Cannes 2019: nimfen kijken

Komt de meest feministische film van het festival uit de koker van Gaspar Noé? Voor het eerst in zijn geschiedenis telt Cannes zelf het aandeel films van vrouwelijke cineasten. De hoofdcompetitie heeft er vier, met Céline Sciamma’s PORTRAIT DE LA JEUNE FILLE EN FEU als voorlopige uitschieter.

In zijn buiten competitie voorgestelde, middellange LUX AETERNA laat Noé – nog maar net uitgefeest met Climax – de actrices Charlotte Gainsbourg en Béatrice Dalle in een splitscreen keuvelen over hun ervaring met mannen op de set. Hilarisch én confronterend. Hun gesprek is de aanloop naar een steeds chaotischer wordende opnamedag. Dalle wil namelijk zelf in de regiestoel plaatsnemen en heeft daarvoor Gainsbourg gevraagd om een heks op een brandstapel te spelen. Verwensingen van een cameraman die de ‘actrice die regisseurtje wil spelen’ liever aan de kant schuift, een gluiperige producent en ongevraagd naakt raken aan 50/50- en #MeToo-discussies, maar na Climax is LUX AETERNA vooral opnieuw een filmische trip die de stempel draagt van Noés cinefilie. Zo gaat het van Benjamin Christensens Häxan over Carl Theodor Dreyer tot Jean-Luc Godard en Lars von Trier, allemaal cineasten met vrouwonvriendelijke trekjes. Noé gooit eerder olie op het vuur dan geschillen te beslechten, maar de bezorgdheden van Gainsbourg en Dalle in deze mockumentary zetten het mannenwereldje in zijn hemd.

Een heel andere reflectie over de positie van de vrouw in de (kunst)wereld is te vinden bij PORTRAIT DE LA JEUNE FILLE EN FEU van Céline Sciamma. Daarmee maakt ze na Naissance des pieuvres (ook al met Adèle Haenel), Bande de filles en Ma vie de Courgette (waarvoor ze het scenario schreef) in de nevensecties van het festival voor het eerst deel uit van de hoofdcompetitie. Haar in de 18de eeuw geplaatste drama opent met een groep meisjes, leerlingen van de jonge schilder Marianne, die tekenles krijgen. “Neem de tijd om te kijken”, geeft ze als raad mee, een wenk die meteen het thema van PORTRAIT DE LA JEUNE FILLE EN FEU aangeeft. Zodra ze aankomt bij de freule Héloïse, die ze heimelijk moet portretteren in een schilderij bestemd voor Héloïses aanstaande echtgenoot, start een uitwisseling van blikken. De bruine ogen van Noémie Merlant kruisen met de intense blauwgroene blik van Adèle Haenel: intens oplettend, observerend tasten ze elkaars gedragingen af. Marianne om in opdracht van Héloïses moeder haar portret te kunnen schilderen, Héloïse op zoek naar een metgezel om haar eenzaamheid (ze heeft net een klooster verlaten) te doorbreken.

Mariannes aankomst op het strand, nadat ze vanuit een dobberend bootje het water is ingedoken om een kist met schilderslinnen op te vissen, roept herinneringen op aan The Piano, die Jane Campion als eerste vrouwelijke cineast ooit de Gouden Palm opleverde. Een voorbode voor wat Sciamma te wachten staat? Hoe dan ook sluit PORTRAIT DE LA JEUNE FILLE EN FEU – onder meer dankzij de prachtige fotografie van Claire Mathon (zie ook ATLANTIQUE) – aan bij het idee dat veel waarnemers hebben over ‘vrouwelijke cinema’: sensueel, sensitief en hyperpersoonlijk.

De verleidingsdans tussen Marianne en Héloïse (Merlant en Haenel zijn kanshebbers voor de acteursprijs) is al die adjectieven waard, maar is ook niet te onderschatten politiek. Behalve om de blik en de vervagende herinnering aan wat je ziet, gaat PORTRAIT DE LA JEUNE FILLE EN FEU immers eveneens over wie er het recht heeft om te kijken én om te schilderen. Marianne zegt Héloïse dat het vrouwen verboden is om mannelijke modellen te schilderen. “Dat verhindert ons om goede kunst te maken over belangrijke onderwerpen”, vult ze aan. Vrouwen mogen ‘slechts’ vrouwen schilderen, en die zijn nu eenmaal niet de actoren van de Grote Geschiedenis, zo is de ondertoon. Een stelling die later in de film ontkracht zal worden wanneer Marianne op Héloïses initiatief een abortus schildert. Want ook dat is een belangrijk onderwerp.

Nog los van de deels trendgevoelige, deels uiterst relevante discussies over de plek van vrouwen op onder meer het festival van Cannes, bezweert PORTRAIT DE LA JEUNE FILLE EN FEU van het eerste tot het laatste beeld. Sciamma’s liefdesverhaal echoot het mythische ideaal van Orpheus en Eurydice en reflecteert over hoe kunst herinneringen kan vormen en vasthouden. Brandend van verlangen is dit alvast een blijver.

Beeld: Portrait de la jeune fille en feu

Voor meer verslaggeving uit Cannes, zie filmmagie.be/nieuws.

Geschreven door BJORN GABRIELS