Adieu Roland Verhavert (1927- 2014)

Met filmregisseur en -producent Roland Verhavert verloor Vlaanderen behalve een innemend persoonlijkheid ook een eminent cineast.

In Sadouls standaardwerk Histoire du cinéma mondial uit 1959 kreeg Verhaverts debuutfilm Meeuwen sterven in de haven (1955), een collectief project met amateurcineast Rik Kuypers en auteur Ivo Michiels, een stip op de wereldkaart van de artistieke film. Zijn volgende film Het afscheid (1966) won een speciale prijs in Venetië. En met zijn boerenfilms uit de jaren '70, De Lotelin (1973) en Pallieter (1975) stimuleerde Verhavert de doorbraak van de Vlaamse film op eigen bodem. Afscheid van een cineast die zijn sporen naliet.

In de ontwikkeling en de uitstraling van de Vlaamse film heeft Roland Verhavert een eersteplansrol gespeeld. Niet alleen als cineast, scenarist en filmproducent, maar ook als spreekbuis van een filmsector in de startblokken. “Toen ik begon was er niks”, benadrukte Verhavert vaak, geen filmscholen, geen subsidies, niets!” Met de selectie van Meeuwen sterven in de haven voor Cannes en met prijzen in Venetië voor Het Afscheid en in Berlijn voor De Loteling introduceerde hij de Vlaamse film op de grote festivalfora. Verhavert was een veelzijdig filmworkaholic. In de pioniersjaren van de Vlaamse televisie was hij filmrecensent en tv-presentator van het wekelijkse magazine Première. Hij startte de cinefiele filmclub “Het linnen venster”, richtte later zijn eigen filmproductiehuis Visie op en was docent scenario en filmtaal aan het Ritcs. Belezen, kunstminnend, humaan en beschaafd beantwoordde Verhavert volledig aan het beeld dat de Vlaamse cultuurministers en de Filmcommissies in de periode 1960-'70 hadden van een cultuurdrager. Voor het Vlaamse cultuurbeleid was Verhavert de geschikte man om het Vlaamse publiek naar film te leren kijken met adaptaties van romans die iedereen van op school kende.

Het dient gezegd dat de filmer deze gezagsrol met verve heeft gespeeld. Zijn films straalden het nationale erfgoed uit, van het Hortamuseum en het Kasteel van Gaasbeek in Rolande met de bles (1972) tot de Vlaamse velden en hoeven uit Bokrijk in zijn laatste film Boerenpsalm (1989). Zijn filmversies van werk van Ivo Michiels (Het afscheid), Herman Teirlinck (Rolande met de bles), Hendrik Conscience (De loteling), en Felix Timmermans (Pallieter en Boerenpsalm) bewezen hoe goed hij de Vlaamse literatuur kende en hoe verwant hij zich met deze auteurs voelde. De cineast was zowel vertrouwd met de meer stedelijk, cultureel onderkoelde stijl van een Teirlinck als met de cerebrale landelijkheid van een Timmermans.

Verhavert mag dan geboekt staan als meest regelmatige en succesrijke Vlaams cineast uit de jaren '70, zijn imago als gangmaker van de moderne revival van de Vlaamse heimatfilm heeft zijn carrière ook schade toegebracht. Decennialang werd hij geïdentificeerd met de officiële filmproductie van de Vlaamse overheid. De premières van zijn film kregen de nodige luister mee. Altijd waren er prominenten uit de politieke en de culturele wereld aanwezig. Verhavert werd de man van de grote subsidies en van de dure gelegenheidsproducties, zoals de prestigieuze tv-reeks Rubens, schilder en diplomaat uit het Rubensjaar 1977 met een debuterende Johan Leysen als Pieter Paul Rubens. De schok van de moderne, eigentijdse thema's en stijl uit zijn debuutfilms Meeuwen sterven in de haven en Het afscheid leek heel ver af naarmate zijn carrière evolueerde.

