Berlinale: levende landschappen

Terwijl heel wat journalisten op hun honger blijven zitten in de hoofdcompetitie – Kelly Reichardt, Christian Petzold, Hong Sangsoo en de makers van het kunstproject DAU steken boven het maaiveld uit – viert de Forumsectie zijn vijftigste verjaardag met eigenzinnig werk. Klinkt het niet, dan botst het maar.

Hoe swingend zijn titels soms klinken, de Amerikaanse observator James Benning is uiterst spaarzaam met beweging in zijn films. Dat geldt ook voor MAGGIE’S FARM, een aaneenschakeling van statische shots gefilmd in en rond het California Institute of the Arts, waar hij lesgeeft. Benning richt zijn camera niet op het bekende plaatje van kunst- en onderwijsinstellingen, maar wel op de ‘achterkant’. Mensen zijn visueel afwezig in de opeenvolgende shots van bomen, weiden, gangen en traphallen. Ergens razen auto’s voorbij of weerklinken stappen, een mogelijk aanzet tot een plotlijn, maar verder dan een suggestie voert Benning die niet. Subtiele humor steekt af en toe de kop op: “No motor vehicles”, leest een weggezakt verkeersbord na minutenlang autogeluiden op de achtergrond en, ja, zoals de filmtitel belooft, weerklinkt er een flard Bob Dylan. Voor drastische narratieve wendingen, laat staan dijenkletsers, moet je niet bij minimalist Benning aankloppen: niet aflatend presenteert hij hyperrealistische tableaus waarin je door het tijdsverloop en de bijbehorende aandacht allerlei visuele motieven bespeurt.

Benning tekent zo een alternatieve kijk op een bekende, vaak volgens de verwachtingen in beeld gebrachte locatie, met het kunstinstituut als een plek van verval, waar mogelijk zelfs een misdaad is gebeurd. Enkel de politielinten of krijtlijnen op de grond ontbreken.

 Maggie's Farm 

Ook de Libanese cineast Akram Zaatari legt zich toe op een visueel vertrouwd landschap, de woestijn. Met behulp van drie personages/performers geeft hij die een onverwachte, polyfone stem. Een grote, rood-verroeste metalen doos toont zich het eerste van vele instrumenten die ze bespelen. Verder volgen de manipulatie van metalen draden tussen twee gebouwen, de klanken van vallende stenen en een spade die een blaasinstrument blijkt. Zaatari’s cameravoering is veel losser dan die van Benning: hij filmt vanuit een schommel, terwijl voor hem een geluidsbox op een andere schommel heen en weer wiegt. Ingrepen zoals spiegeleffecten of jumpcuts, bijvoorbeeld bij de geluidsopnamen van etende dromedarissen, geven THE LANDING een speels karakter. Vooral in de scènes waarin het geluid voortkomt uit wat er zich op het scherm afspeelt, kan dit beeld-en-klankexperiment overtuigen. Wie vertrouwd is met het werk van Zaatari (Letter to a Refusing Pilot), zal het niet verrassen dat deze nieuwe film een politiek tintje heeft en steunt op historisch onderzoek (de toelichting volgt aan het slot).

Eveneens een bekend ‘landschap’, maar dan zonder een greintje speelsheid, is de Middellandse Zee. De jarenlange migratiestroom heeft tragische, onrustwekkende beelden in ons geheugen verankerd. Toch slagen de Syrische filmmakers Amel Alzakout en Khaled Abdulwahed, momenteel werkend in Leipzig, erin nog een ander perspectief toe te voegen, namelijk dat van Alzakout. Zij stapte in oktober 2015 samen met zo’n driehonderd anderen een bootje in dat hen van de Turkse kust naar een Grieks eiland moest voeren, naar Europa. Ze bond een camera aan haar pols en filmde wat haar en de andere migranten overkwam.

