Adieu Moira Orfei (1931-2015): Koningin van de peplumfilms

Bij ons is het Circus Moira Orfei niet zo bekend. In Italië is het sinds de jaren 60 een instituut. Het werd opgericht in 1965 door Miranda Orfei en haar man Walter Nones, allebei geboren en getogen in het circusmilieu. Nog vòòr de vrouw onder de naam Moira bekendheid verwierf als Koningin van het circus voor haar attracties als amazone en als dresseuse van duiven, tijgers en olifanten die ze met hand en tand verdedigde tegen dierenactivisten, was ze al verheven tot een sekssymbool. Haar eerste faam verwierf ze met een fotoreportage voor een Italiaans magazine, al dan niet geïnspireerd op een episode van de Italiaanse omnibusfilm 'Amore in città' (1953): een reeks foto’s “Gli Italani si voltano”van Mario De Biasi uit 1954 waarin zij het in het wit geklede meisje was dat de Italiaanse mannen deed omkijken terwijl ze door Milaan wandelde. Een afdruk belandde decennia later in het New Yorkse Guggenheim. Ze werd opgemerkt door de Italiaanse filmproducent Dino De Laurentiis die haar zowel haar artiestennaam Moira als haar look suggereerde die ze haar leven lang zou bewaren: pekzwarte haren verenigd in een tulband, een uitgesproken make-up met een opvallende, kunstmatige moedervlek op de wang. Een look die ze behield haar carrière als circusartieste lang, als filmactrice in de jaren 60 en later als vaste of gelegenheidsgaste in tv-programma’s van de Rai en van privé-omroepen. Haar opgespeld haren zoals een Romeinse patriciërsvrouw was ideaal voor een rol in het peplum-genre en in diens hybride afgeleiden in de jaren 60, eerst anoniem in haar debuut 'Gli amori di Ercole' (1960, Carlo Ludovico Bragaglia) en in 'I giganti della Tessaglia' (1960, Riccardo Freda). En al was ze geen actrice met een ruim interpretatie-gamma, ze had wel présence, de showgirl. Op korte tijd drong ze zich op de voorgrond en naar internationale bekendheid, ook bij ons, in onder meer 'Ursus' (1960, Carlo Campogalliano), 'Ursus nella valle dei leoni' (1962, C.L. Bragaglia), 'Zorro contro Maciste' (1963, Umberto Lenzi) 'L’eroe di Babilonia' (1963, Siro Marcellini), 'La rivolta dei pretoriani' (1964, Alfonso Brescia) of 'Ercole, Sansone, Maciste e Ursus, gli invincibili' (1964, Giorgio Capitani). Tussendoor vertolkte ze rollen voor de binnenlandse markt in al dan niet komische variaties op succesfilms zoals 'Rocco e le sorelle' (1961, Giorgio Simonelli), 'Totò e Cleopatra' (1963, Ferdinando Cerchio), 'Divorzio alla siciliana' (1963, Enzo De Gianni), 'Il monaco di Monza' (1963, Sergio Corbucci) of in policiers zoals 'Ti aspetterò all’inferno' (1960, Piero Regnoli), 'F.B.I. – Operazione vipera gialla' (1966, Alfredo Medori). Ze werd evenwel ook gecast door filmauteurs, en samen met steracteurs. Voor Mario Monicelli’s 'Casanova ‘70' (1965) acteerde ze aan de zijde van Marcello Mastroianni; in de Cannes-winnaar van 1966 'Signore e signori' van Pietro Germi (1965) had ze Virna Lisi als tegenspeelster; terwijl Nino Manfredi en Ugo Tognazzi haar medespelers waren in Dino Risi’s 'Straziami, ma di baci saziami' (1966). Moira Orfei’s filmhoogdagen situeerden zich in de jaren 60. Daarna trad ze nog sporadisch in films op, in een bijrol in Dino Risi’s onvolprezen 'Profumo di donna' (1974), in Luigi Magni’s 'Arrivano i bersaglieri' (1980) en als zichzelf in de grollenpanettone 'Natale in India' (2003, Neri Parenti). En al was ze zelf niet op het scherm te zien, dan stelde ze toch haar circustent ter beschikking van niemand minder dan Federico Fellini voor zijn 'I clowns' (1970). † 15 november

Geschreven door MARCEL MEEUS