Cannes 2018: Von Triers helletocht

Komt ie of komt ie niet? Voor het festival ging de mogelijke selectie van Lars von Triers THE HOUSE THAT JACK BUILT vlot over de tongen. Zou de tot persona non grata verklaarde Deense filmer terugkeren naar het festival nadat hij in 2011 met pek en veren was weggedragen door zijn uitspraken over nazisme? Op de galapremière bleek de vraag voor vele gasten nu: blijf ik of blijf ik niet? De opgevers hebben ongelijk.

Lars von Trier verdeelt. Ook wie zijn werk best kan pruimen, weet de voormalige Dogma-cineast de kast op te jagen. Radicale vormelijke keuzes - een in povere digitale beeldkwaliteit gefilmde musical, een historisch drama over racisme met Nicole Kidman maar zonder decors ... - kronkelen om scherpe opvattingen en al dan niet geslaagde provocaties. Met THE HOUSE THAT JACK BUILT gaat Von Trier ook expliciet het gevecht aan met zijn eigen werk. In een reflectie over hoe kunst en de meest abjecte horror zich tegenover elkaar verhouden, toont hij onder meer fragmenten uit de eigen films Antichrist, Melancholia en Nymphomaniac. Het maakt van Von Triers terugkeer naar Cannes, zij het buiten competitie, niet alleen een afdaling in de hel van een seriemoordenaar (gespeeld door Matt Dillon). THE HOUSE THAT JACK BUILT volgt ook in de voetstappen van de essay-achtige interludes in Nymphomaniac over moraliteit, schoonheid en kunst. Lelijkheid, zowel ethisch als esthetisch, houden Von Trier al heel lang bezig. Het Deense Dogma-manifest zette een traditionele opvatting over schoonheid in de (film)kunst op de helling; zijn Grand Prix-winnaar in Cannes Breaking the Waves vond de toenmalige juryvoorzitter Francis Ford Coppola "de lelijkste film ter wereld". Maar het goede en het schone, het slechte en het lelijke zijn geen duidelijk van elkaar te scheiden begrippenparen.

Op kartonnen plakkaten die hij voor zich houdt als Bob Dylan in de muziekclip voor 'Subterranean Homesick Blues' toont seriemoordenaar Jack termen die hemzelf analyseren: egoïsme, narcissisme ... Keek Von Trier met Melancholia zijn eigen depressie in de ogen, dan neemt hij via Jack nu zijn eigen fascinatie voor gruwel op de korrel. Maar ook de kijker komt er niet zomaar van af. Regelmatig weerklinkt 'Fame' van David Bowie ("Fame makes a man take things over / Fame lets him loose, hard to swallow"). Dat is te lezen als een excuus voor Von Triers misplaatste (en misbegrepen) grap in 2011. Maar we kunnen er ook een verwijzing in zien naar de (pseudo)schandalen waar film- en andere marketeers al te graag van smullen. En hoe komt het toch dat seriemoordenaars bij het brede publiek van zo'n uitzonderlijke beroemdheid kunnen genieten?

Brugfiguur tussen Jack en de beschouwende verkenning van het kwaad is Vergilius (Bruno Ganz), voor een flink deel van de film aanwezig als een scherpzinnig schertsende voice-over. Hij luistert naar (en becommentarieert) een confessie van moordenaar Jack in vijf 'incidenten', zogenaamd willekeurig gekozen door de afschuwelijke geweldenaar die zichzelf Mr. Sophisticated kroont. Net als het personage Vergilius in Dante's La divina commedia gidst hij Jack naar de hel, een tocht door de krochten van een moordenaarshoofd. Jack meent dat hij met zijn 'materiaal' een schepper is, en wil niet in de allerlaagste kringen van de hel terechtkomen. Maar of Von Trier hem (en zichzelf en ons) een uitweg gunt?

Geschreven door BJORN GABRIELS
 
onomatopee