Berlinale - The Grand Budapest Hotel

De 64ste editie van de Berlinale startte met de wereldpremière van Wes Andersons THE GRAND BUDAPEST HOTEL, zoals Cannes verleden jaar opende met diens Moonrise Kingdom.

En net als in Cannes waren in Berlijn de meeste acteurs en actrices uit de Andersonstal aanwezig: Bill Murray, Adrien Brody, Jeff Goldblum en Owen Wilson. Willem Dafoe als de aartsslechterik met de rotte tanden in het zwarte leren pak en Tilda Swinton als de 84-jarige Madame D., die verliefd wordt op de concierge van het hotel uit de titel, pakten uit met de meest excentrieke vertolkingen. Verder nog Tony Revolori als de lobby boy, F. Murray Abraham, Mathieu Amalric, Jude Law, Tom Wilkinson en Léa Seydoux, als het dienstmeisje dat enkele zinnetjes in het Frans mag declameren.

'More Stars Than There Are In Heaven' hier dus, niet in Hollywood maar in Berlijn. De grootste revelatie is echter Anderson-nieuwkomer Ralph Fiennes, de hotelconciërge, Gustave H., op wie Madame D.verliefd wordt en die het onschatbare schilderij Boy with Apple van haar erft na een heftige liefdesnacht. Aanleiding voor een hectische strijd om de familie-erfenis in de fictieve staat Zubrowka, tegen de achtergrond van de gebeurtenissen in het interbellum Europa. Geïnspireerd door de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig, zet deze achtste Andersonfilm de regisseurs zoektocht naar een eigen retrostijl verder.

Bizarre karakters, een surreële droomwereld en een labyrintische vertelstructuur zijn weer van de partij. Voor sommigen echt over the top en 'des Guten zu viel'. Voor de fans: een Anderson grand cru.

Geschreven door KAREL DEBURCHGRAVE
 
onomatopee