Cannes 2018: Godard en Noé laten handen dansen

"Vivre est une impossibilité collective", bloklettert Gaspar Noé in zijn CLIMAX met een tekstbeeld dat zo uit een film van Jean-Luc Godard had kunnen komen. De nieuwste film van die beeldenstormer, LE LIVRE D'IMAGE, is nog fundamenteler apocalyptisch dan Noé's bacchanaal op ninetiesbeats.

CLIMAX begint met het einde. Een gewonde vrouw in zwarte jurk kruipt door de hagelwitte sneeuw terwijl bloedvlekken een spoor nalaten naar een bestemming die we nog niet kennen. Deze plek blijkt een dansstudio in een industrieel pand te zijn waar een groep twintigers zich eerst op een choreografie en vervolgens op drank en drugs werpt. Voor we daar belanden krijgen we eerst de eindcredits te zien, die ons alvast laten weten welke muziek we het komende anderhalfuur mogen verwachten. Dan volgen de castingvideo's van de dansers op een ouderwets televisiescherm met links en rechts videocassettes en boeken die heel letterlijk Noé's referentiekader in beeld brengen (van Luis Buñuel tot Suspiria en verder). De Argentijnse filmmaker van onder meer Irréversible en Love, die al sinds zijn tienerjaren in Frankrijk leeft, breekt graag opzichtig met de bestaande orde. Zo werd ook al de aankondiging van coproducerende televisiezender ARTE abrupt afgebroken.

Deze introductie en de in één camerabeweging opgenomen choreografie paren verwondering en verbluffing aan inleving. We zien Salo voor voguedansers in een ruimte die Noé beschouwt als een baarmoeder (waar niet iedereen levend uitkomt). Maar waar de beats en bewegende lijven je blijven meesleuren, doen de personages en hun dunne verhaallijntjes dat veel minder. Hun flarden dialoog en hysterische uithalen - zo goed als helemaal geïmproviseerd tijdens de twee weken opnames, zei Noé op de Q&A na afloop van de wereldpremière - klinken al snel hol. Noé onderneemt nog wel een poging tot maatschappijkritiek (DJ en dansers gaan aan de slag met een Franse vlag op de achtergrond) en provocatie (een vrouw die zwanger meent te zijn krijgt het zwaar te verduren), maar hij koketteert iets te veel met zijn eigen rebelse karakter om werkelijk diep te snijden.

De status van rebel zit ook Godard als gegoten. Vijftig jaar nadat hij het festival van Cannes in de woelige meimaand '68 mee liet stilleggen, is hij - na een karrenvracht selecties door de jaren heen - opnieuw van de partij met LE LIVRE D'IMAGE. Al is hij evenmin als vorig jaar lijfelijk aanwezig, toen Agnès Varda tevergeefs bij hem thuis in Zwitserland aanklopte in haar documentaire Visages villages en toen Michel Hazanavicius' biografische Le redoutable (zie onze verslaggeving uit Cannes vorig jaar) al te meesmuilend afrekende met Godards erfenis. De cinefiele kluizenaar heeft dit jaar wel van zich laten horen via een smartphonepersconferentie vanuit zijn huis (zie hier). Heel toepasselijk, net als zijn eerste opmerking dat het geklik van de fototoestellen "klinkt als mitrailleurvuur".

LE LIVRE D'IMAGE eindigt met het einde van 'het beeld': een stille en niet-bewegend opname van een vallende danser. Het is een treffend slot van een film vol fictionele en documentaire oorlogsfragmenten, vooral met betrekking tot de Arabische wereld. Na nieuw gefilmde beelden in het 3D-experiment Adieu au langage keert Godard met LE LIVRE D'IMAGE terug naar het gebruik van bewerkte archief- en filmbeelden onder, over en langs zijn raspende voice-over in de invloedrijke reeks Histoire(s) du cinéma (1988-1998). Al staat 'terugkeren' bij Godard ook altijd voor 'vooruit denken', want met LE LIVRE D'IMAGE (zonder s) blijft hij zoeken naar een manier om gesproken taal en beelden elk tot recht te laten komen. Zijn kenmerkende stem klinkt vanuit alle hoeken van de filmzaal, zacht en oerend hard, in een kakofonie van bedenkingen en oprispingen.

Kunnen we in een over de vloer kruipende danseres in CLIMAX een referentie zien naar Salò van P.P. Pasolini, dan krijgen we in LE LIVRE D'IMAGE een fragment uit de film zelf te zien. In CLIMAX is de decadentie onbestemd en fictief (wie deed er welke drugs in de sangria?), in LE LIVRE D'IMAGE is de decadentie reëel, al te reëel, aangestoken door een beeldenbombardement dat, zo zegt Godard, "vooral bezig is met wat er gebeurt en minder met wat er niet gebeurt". Met zijn nieuwste film wil Godard aantonen dat "we niet alleen moeten denken met ons hoofd, maar ook met onze handen". Wat in zijn geval ook verwijst naar het knutselwerk van knippen en plakken dat zijn film ontegensprekelijk is: "Ook digitale montage gebeurt met de hand. (...) Zonder je handen kan je niets: je kan niet liefhebben zonder je handen." Zo is ook een film die de menselijke afgrond inkijkt nog een werk van handen, van liefde.

BEELD: LE LIVRE D'IMAGE

Geschreven door BJORN GABRIELS
 
onomatopee