meteen op, kreeg tranen in de ogen, stapte naar me toe en gaf me een knuffel zoals een grootvader dat doet. ‘Honey, don’t you worry about anything, you just go ahead and buy your house’ - en dat heb ik dus ook gedaan. Nadien kreeg ik steeds elke verhoging, naar 500 en nadien naar 750 dollar per week. Als je Louis B. Mayer vroeg hoe laat het was, barstte hij al bijna uit in tranen. Ik heb nooit iemand gekend die zo gevoelig was als hij.”

De idyllische Andy Hardy-familie uit een klein Amerikaans stadje paste dan ook perfect binnenin Mayers uitgekiende filmstrategie: hij wilde in de eerste plaats pretentieloze familiefilms maken die hij met zijn dochters in de bioscoop kon gaan bekijken. Films met een happy end, waar jongeren op een respectvolle manier konden terugvallen op het ouderlijk advies, en waar rechtvaardigheid zegevierde: de ultieme feelgoodmovie avant la lettre werd bedacht door Louis B. Mayer himself. Rutherford: “De Hardy’s stelden het ideale gezin voor, làng voordat iedereen dacht dat echtscheiding een oplossing was voor alle problemen. Mensen hadden een heel andere kijk op de wereld en ze waren veel geduldiger. Ik groeide op met mijn grootmoeder en van haar wijsheid heb ik heel wat meegedragen. Haar commentaar op anderen was bijwijlen zeer amusant, zoals Well, he’s just as handy as a pocket in a shirt of he just thinks he’s so many. Toen waren er nog geen babysitters: wij hadden een grootmoeder. Het is precies dié zekerheid die je in de “Andy Hardy”-films kon terugvinden. We keerden altijd terug naar huis, naar moeder. En bij problemen… she’d kiss and make it better and fix the booboo.”

En dat vond je ook terug bij Andy Hardy. In de films klopte hij vaak aan bij zijn strenge maar rechtvaardige vader, Judge James K. Hardy (gespeeld door Lewis Stone), om advies met vragen als: Dad, can I talk to you man to man? Can a guy be in love with two girls at once? Op het einde van het gesprek kwam Andy dan steeds tot het besef dat Polly voor hem was voorbestemd. De “Andy Hardy”-serie groeide uit tot één van de meest populaire reeksen uit de Amerikaanse filmgeschiedenis. Voor Ann Rutherford betekende het vast werk, een riant inkomen en een massa fanmail aangezien haar personage erg aansloeg bij het Amerikaanse publiek.

Terwijl ze zichzelf op de kaart zette als Polly Benedict (haar laatste film uit de reeks was “Andy Hardy’s Double Life” uit 1942), bood zich “Gone With the Wind” aan, ofschoon ze zich tussendoor nog liet opvallen met rollen in andere MGM-films, waaronder “Dramatic School” (1938) met een all-star cast aangevoerd door de toen al tweevoudige Oscarwinnares Luise Rainer (nu 102 en nog steeds springlevend), Paulette Goddard en Lana Turner, “Of Human Hearts” (1938) met James Stewart en Walter Huston, en “Pride and Prejudice” (1940) met Laurence Olivier en Greer Garson, gevolgd door een eigen reeks met komiek Red Skelton (“Whistling in the Dark” [1941], “Whistling in Dixie” [1942] en “Whistling in Brooklyn” [1943]).

Maar ze ging uiteindelijk de geschiedenis in als Carreen O’Hara, de jongere zus van Scarlett O’Hara (gespeeld door Vivien Leigh) in het levenswerk van producer David O. Selznick, schoonzoon van haar baas Louis B. Mayer, die de rol van Carreen O’Hara aanvankelijk een nothing part noemde (en in eerste instantie was weggelegd voor Judy Garland). Maar met tranen in de ogen drong Rutherford bij Mayer aan om zijn mening te herzien en uiteindelijk gaf hij toe. Rutherford: “De film was wel Selznick’s baby en bij gesprekken duldde hij geen if, and of but. Zijn woord was wet.”

