Armand Gatti en de revolutie

Hij was bevriend met de grote artistieke geesten van zijn tijd (Pierre Boulez, Chris Marker, Henri Michaux, John Cage) en kind aan huis bij Mao Zedong, maar buiten zijn geboorteland Frankrijk geniet hij nauwelijks bekendheid. Wie was de creatieve duizendpoot Armand Gatti (1924-2017)? Het antwoord krijg je van Nova in Brussel, dat van 7 september tot 20 oktober een cyclus aan hem wijdt.

Gatti, geboren in Monaco uit Italiaanse ouders, zat tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet. Hij werd gearresteerd en opgesloten in een naziconcentratiekamp, maar wist te ontsnappen. Later zou hij die ervaring gebruiken voor zijn film L’enclos (1961), waarmee hij op het festival van Cannes de persprijs won. Na de oorlog ging hij aan de slag als journalist bij onder meer Paris Match en Libération. Hij schreef reportages over diverse maatschappelijke onderwerpen en bracht verslag uit van diverse brandhaarden in de wereld, waarbij hij een bijzondere affiniteit toonde met China en Latijns-Amerika.

Ontevreden over de maatschappelijke impact van zijn journalistieke arbeid werd hij actief in het theater, vaak in een uitgesproken politieke context. Hij schreef een reeks stukken, ging zelf regisseren en experimenteerde met diverse vormen van collectieve creatie. Aangestoken door zijn vriendschap met cineasten als Alain Resnais, Chris Marker en Agnès Varda begon na een tijdje zelf films te draaien. In de jaren 1970 gaf hij ook les aan het IAD in Louvain-la-Neuve, waar hij Jean-Pierre Dardenne onder zijn studenten telde.

Het programma in Nova wordt opgehangen aan El otro Cristóbal (1963), dat Gatti in Cuba draaide met achter de camera Henri Alekan, bekend van zijn samenwerking met onder anderen Jean Cocteau, Marcel Carné, William Wyler en Wim Wenders. De film, die na zijn presentatie op het festival van Cannes vanwege rechtenkwesties nauwelijks werd vertoond, werd pas recent weer vrijgegeven, en meteen ook gerestaureerd en gedigitaliseerd.

Het betreft een poëtisch-surrealistisch verhaal in een niet nader genoemde Caribische natie, dat je zonder veel problemen kunt lezen als een allegorie van de Cubaanse Revolutie (1953-1959). Wie van deze flamboyante zwart-witfilm wil genieten, moet bereid zijn mee te stappen in de visie van de regisseur. Hij ziet het filmmedium niet als een passieve vorm van entertainment, maar als een brechtiaanse mengvorm van fantasie, folklore en ideologie.

Nova programmeert de zo goed als volledige (zij het niet bijzonder lange) filmografie van Gatti, inclusief zijn latere video- en televisiewerk. Onder de noemer ‘Re/creaties revoluties’ wordt ook een reeks films vertoond die, net als El otro Cristóbal, een revolutionaire insteek hebben. Interessant zijn onder meer Queimada (Gillo Pontecorvo, 1969), Agnus Dei/Égi bárány (Miklós Jancsó, 1971) en Walker (Alex Cox, 1987). Niet te missen is Soy Cuba (Michail Kalatozov, 1964), een lyrische evocatie van de Cubaanse cultuur en natuur. Aan dit cinemascopemeesterwerk kan El otro Cristóbal in zijn beste (lees: documentaire) momenten heel even tippen.

Meer informatie: www.nova-cinema.org

Beeld:  El otro Cristóbal

Geschreven door GORIK DE HENAU
 
onomatopee