Cannes 2019 en China: draken van films

In de binnenkort 70-jarige Volksrepubliek China gaan volop huizen tegen de vlakte. Bestaande woningen maken plaats voor nieuwbouwprojecten, terwijl eeuwenoude gewoontes onder druk staan. Twee Chinese films laten traditie en modernisering botsen. Tegelijk steekt ook het censuurvraagstuk weer de kop op.

Voor de start van elke Chinese film verschijnt de ‘stempel van de groene draak’, die aangeeft dat de autoriteiten hun goedkeuring hebben verleend. Dat was zo bij de stijlrijke ‘Chinoir’ THE WILD GOOSE LAKE in de hoofdcompetitie, Diao Yinans opvolger van Gouden Beer Black Coal, Thin Ice. Ook de afsluiter van de Semaine de la critique, DWELLING IN THE FUCHUN MOUNTAINS, het debuut van Xiaogang Gu, en TO LIVE TO SING van Johnny Ma, deel van de Quinzaine des réalisateurs, volgden de geijkte paden. Verrassend genoeg verscheen de groene draak niet bij aanvang van SUMMER OF CHANGSHA in Un certain regard. Regisseur en hoofdacteur Zu Feng besliste bovendien last minute om niet naar Cannes af te zakken. Even waren er zelfs geruchten (en berichten) dat zijn film zou worden teruggetrokken uit het festival, zoals One Second van Zhang Yimou en Better Days van Derek Kwok-cheung Tsang eerder dit jaar op de Berlinale (zie hier).

Over Yimou’s ode aan film, die zich afspeelt tijdens de Culturele Revolutie, beweerde een Chinese filmprofessional op de Marché in Cannes off the record dat de autoriteiten weigeren hem naar een groot festival te laten zenden omdat hij zo goed is dat hij weleens een hoofdprijs zou kunnen behalen. En daarmee extra aandacht zou schenken aan die donkere bladzijde uit de Chinese recente geschiedenis.

Summer of Changsha

Iemand uit de filmploeg van SUMMER OF CHANGSHA die liever anoniem wil blijven, zei ons dat die film wel degelijk getroffen wordt door censuur. Met name de seksuele relatie tussen de terneergeslagen politie-inspecteur A Bin (Zu Fengs hoofdrol) en de jonge dokter Li Xue (Huang Lu) kan blijkbaar niet door de beugel. De zelf depressieve Li Xue is de zus van het moordslachtoffer naar wie de inspecteur een onderzoek voert. Beiden torsen loodzware schuldgevoelens over de dood van een naaste (A Bins geliefde en Li Xue’s dochtertje). Het moordonderzoek vormt voor Zu Feng slechts het alibi voor een donker, existentieel drama. Zelfdoding is daarbij een continue aanwezigheid en mogelijk ook een struikelsteen voor de Chinese censuur. Het broeierige SUMMER OF CHANGSHA doet denken aan het Zuid-Koreaanse Memories of Murder – ook hier verliest een workaholic zich in een politieonderzoek dat vooral een afdaling is in zijn eigen zielenroerselen – maar een al te gekunstelde plot houdt hem weg van Bong Joon-ho’s stilistisch superieure, existentiële cul de sac.

Aardverschuivingen

Terwijl de gestileerde politiethrillers THE WILD GOOSE LAKE en SUMMER OF CHANGSHA een Chinese samenleving portretteren waarin het individu verloren loopt in een duister web van verraad (bij Yinan) en depressie (bij Zu Feng), treffen in twee voor Cannes geselecteerde drama’s het traditionele en hoogmoderne China elkaar. TO LIVE TO SING contrasteert nogal opzichtig stadsvernieuwing met het verdwijnen van de operatraditie in Sichuan. Terwijl de volkse wijk huis voor huis wordt afgebroken, valt ook de theatergroep uit elkaar. Oudere bewoners uit de buurt zijn verknocht aan de dagelijkse voorstellingen, jongeren en politici kunnen amper nog bewogen worden om zich in een van de aftandse theaterstoeltjes te zetten. De afbraakpolitiek die wordt vertegenwoordigd door een bureaucratische ambtenarij zet een jarenlange camaraderie en een diepe voorliefde voor het muzikale theater onder druk. Het vrij voorspelbare, melancholische verhaal krijgt op den duur een meer inventieve injectie wanneer figuren en performances uit de opera ook in het dagelijkse leven van de personages opduiken.

To Live To Sing

Heeft de operatraditie enkel een toekomst in de ruïnes van volksgemeenschappen? Sommige handelingen van die traditie doen het goed wanneer ze kunnen worden ingeschakeld als promotie-instrument. “Kunst moet zich aanpassen aan de echte wereld”, klinkt het opportunistisch bij een restauranteigenaar die het maskerspel als entertainment voor zijn gasten laat opvoeren. Een aanfluiting van de ware theatertraditie, vindt de drijvende kracht van het gezelschap, een norse vrouw die van jongs af aan bezig is met de volkse opera. Regisseur Johnny Ma zet zo de mercantiele, meetbare blik op cultuur tegenover het gemeenschapsvormende karakter ervan.

Duidelijke metafoor daarvoor zijn de platgegooide huizen, deel van een vernieuwingsoperatie die zich ook roert in DWELLING IN THE FUCHUN MOUNTAINS. Vernoemd naar de landschapsschilderijen van de 14de-eeuwse kunstenaar Huang Gongwang, is het debuut van Xiaogang Gu een filmische variant (in kleur) van die zwart-witte inkttekeningen op perkamentrol. In uitgesponnen, meestal op een afstand gefilmde travel shots zien we het leven in en om de rivier Fuchun. Gu is geen filmmaker van de ostentatieve contrasten. In zijn fijnzinnig geobserveerde, meanderende portret van drie generaties in dezelfde familie toont hij een China in verandering zonder de kijker er met de neus op te duwen.

Een van de vier broers verliest zijn huis aan een nieuwbouwproject ter voorbereiding van de Asian Games in Hangzhou in 2022, maar ziet daarin een kans op een mooie vergoeding en een moderne woonst, ook al moet hij met zijn vrouw dan een tijdlang op een bootje verblijven. De rivier vloeit en de seizoenen gaan – net als op Gongwangs tekeningen – in elkaar over. Verandering is onvermijdelijk, ten goede en ten kwade. Ook de omgang met relaties is onderhevig aan evolutie. De visies van de dementerende grootmoeder, haar vier zonen en hun gezinnen worden prachtig gevat in onnadrukkelijke observaties. In het personage van de leerkracht die in de klas vertelt over Chinese landschapschilderkunst en een boek publiceert, kunnen we een alter ego zien van de jonge cineast, die DWELLING IN THE FUCHUN MOUNTAINS ziet als het eerste deel van het drieluik ‘A Thousand Miles Along the Eastern Yangtze’, waarmee hij een eigentijdse, fijnbesnaarde invulling geeft aan de klassieke tekenkunst.

Daarbij heeft Xiaogang Gu ook oog voor de sociaal-economische ontwikkelingen in zijn geboorteregio. De nieuwe economie is booming business in Hangshou, zoals onder meer blijkt uit een metrolijn in aanbouw. Tegenover de belofte van welvaart staan precaire levensomstandigheden die de personages voortdurend doen nadenken over geld, onder meer om ziekenhuiskosten te betalen. Met Xiaogang Gu heeft de Chinese cinema er een nieuwe seismograaf bij. Eentje om te volgen.

Beeld bovenaan: Dwelling in the Fuchun Mountains

Voor meer verslaggeving uit Cannes, zie filmmagie.be/nieuws.

Geschreven door BJORN GABRIELS
 
onomatopee