Het moet hem niet altijd gezind hebben de officiële spreekbuis te zijn van het medium dat hem nauw aan het hart lag. Ook na het succes van zijn Vlaamse filmklassiekers bleef hij voort ijveren voor meer coherentie in het Vlaamse filmbeleid. Als tegengewicht produceerde hij het werk van jongeren of links geëngageerde filmregisseurs die moeilijker aan de bak kwamen. Vaak genres die hij zelf nooit op die manier zou verfilmd hebben. Zo gaf hij het filmwoord door aan anderen en zagen De vijanden (Hugo Claus, 1967), Princess (Herman Wuyts, 1968), Verbrande brug (Guido Henderickx, 1975), In Kluis (Jan Gruyaert,1977,) Hellegat (Patrick Le Bon, 1979), De Witte van Sichem (Robbe de Hert, 1980), Het einde van de reis (Peter Simons, 1980), Zware jongens (Robbe de Hert, 1984) en Springen (Jean-Pierre De Decker, 1979) het levenslicht. In de Vlaamse filmproductie van de jaren '70 en de vroege jaren '80 was Verhavert een bindfiguur tussen de cineasten en de gevestigde culturele orde. Latere regisseurs zoals Herman Wuyts, Ralf Boumans, Peter Simons, Stijn Coninx en Frank Van Mechelen werkten aanvankelijk als cameraman voor Verhavert. Wuyts voor Het afscheid, Boumans voor Rolande met de bles, Simons voor De loteling, Coninx voor Brugge die Stille (1983), Van Mechelen voor Boerenpsalm. Verhavert legde de link tussen Vlaamse film en Vlaamse letterkunde en bracht film en televisie dichter bij elkaar. Het scenario van De Loteling was van de hand van toenmalig BRT-directeur Nic Bal. Door zijn veelzijdige rol als peetvader van de Vlaamse film zou men bijna vergeten wat een knap regisseur hij zelf was.

Zijn debuutfilms Meeuwen sterven in de haven en Het afscheid sloten aan bij de artistieke Europese strekkingen van toen. Ze speelden zich af tegen de achtergrond van de Antwerpse haven met desolate beelden van de industrieterreinen en de dokken. Een vereenzaamd getraumatiseerd hoofdpersonage in identiteitscrisis (in beide films vertolkt door Julien Schoenaerts) was er op dooltocht. Beide films boeiden door hun broeierige en beklemmende sfeer. Het vervreemdende effect werd versterkt door de jazzy score van Meeuwen sterven in de haven en de plotse harde geluiden uit Het afscheid, die de personages uiteendreven. Appelleerde Meeuwen... aan het neorealisme, dan bood Het afscheid pure existentiële cinema zoals die in de jaren '60 in Europa beoefend werd. Verhavert had in Het afscheid geen eenduidige verklaring voor de malaise van de scheepstelegrafist en zijn onduidelijke overheidsopdracht. Hij analyseerde met zijn beeldregie hoe menselijke relaties werden bedreigd en overheerst door de moderne technologische samenleving. In de pioniersjaren van de Vlaamse film deden deze films een krachtige oproep voor een modernistische en meer avant-gardistische Vlaamse filmproductie die jammer genoeg ook door de maker zelf te weinig werd opgevolgd. Teleurgesteld door de matige release van deze films op eigen bodem zocht de cineast naar andere formules om de Vlaamse kijker te bereiken.

In vergelijking met Het afscheid oogde Verhaverts latere oeuvre traditioneler, zeg maar conservatiever. Maar daarom niet minder persoonlijk. De latere films verraadden Verhaverts hang naar een zekere theatraliteit en voorliefde voor het fin-de-siècle. Rolande met de bles sloot heel dicht aan bij de belangstellingswereld van Verhavert zelf. Het hoofdpersonage van deze naturalistische familiekroniek, vertolkt door Jan Decleir, bevond zich op de scheidingslijn tussen twee maatschappijperioden, Hij zat geklemd tussen zijn afkomst uit de Vlaamse landadel en zijn fascinatie voor de leefwereld van de tussenoorlogse grootstedelijke burgerij. Voor Verhavert betekende Rolande met de bles ook de clash van twee mentaliteiten.