Aanvankelijk zou je nog speelsheid kunnen vermoeden. Alzakouts camera blijft bijna de hele tijd onder het blauwe water: zonnestralen priemen door het wateroppervlak, er weerklinkt gejoel en gepiep als van opblaasbootjes. PURPLE SEA speelt zich echter niet af in een waterpark, maar in de open zee. De overbevolkte boot kantelt en de vluchtelingen drijven rond in een kluwen van benen en zwemvesten. Zien we tussen die wirwar kleine kinderschoenen? Is de jeansbroek die daarstraks zonnestralen opving er nog altijd bij? Uiteindelijk zouden 43 vluchtelingen de oversteek niet overleven.

Over de beelden horen we Alzakouts voice-over met korte zinnen, aanvankelijk sprookjesachtig en ook met jeugdherinneringen aan Syrië. Tussen het piepen van de oranje plastic vesten en de aanhoudende kreten om hulp door, horen we geleidelijk aan meer over het verloop van de migratie en over haar ervaringen in Duitsland. Van frustratie schreeuwt ze het uit: “Fuck you all!

 Purple Sea 

De aandacht voor verhalen zoals het hare is nu aanzienlijk minder dan toen de Chinese kunstenaar-activist Ai Weiwei tijdens de Berlinale van 2016 het Konzerthaus bekleedde met oranje reddingsvesten. Als filmisch statement is PURPLE SEA sterker dan Weiwei’s koketterende vluchtelingendocumentaire Human Flow (zie hier). Met de polscamera voortdurend net onder het wateroppervlak zorgt PURPLE SEA voor een beklemmende kijkervaring. Beeld en geluid spreken de zintuigen aan, in een aanpak die herinnert aan die voor de vissersdocumentaire Leviathan van Lucien Castaing-Taylor en Véréna Paravel van het antropologische en artistieke onderzoekscentrum Sensory Ethnographic Lab aan Harvard (zie hier).

Uit hun stal selecteerde Forum een nieuw werk, EXPEDITION CONTENT van Ernst Karel en Veronika Kusumaryat. Daarvoor gingen ze te rade in het eigen verleden van de Harvard University. In 1961 vertrok een expeditie naar wat toen Nederlands-Nieuw-Guinea heette, een onderdeel van kolonie Nederlands-Indië. Met geld van de koloniale overheid en rijke, Amerikaanse geldschieters trok een gezelschap naar de Hubula om hun levens vast te leggen op beeld en klankband. Daaruit resulteerde onder meer de film Dead Birds, van Robert Gardner, met klanken opgenomen door Michael Rockefeller, telg van de roemrijke familie die in november 1961 tijdens een expeditie spoorloos verdween.

EXPEDITION CONTENT maakt nu een ‘film’ met diens klankopnames. Behalve een scherm dat lichtblauw oplicht wanneer er een flard tekst verschijnt en een kort fragment Dead Birds-materiaal, bestaat die film uit een zwart beeld. Het koloniaal gekleurde landschap dat zovele ‘antropologische’ onderzoeksprojecten weer meenamen naar het Westen, bestaat hier niet. Althans, het wordt enkel opgeroepen in de klankopnames, die naast humoristisch soms behoorlijk seksistisch en koloniaal-racistisch klinken. We horen verdoken opnames van de onderzoekers naast lokale inwoners die spreken en werken, en dieren op een erf of in het wild. “Kleine Broer, ga alsjeblieft wat verderop zitten”, zeggen werkende vrouwen tegen de koloniale klankentapper. EXPEDITION CONTENT opent met een gesprek tussen enkele medewerkers destijds. “Ik hoop dat we iets van de realiteit kunnen vatten”, zegt iemand. “Zo natuurlijk mogelijk. Wat denk je, Bob?” Nee, is het antwoord van Robert Gardner, pionier van de visuele antropologie en jarenlang directeur van de filmafdeling aan Harvard University. Net in zijn onderzoeksdomein staat de ‘natuurlijkheid’, het evidente van natuurlijk filmen onder druk. Landschappen zijn wat we ervan maken, hoe we ze zien. En dat tonen deze Forumfilms op radicale wijze. 

Beeld boven: The Landing 

Geschreven door BJORN GABRIELS
 
onomatopee