Mayer had dan wel andere plannen met haar, ze behoorde immers tot de vaste ploeg van “Andy Hardy” en een eigen filmreeks met Red Skelton stond op til, maar Ann Rutherford hield dus, vastberaden als ze was, voet bij stuk: “Ik wilde absoluut in “Gone With the Wind”. Iedereen sprak erover, iedereen wilde erbij horen, het was de meest unieke kans in een carrière, dat was toen al duidelijk. Uiteindelijk zei Mr. Mayer op een dag, ‘Weet je, als je hier straks op de set gedaan hebt, ga dan eerst naar Davids studio [Selznick International].’ Die lag in de buurt van MGM. Toen ik er aankwam, zei ik tegen David dat ik dolgraag de rol van Carreen wilde spelen. ‘Dat komt goed uit,’ zei hij, ‘want we hebben je canvas al laten aanmaken.’ Kostuumontwerper Walter Plunkett had de sketches reeds gemaakt en de eerste kostuums waren al zo goed als klaar.”

Zoals de geschiedenis ons leert, werd de film in een mum van tijd een absolute en onbetwistbare wereldhit: rekening houdend met de inflatie en de wijzigende prijzen van de bioscooptickets, vergeleken van 1939 tot nu en zoals berekend door de toonaangevende website www.boxofficemojo.com, prijkt “Gone With the Wind” nog altijd op nummer 1 in het overzicht van de all-time box-office filmhits. De film opende voor alle betrokkenen de hemelpoorten, en lang nadat Ann Rutherford gestopt was met het maken van films om zich toe te leggen op de opvoeding van haar dochter Gloria May (°1943, uit haar huwelijk met haar eerste echtgenoot), werd ze niet enkel in de VS maar ook wereldwijd geregeld uitgenodigd voor elke denkbare reünie of jubileumviering die “Gone With the Wind” te beurt viel. Het werd als het ware een tweede carrière toen ze met andere overlevenden van de film, waaronder ook lange tijd Columbia-ster Evelyn Keyes (1916-2008, zij speelde ook een zus van Scarlett O’Hara) de herinnering aan “Gone With the Wind” levendig konden houden. Op persoonlijk vlak resulteerde de film in een jarenlange vriendschap met David O. Selznick; bovendien werkte haar tweede echtgenoot, producer William Dozier, voortdurend met Selznick samen.

Met William Dozier trad ze in 1953 in het huwelijksbootje (hij was voorheen echtgenoot van actrice Joan Fontaine - nog zo’n kranige dame die over enkele maanden 95 wordt, terwijl haar zus, Olivia de Havilland, één van de vier hoofdactrices uit “Gone With the Wind”, intussen al 96 is). Ook al was Ann Rutherford toen niet langer meer actief als actrice, ze volgde de filmbusiness nog altijd nauwgezet mee: “Toen we al die films maakten, die zoveel geld hebben opgebracht voor MGM, hebben we allen met volle teugen genoten van het voorrecht dat we hadden. Je moet je voorstellen, we verdienden allemaal veel geld, we hadden een luxeleventje en we waren allemaal nog zo jong, net zoals de industrie trouwens. Anderzijds, toen ik in 1950 stopte met acteren, heb ik mijn métier niet echt gemist omdat mijn man nog steeds film na film maakte. Ik las nog steeds dezelfde vakbladen, en we gingen nog steeds naar dezelfde parties.”

In 1972 keerde Ann Rutherford nog terug voor de filmcamera’s met “They Only Kill Their Masters”, opgenomen in de MGM-studio’s - het was de eerste en enige keer dat ze nog naar MGM terugkeerde. Ze werd er bij haar aankomst begroet met de auto van Andy Hardy en een grote banner hing boven de ingangspoort waarop stond te lezen ‘Welcome Home, Polly’. Miss Rutherford: “Maar toch was het alsof je een bezoek bracht aan een spookhuis, niets was nog hetzelfde. MGM geleek niet meer op MGM. Ik heb die film gemaakt omwille van een vriendendienst, maar achteraf had ik er spijt van. Het was de laatste film die op lot 2 werd gedraaid voordat MGM zijn uitverkoop hield [de eerste film die er werd opgenomen, was “Quality Street” uit 1927 met Marion Davis). Ze verkochten werkelijk àlles, ze hadden er zelfs geen make-up of kostuumafdeling meer. Het was niet meer de glorieuze studio die ik had gekend. Maar ja, tijden waren veranderd, het studiosysteem was afgelopen. Toch was het een blunder om alles te verkopen. Lot 2 had voor toeristen méér te bieden dan Universal City, je had er werkelijk alles, zoals de jungle van Tarzan, de Europese straten, het zwembad van Esther Williams en nog zoveel meer. It was the most remarkable single location that this town ever had.”

