Cannes 2013: Inside Llewyn Davis van Joel en Ethan Coen

Na Barton Fink (Gouden Palm 1991) en A Serious Man is deze Inside Llewyn Davis van de Coen Brothers opnieuw een komedie doorspekt met Joodse humor; een melancholische komedie deze keer over Llewyn Davis (Oscar Isaac), een fictieve folkzanger die net geen Bob Dylan werd. De figuur van Llewyn Davis is losjes gebaseerd op het leven van folkmuzikant Dave Van Ronk (1936 – 2002) bijgenaamd de ‘Mayor of MacDougal Street’.

In de jaren zestig zwerft deze ‘angry young man’ berooid rond in Greenwich Village op zoek naar authenticiteit. Een emotionele odyssee die begint en eindigt in het MacDougal Street’s Gaslight Cafe met een extra roadtrip naar Chicago in gezelschap van fetishacteur John Goodman als een aan drugs verslaafde Orson Wellesachtige muzikant. Het kan geen toeval zijn dat de zwijgzame chauffeur gespeeld wordt door Garrett Hedlund, de Dean Moriarty van On the Road. Want dat is wat Llewyn Davis constant is: on the road. Steeds blut en op zoek naar een sofa om te overnachten: bij zijn boze zus; bij zangeres Jean (Carey Mulligan), zijn nog bozere van hem zwangere ex die nu met Jim (Justin Timberlake) een duo vormt; bij zijn aftandse manager die maar geen geschikte gig voor hem vindt en tenslotte bij de Gorfeins, het bevriende echtpaar wiens kat hij per ongeluk laat ontsnappen en die het boost worden wanneer hij de verkeerde kat terugbrengt. Wanneer op het einde de juiste kat naar haar bazinnetje terugkeert, blijkt de poes Ulysses te heten. Met de omzwervingen van Odysseus hebben de makers van O Brother, Where Art Thou (2000) wel een heel speciale band!

Die kat heeft nog een functie in de film: niet zozeer als ‘Sprechhund’ maar wel om het gebrek aan plot te verdoezelen. Geen groot probleem voor een film die het op de eerste plaats moet hebben van de muziek, met meer dan 40 jaar ervaring samengesteld door T Bone Burnett.

“Dat de plot ondergeschikt was aan de folksfeer baarde ons op een bepaald moment zorgen,” gaf Joel Coen inderdaad toe tijdens de persconferentie. Over hun relatie met Bob Dylan in de film zei hij: “Dylan is de olifant in de kamer. Hij is zoals Mount Rushmore, je mag er niet over praten. “ Davis en Dylan hebben beiden Welshe namen: Llewyn en Dylan. Bob Zimmerman (= Bob Dylan) en de Coen Brothers zijn Joods en groeiden op in Minnesota. Maar op de vranke en gedurfde vraag van een Duits journalist of ze ook vonden dat na de Holocaust, de Joodse humor uit de Duitse film was verdwenen, wisten ze geen antwoord. Ook niet op de vraag wat Joodse humor precies was. Allez zeg: “Hitler was a shmackel head.” Joodse humor is een strategie om te overleven: Ik lach, dus ik ben er nog!

Geschreven door KAREL DEBURCHGRAVE