Berlinale: Wat nu, Cuba?

Op het filmfestival van Berlijn kijken twee films voorbij de polair tegengestelde standpunten die revanchistisch rechts en loom links in het Westen spuiden na het overlijden van Fidel Castro en de ontmoeting tussen Barack Obama, toen nog president, en Raúl Castro. De vraag waar het heen gaat met Cuba blijft open.

Tijdens een Q&A-sessie na de documentaire TANIA LIBRE spreekt de Cubaanse performancekunstenares Tania Bruguera scherp, en met humor, over haar land: "We leven in Cuba met een collectief stockholmsyndroom." Zelf wordt ze regelmatig ondervraagd door de politiediensten, onder druk gezet door een overheid die weigert haar werk te erkennen als kunst, in een poging haar kritische performances als landverraad te bestempelen. Na een maandenlange gevangenisstraf gaat ze op consultatie bij de Amerikaanse psycholoog Frank Ochberg, een pionier in de beschrijving en behandeling van posttraumatische stress en het stockholmsyndroom. De documentaire TANIA LIBRE van de Amerikaanse filmmaakster Lynn Hershman Leeson (°1941) toont die rudimentair gefilmde sessie naast videobeelden van Bruguera's performances in Cuba. De overheid zit Bruguera, dochter van een collega-revolutionair van Fidel, al jarenlang op de hielen. "Hun acties zijn vaak zo opzichtig dat je er om moet lachen", zegt Bruguera. In de documentaire is te zien hoe er plots, tijdens een publieke lezing van een kritische tekst bij haar thuis, luidruchtige wegenwerken beginnen voor haar deur (en ook enkel daar). Toeval? "Evenveel toeval als het uitvallen van het internet toen Fidel net overleden was", lacht ze. "Agenten hebben me zelf gewaarschuwd: 'Pas toch op wat je in je mails schrijft. We lezen namelijk alles.'"

Hershman Leeson vatte TANIA LIBRE op als een vervolg op haar documentaire !Women Art Revolution, over vaak veronachtzaamde feministische kunstenaars. (Al kampt bijvoorbeeld Marina Abramović niet bepaald met een gebrek aan aandacht.) TANIA LIBRE slaat expliciet een brug tussen activisme en kunst: "Art is a basic social need", horen we Tilda Swinton helemaal aan het begin van de film citeren uit het 'Manifesto on Artists' Rights' dat Bruguera enkele jaren geleden schreef. "Kunst nodigt uit om vragen te stellen. Het is een sociale plek voor twijfel, voor de wil om de realiteit te begrijpen en te veranderen." Haar pleidooi voor vrije kunsten in een vrije maatschappij is zeer relevant, zeker in de transitieperiode waar Cuba nu doorgaat. Al is het wel opvallend dat TANIA LIBRE die boodschap vormgeeft via een afzichtelijk gefilmd gesprek waarin Ochberg met sprekend gemak de psychologiserende toer opgaat.

In TANIA LIBRE - en in het leven van Tania Bruguera - is de Cubaanse overheid voelbaar aanwezig, omnipresent. "Zitten er mensen van de Cubaanse inlichtingendienst of van de Cubaanse ambassade in de zaal?" grapt Bruguera aan het begin van de Q&A, wanneer er niet meteen vragen uit het publiek komen. "Wanneer je leven zo beheerst wordt door een totalitaire overheid, lijkt het wel van goede wil te getuigen als hun inmenging even wat minder is", geeft ze als verklaring voor het Cubaanse stockholmsyndroom. Het zich hechten aan belagers in bedreigende situaties (zoals ontvoeringen) is verbonden aan zulke allesoverheersende machtsrelaties waarin mensen worden teruggeworpen in totale afhankelijkheid. Al staat Bruguera vooral voor voortdurend verzet. "Het komt er gewoon op neer vol te houden. En aangezien ik het gewend ben om langdurige performances te doen, denk ik een groter uithoudingsvermogen te hebben (dan de Cubaanse overheid)."

In ÚLTIMOS DÍAS EN LA HABANA (Last Days in Havana) van de Cubaanse filmmaker Fernando Pérez (°1944) draait alles, in afwezigheid van een performant sociaal vangnet en dito gezondsheidszorg, om onderlinge solidariteit. Pérez baseerde zijn scenario op de ervaringen van bewoners van een appartemensgebouw in Havana en creëerde zo een docufictie van en met 'gewone' Cubanen die het zelf moeten zien te rooien. Miguel doet de afwas in een restaurant, maar heeft vooral oog voor de televisie daar, en verzorgt in een verkrot appartement zijn met HIV besmette vriend Diego. In dat appartement ontstaat een va-et-vient van vrienden en buren, die zorg geven en zorg vragen. Diego blijft koppig goedgemutst, terwijl Miguel uitkijkt naar verhoopte beterschap in de VS. Zonder te verzinken in miserabilisme, of een portret op te hangen van een Havana dat enkel bestaat in drankcommercials en reisprogramma's, kijkt Pérez met een warme blik naar een Cubaanse samenleving die snakt naar verandering. In zwarte letters gekalkt op een muur in Havana staat te lezen: "Nada valgo sin tu amor" (Ik ben niets waard zonder jouw liefde).

Beeld: ÚLTIMOS DÍAS EN LA HABANA

Geschreven door BJORN GABRIELS
 
onomatopee