“Bovendien had MGM zin eigen bioscoopketen, dus de studio luisterde naar de zaaluitbaters welke acteurs het publiek aan het werk wilde zien. De studio was een wereld apart, een wereld op zich. Neem nu het restaurant - indien mensen in de studio op bezoek waren en je bracht hen mee naar het restaurant, they could have died happily and gone to heaven (lacht).”

Het was een eer om Ann Rutherford tot onze vriendenkring te kunnen rekenen. We ontmoetten mekaar bij haar thuis (na een afspraak voor een gesprek) voor het eerst ca. 10 jaar geleden en bij elk bezoek dat we nadien aan Hollywood brachten om er interviews af te nemen, maakte Ann Rutherford er telkens een punt van dat we haar elke avond zouden bellen because I want a full report, zei ze steeds. En indien het niet lukte om ook nog af te spreken bij haar of op restaurant (ze had een drukke agenda en was in de jetset van Hollywood een bijzonder graaggeziene gast), dan schudde ze wel een andere oplossing uit de mouw. Zo hadden we eens een afspraak met actrice Jacqueline Bisset, en Ann Rutherford besloot om ons met haar auto, een Lincoln uit 1960, vanuit ons hotel in Hollywood naar Bissets huis te brengen. Toen we in Beverly Hills de boulevard Benedict Canyon opreden en ze, druk pratend, voortdurend met haar auto scheerlings langs de witte streep reed, vaak tot verbijstering van de andere automobilisten en tot angst van ondergetekende, gaf ze eerst nog een uitgebreide rondleiding in de buurt en toonde ze welke acteur vroeger nog in welk huis had gewoond en ze koppelde er telkens een aantal interessante anecdotes aan, teneinde op de valreep nog een boeiende en kleurrijke bloemlezing mee te geven van Hollywood’s Golden Era.

En dat was Ann Rutherford ten voeten uit: loyaal, joviaal, dynamisch, energiek, bruisend van energie en levensvreugde. De bezoeken bij haar thuis in Greenway Drive in Beverly Hills, of op restaurant, waren steeds warm, ontspannen en openhartig, en staan als uiterst waardevolle souvenirs in ons geheugen gegrift. Ze was een dame zonder enige kapsones of sterallures. Tijdens de vertoning van twee van haar films in de American Cinematheque op Hollywood Boulevard (het zgn. Egyptian Theater) op een avond enkele jaren geleden, met een bioscoopzaal tot de nok gevuld, gaf ze tijdens de daaropvolgende Q&A gevatte en zeer gedetailleerde replieken op de eindeloze reeks vragen die door het enthousiaste publiek werden gesteld over haar films en over het oude studiosysteem dat ze steeds een warm hart heeft toegedragen. Ze vatte het ooit samen als volgt: I went to the studio every day like kids today go to Disneyland. To me those years were never-never land, save the frosting on the cake for last. And all I wanted, was for it not to end until I was ready to have it end. Om haar dankbaarheid tegenover haar vroegere werkgevers en het studiosysteem te betuigen, gebruikte ze meermaals de toepasselijke beeldspraak my golden years were platinum years.
Geboren in de Canadese stad Vancouver op 2 november 1917 als Mary Cecilia Ramone Theresa Ann Rutherford, werden hartproblemen haar op gezegende leeftijd fataal; haar dood werd wereldkundig gemaakt door een goede vriendin van haar, de 89-jarige actrice en generatiegenote Anne Jeffreys.

Op de foto, v.l.n.r. voormalige MGM-actrices Esther Williams, Ann Rutherford, Cora Sue Collins en Betty Garrett.

Geschreven door LEO VERSWIJVER
 
onomatopee