Cannes 2019: Buscetta, goodfella of wiseguy?

Marco Bellocchio’s THE TRAITOR is een klasse biopic, net als zijn ‘Vincere’ (2009) over Ida Dalser, de geheime liefde van Benito Mussolini. In de Officiële Competitie maakte hoofdrolspeler Pierfrancesco Favino kans op een erkenning als Beste Acteur, maar hij moest die eer laten aan Antonio Banderas.

Goede biopics geven ons het gevoel een kijkje te mogen nemen achter het gordijn van ‘de Groten der Aarde’. Dikwijls zijn ze opgebouwd rond dezelfde scenariotruc: het zoeken naar de gewone sterveling of een gebeurtenis uit de omgeving van die vip waarmee we ons gemakkelijk kunnen identificeren. In Vincere is dat Ida Dalser, de vrouw van Mussolini die werd weggemoffeld uit de pagina’s van de geschiedenis en daardoor tot waanzin werd gedreven. In Oliver Hirschbiegels Der Untergang is het Traudl Junge, de secretaresse van de Führer, die de kijker laat kennismaken met de grootste oorlogsmisdadiger uit de wereldgeschiedenis, niet enkel als een grotesk monster maar ook als een dierenvriend die van chocoladetaart houdt en vriendelijk is voor zijn personeel. In THE TRAITOR zijn het de processen van Tommaso Buscetta (Pierfrancesco Favino), de hoogste maffioso die ooit de zwijgplicht van de maffia verbrak.

Wie denkt dat ‘spijtoptant’ een term is die voor de eerste keer gebezigd werd toen makelaar Dejan Veljkovic eind vorig jaar in het beruchte voetbalschandaal beloofde te praten in ruil voor strafvermindering, is niet vertrouwd met het begrip ‘pentito’. Elke Italiaan kent het verhaal van het Maxiproces tegen de maffia in Palermo waarin spijtoptant Tommaso Buscetta een belangrijke rol speelde als getuige. Bij rechtszaken in 1986 werden honderden Italiaanse maffiabazen veroordeeld tot celstraffen op grond van zijn getuigenissen. In de Verenigde Staten verstrekte hij informatie in het proces over de Pizza Connection, in ruil waarvoor hij in het Witness Protection Program van de Amerikaanse overheid kwam. Die echte processen werden uitgezonden op televisie en zijn nu nog te zien op YouTube, onder andere dat van Pippo Calò vs Tommaso Buscetta.

Regisseur Marco Bellocchio blijft bijzonder trouw aan dit stukje Italiaanse misdaadgeschiedenis en houdt zich ver weg van Coppola’s Godfather en Scorcese’s Goodfellas. Zijn relaas is recht voor de raap en betekent voor niet-Italianen een tsunami van personages, telkens vermeld met naam en toenaam. Voor vele Italianen echter behoren ze tot het nationale patrimonium, vooral de figuur van onderzoeksrechter Giovanni Falcone (Fausto Russo Alesi), bekend als verwoed strijder tegen de Siciliaanse maffia. Meer dan 25 eeuwen gevangenisstraffen sprak hij uit tegen 342 maffiosi. Deze tour de force moest hij op 23 mei 1992 met zijn leven bekopen; samen met zijn echtgenote en drie lijfwachten kwam hij om in een bomexplosie. Twee maanden later werd ook de wagen van collega Paolo Borsellino opgeblazen, wat leidde tot een golf van consternatie in Italië en het begin van Operatie Schone Handen, Mani Pulite. Na de processen van de jaren 90 leek de tijd van brutale moordaanslagen op klaarlichte dag voorbij en begon men zich vragen te stellen naar het waarom van Buscetta’s verraad, in vele culturen en zeker in de Italiaanse beschouwd als de meest verachtelijke schanddaad. “De dood vernietigt alleen de toekomst, het verraad doodt ook het verleden”, merkte schrijver Johan Daisne op en de Romeinse staatsman Cicero wist meer dan tweeduizend jaar geleden al dat “een land zijn dwazen kan overleven; maar verraad van binnenuit overleeft het niet”.

Volgens Buscetta, die beide zonen Benedetto (Gabriele Cicirello) en Antonio (Paride Cicirello) verloor, pleegde hij geen verraad. Het was de Cosa Nostra zelf die door zijn moorddadige gedrag de meest elementaire levenswaarden met voeten had getreden en de heilige principes van eer en respect had verraden. Het verhaal van de gangster die uit schrik om in het openbaar geëxecuteerd te worden steeds met zijn zoontje in de armen op straat rondliep, is daarvoor representatief.

Geschreven door KAREL DEBURCHGRAVE
 
onomatopee