Belgen op IFFR 2019

Elk jaar kijkt IFFR over de zuidelijke landsgrens naar wat er in België beweegt. Ook in 2019 overtuigden van de Belgische geselecteerden vooral de films uit experimentele en documentaire hoek. Tenzij je fan bent van Johan Museeuw.

De voormalige ‘Leeuw van Vlaanderen’ was te gast in een gesmaakt nagesprek over COUREUR, het filmdebuut van Kenneth Mercken, die ooit zelf een wielerrennerscarrière ambieerde. Zijn debuut vertelt met ratelende fietskettingen en oplopende kleedkamerspanningen het verhaal van een jonge, getalenteerde renner die de druk om te presteren de baas probeert te blijven, maar zich verliest in de dopingmiddelen die hem daarbij moeten helpen. Het weinig verrassende wielerdrama nestelde zich tot ver in het festival in de top 20 van het Rotterdamse festivalpubliek. Distributeur Paradiso brengt COUREUR vanaf 13 maart naar de Vlaamse bioscopen.

Uiteindelijk belandde COUREUR op de 25ste plaats van de BankGiro Loterij Publieksprijs 2019, gewonnen door CAPHARNAÜM, de aanklacht tegen kinderverwaarlozing van de Libanese regisseur-actrice Nadine Labaki. Een andere Belgische debuutfilm, THE BEST OF DORIEN B. van Anke Blondé, eindigde hoger (16) dan COUREUR in de publieksbevraging. Getipt door onder meer NRC en de Volkskrant wist deze dramedy onze noorderburen te charmeren met een droge humoristische blik op huiselijke besognes. Titelpersonage Dorien (debutant Kim Snauwaert) krijgt heel wat te verwerken: echtelijke affaires, drukke kinderen, de opvolging van haar vader als dierenarts, een knobbeltje in de borst … THE BEST OF DORIEN B. deelt zijn uitgangspunt met Blondé’s korte film Dura lex (2011): een jonge, verwarde Vlaamse moeder voelt zich gevangen in een omgeving die pijnpunten en emoties angstvallig verzwijgt, tot een uitbarsting alles op stelten zet. De luchtige toon waarmee de complexiteit van man-vrouwrelaties en gezinszorgen wordt aangesneden, herinnert aan actuele televisiereeksen als Loslopend wild en Zie mij graag, en ook de fotografie leunt nauw aan bij televisie. Kinepolis Film Distribution brengt de film in september uit.

Ongeketend filmen

Hoewel een film als THE BEST OF DORIEN B. aansluit bij de opmerkelijke vrouwelijke aanwezigheid op deze editie van IFFR, maakt Blondé’s debuut minder aanspraak op het grensverleggende karakter waar het festival op mikt. Ook meer experimenteel werk verlegt niet noodzakelijk grenzen (ze liggen gewoon elders), maar toch was in de Belgische selecties op dat terrein een frissere filmische expressie te vinden.

Voor de middellange film ULTRAMARINE maakte de Amerikaanse Brusselaar Vincent Meessen een collage met de poëtische woorden van de Afro-Amerikaanse grondlegger van spoken word Kain The Poet, de geïmproviseerde ritmische klanken van de Gentse drummer Lander Gyselinck (STUFF.) en allerlei textiel- en kunstobjecten. Zoals veel van zijn voorgaande werk (Vita nova, 2009) neemt Meessen in ULTRAMARINE de (post)koloniale relaties tussen Noord en Zuid onder de loep. De kettingen die rammelen op Gyselincks drumvel echoën een onkuise geschiedenis en de getoonde blauwe kledingstoffen zijn het resultaat van de katoenpluk. De woordenstroom van Kain The Poet is een expressie van diens ‘exile blues’, terwijl de beeldenstroom geregeld helemaal marineblauw kleurt. Die monochrome ‘tussenwerpsels’ breken het narratief en alluderen tegelijk op paradijselijke zeezichten en onverkwikkelijke hoofdstukken uit de (slavernij)geschiedenis. ULTRAMARINE won de Ammodo Tiger Short Award, in ex aequo met FREEDOM OF MOVEMENT (Nina Fischer en Maroan el Sani) en WONG PING'S FABLES 1 (Wong Ping).

Rond vrijheid en gevangenschap draait het ook in de kortfilms HET GELUK VAN HONDEN (Nina de Vroome) en NIGHT HORSE (Jeroen Van der Stock). De Vroome volgt de training van politiehonden, waardoor haar documentaire zowel formeel als inhoudelijk het midden houdt tussen spel en ernst. Voor zijn NIGHT HORSE gebruikte Van der Stock beelden van beveiligingscamera’s met onder andere paarden op stal. In beide films staat de band tussen mens en dier in het teken van dienstbaarheid en onderdanigheid, in een wereld waarin de mens anderen ook in machtsrelaties dwingt. Waar HET GELUK VAN HONDEN nog openheid vindt, getuigen de beelden van NIGHT HORSE van een wereld opgesloten in surveillance.

Buitenlandse banden

Enkele Belgische minoritaire coproducties gingen met aandacht lopen op IFFR. De openingsfilm DIRTY GOD van Sacha Polak (Hemel, Zürich) heeft het Gentse A Private View als coproducent en als DoP Ruben Impens, die instaat voor het camerawerk van Felix Van Groeningens films. Impens zorgde voor een donkere, sfeervolle fotografie, met onder meer in de openingsscène close-upbeelden van de verhakkelde huid van een slachtoffer van een zuuraanval die in hun nabijheid evenzeer abstraheren als de neus op de feiten drukken.

Verderop tijdens het festival volgde nog de animatiefilm ANOTHER DAY OF LIFE, die als zevende eindigde in de publieksranking. De film, eind vorig jaar winnaar van de European Film Award voor Beste Animatiefilm, brengt een reportage van oorlogsjournalist Ryszard Kapuscinski over de onafhankelijkheidsstrijd van Angola in beeld. ANOTHER DAY OF LIFE werd deels gemaakt in de Belgische animatiestudio’s van Walking the dog en komt in april via distributeur MOOOV naar onze zalen. Op de prijsuitreiking op vrijdagavond ging de VPRO Big Screen Award naar de documentaire TRANSNISTRA van de Zweedse Anna Eborn, in een coproductie met het Belgische Clin d’oeil.

Ons artikel over de Tijgerwinnaar volgt.

Beeld: Ultramarine

Geschreven door BJORN GABRIELS
 
onomatopee