BIFFF halfweg

Ambiance troef alweer op de 36ste editie van het Brusselse Internationale Fantasy Filmfestival (BIFFF), dat ongeduldig wacht op de komst van Guillermo del Toro woensdag. Het programma zou je kunnen opdelen in de films die zorgen voor een adrenalinestoot en de films die dat helemaal niet doen. Het is in die laatste groep dat de boeiendste films zitten, die gewoon … fantastisch zijn.

Een meer toepasselijke titel dan JUNGLE van Australiër Greg McLean valt moeilijk te bedenken. Een tocht van drie onervaren jongeren door het Boliviaanse binnenland zorgt voor een vreemdsoortige roadmovie. Een weg die hoofdzakelijk te voet wordt afgelegd, wat moeilijker is dan men zou vermoeden, zeker met een gids die vanaf dag een niet te vertrouwen lijkt. Een rivier volgen zou probleemloos moeten zijn, maar de plotse stroomversnellingen zijn verraderlijk. Tevens loert onder het bladerdak, waar het zonlicht slechts spaarzaam doorheen kan, allerhande gevaar. Grote slangen of kleine mieren met dodelijk gif en hallucinogene planten die er weliswaar eetbaar uitzien, maar alle (wils)kracht wegzuigen. Onder extreme stress botsen de – overigens schitterend uitgewerkte – personages met elkaar. Zeer genietbaar en met de prachtige natuurfotografie als groot pluspunt.

SURVIVAL FAMILY is nog zo’n loepzuivere parel. Shinobu Yaguchi stelt daarin op komische wijze de vraag hoe de mensheid zou reageren moest zich een wereldwijde stroompanne voordoen. Het antwoord ligt voor de hand: terugkeren naar de natuur. Die is de mensheid voorlopig nog weinig genegen omwille van het vele leed dat haar werd aangedaan. Moeder aarde blijkt vergevingsgezind en laat vrijwel onmiddellijk haar schoonheid zien. Een vroeg hoogtepunt in de film is de sterrenhemel waarvan de schoonheid na het wegvallen van de lichtvervuiling opnieuw volop kan worden bewonderd. Verplaatsingen vergen een fysieke inspanning, met een heilzame werking tot gevolg. In plaats van gesuikerde drankjes is er 'gewoon water' voorhanden. Het lijstje aan ideeën is eindeloos en het geheel is vlot en grappig verpakt.

De reuzen in de Deense fantasyfilm I KILL GIANTS (tweede vertoning op 12 april) van Anders Walter doen denken aan de Enten van In de ban van de ring, of meer recent het monster van A Monster Calls, voorwaar geen slechte voorbeelden. Met een Oscar op zak voor Helium had niemand anders verwacht. Walter zet in op het archetype van de reus als domme woesteling die met zijn kracht geen blijf weet. Kapot maken, niet om te heersen, maar door de afwezigheid van een hart, waardoor de gigant geen inlevingsvermogen heeft. Deze karakteristieken zijn zowel aanwezig bij de woudreus als bij de stormreus die later in de film uit de golven tevoorschijn komt. De parallel met de afkeer die Barbara op school voelt voor leeftijdsgenoten en ouderen die haar niet begrijpen is gemakkelijk te trekken. Met een mix van een bloedrode vloeistof, gifgroen poeder – geschraapt van een paddenstoel – en wat snoepgoed probeert ze de woudreus te lokken. Een intelligent modern sprookje over pesten en opgroeien.

Van dat laatste was er nog een beter voorbeeld te zien. De periode dat een jong meisje evolueert van tomboy tot verleidelijke sirene inspireerde de Zwitserse Lisa Brühlmann tot de comingoutfilm BLUE MY MIND. Vertrekkend van de puistige puberteit evolueert het hoofdpersonage naar een periode met vreemde (vr)eetgewoonten om tergend langzaam een niet van pijn gespeende transformatie te ondergaan. Een periode van een teruggetrokken leventje, weg van familie en vriendinnen, veel tijd doorbrengend op een eigen kamer. Het leven met een lichaam dat verraad pleegt en onbekend aanvoelt. Alles wordt met schroom en pudeur getekend. Onwezenlijk hoe het meisje soms afwezig blijft op de plek waar de actie zich afspeelt: het schoolplein. Alweer een film op het BIFFF die uitblinkt in spiritueel intellect.

Het BIFFF vindt nog plaats tot en met 15 april in de Brusselse BOZAR. Meer informatie: www.bifff.net.

Beeld: SURVIVAL FAMILY

Geschreven door ALFONS ENGELEN
 
onomatopee