Het moet geen gemakkelijke klus zijn geweest om het geraffineerde proza van Teirlinck in een filmscenario om te zetten, vooral ook omdat de oorspronkelijke roman uit 1944 in briefvorm was geschreven. Verhavert werkte samen met Hugo Claus, van wie hij in 1967 De vijanden geproduceerd had. Samen zouden ze ook sleutelen aan een geschikt scenario van Timmermans’ Pallieter. De thema's van het fin de siècle en van een alles vretende passie zou Verhavert een decennium later opnieuw opnemen in Brugge die Stille. Ook hier ontmoetten twee taalculturen zich, want de film was gebaseerd op Bruges la morte van de Franstalige Vlaamse auteur Georges Rodenbach. Ondanks de bijzonder fraaie sfeerschepping van het slapende provinciestadje dat Brugge op het einde van de 19de eeuw geworden was, boeide de eenzame tocht van de door Sehnsucht geplaagde weduwnaar langs de Brugse reien zoveel minder dan die in het kosmopolitische Antwerpen van Meeuwen sterven in de haven, bijna 30 jaar eerder. Hoewel Rolande met de bles een naturalistisch melodrama was, bevatte de film ook mogelijke basisingrediënten van een goede heimatfilm. Er was de goede historische sfeerschepping van het vooroorlogse Vlaanderen, met focus op de wegkwijnende landaristocratie. Kunst en Kino- producent Jan van Raamdock zette Verhavert aan om deze beschrijving van het landelijke Vlaanderen te koppelen aan de natuurgebonden eenvoud van de boerenbevolking, gehecht aan de eigen streek en tradities. Het resultaat van deze restyling van de traditionele boerenfilm was niet mis. Verrassend hoe in De Loteling de lijvige19de eeuwse roman van Hendrik Conscience met weinig woorden werd herverteld. Beelden en blikken vervingen het proza grotendeels. Het melodramatische verhaal van Conscience over een jonge boer die de plaats innam van een loteling van rijke komaf, werd in Verhaverts regie geen matte nostalgische prent maar een moderne antimilitaristische film. Ook hier bewees de cineast zijn gevoel voor filmmuziek door de meest emotioneel geladen scènes met de orgelmuziek van Händel te onderstrepen.

In Verhaverts boerenfilms werd de pittoreske beschrijving van het landelijk bestaan anno 1900 vervangen door een ruimere visie op de relatie tussen mens en natuur. Met het zelf geproduceerde Boerenpsalm sloot de cineast in 1989 zijn heimattrilogie én zijn filmcarrière af. Opnieuw een verfilming van een roman van Timmermans, maar meer dan Pallieter worstelde het hoofdpersonage Boer Wortel (een rol van Ronny Waterschoot) met zichzelf. Boerenpsalm was in vele opzichten een synthesefilm van het boerenfilmgenre. In modern versneld tempo volgden de scènes van liefde en verdriet uit het potige boerenleven zich op. Tegelijkertijd kwamen ook de typische Varhavert-thema's van noodlot, eenzaamheid, moeilijk te uiten verdriet en drang naar creativiteit naar boven. “Een diepe ontleding van menselijke relaties en verbeeldingskracht”, loofde het filmfestival van Figueira da Foz Verhaverts testamentfilm daar bekroond met de Grote Prijs. Rake afscheidswoorden ook voor een cineast die in zijn oeuvre van avantgarde naar heimatfilm geëvolueerd was zonder zichzelf te verloochenen.

Geschreven door DIRK MICHIELS

 

Geschreven door DIRK MICHIELS
 
onomatopee