Cannes 2017: Verwondering of kunstbubbel?

Twee films uit de hoofdcompetitie in Cannes werpen licht op de verschillende rollen die musea kunnen spelen. WONDERSTRUCK van Todd Haynes beschouwt ze als een plek om het verleden te verzamelen en te koesteren. In THE SQUARE neemt Ruben Östlund de hedendaagse kunstwereld op de korrel.

Van Todd Haynes verwachten we nostalgisch getinte films die met een fijnzinnige actualisering van bestaande vormen veelgelaagde portretten opleveren, vooral van vrouwen. Carol verhaalt over de verboden liefde tussen de personages van Cate Blanchett en Rooney Mara. In Far from Heaven speelt Julianne Moore een huisvrouw in een Amerikaanse voorstad, een rol zoals meesterstilist van het melodrama Douglas Sirk die aan Jane Wyman schonk in All That Heaven Allows.

Voor zijn nieuwe film WONDERSTRUCK duikt Haynes nog iets verder het filmverleden in. Een van de twee parallel lopende verhaallijnen speelt zich af in 1927, vlak voor de geluidscinema de trom zou gaan roeren, en biedt een staaltje stille cinema met zwart-witfotografie en zonder gesproken dialoogvrije scènes. Het dove meisje Rose zoekt contact met haar moeder, de theater- en vroege filmster Lillian Mayhew (Julianne Moore), maar vindt vooral soelaas in haar plakboek met filmsterren en in het Museum of Natural History in New York. Ook de andere verhaallijn, vijftig jaar later in 1977, laat een jong hoofdpersonage zijn toevlucht vinden in dat museum. Door een blikseminslag is Ben net doof geworden, zodat zelfs in een kleurrijk, multicultureel New York in de jaren 70 heel wat scènes geen (voor hem) hoorbare dialogen hebben. Met als basis een roman van Brian Selznick, wiens Hugo Cabret Martin Scorsese verfilmde tot een ode aan de verbeelding van de stille cinema, staat ook in WONDERSTRUCK verwondering centraal.

Een heel andere blik op de museumwereld biedt THE SQUARE. Zoals in Play en Turist fileert Ruben Östlund groepsdenken en het superieure, of zichzelf superieur wanende, gedachtegoed van de begoede progressieve klasse. Het begint al bij de vraag die journaliste Anne (Elisabeth Moss) stelt aan curator Christian (Claes Bang) over een typische, met zwaarwichtige concepten goochelende beschrijving van een nieuw kunstproject. In de danig opgeblazen bubbel zit enkel gebakken lucht. En als een marketingbureau de nieuwe tentoonstelling in het museum voor hedendaagse kunst wil promoten met een smakeloos stuntfilmpje, is het hek helemaal van de dam. Östlunds morele satire is opnieuw schrijnend herkenbaar.

Ook Agnès Varda koos een museum, en niet het minste, nl. het Louvre, als een van de locaties voor VISAGES VILLAGES, haar samenwerking met de fotograaf JR. Samen recreëerden ze de bekende scène uit Godards Bande à part waarin Odile (Anna Karina) en twee jongemannen in een recordtempo door het statige museum rennen. Meer over VISAGES VILLAGES in een volgend verslag.

Beeld: The Square (Ruben Östlund)

Geschreven door BJORN GABRIELS
 
onomatopee