Cannes van start: doden of levenden?

“Welcome to Centerville. A real nice place”. Met die slogan heet het Amerikaanse dorpje uit openingsfilm THE DEAD DON’T DIE zijn (weinige) bezoekers welkom. Voor twee weken is Cannes het centrum van de filmwereld. Met heel wat meer bezoekers dan Centerville, maar ook met eigen ‘dorpse’ gewoonten.

Een van die gewoonten is het onwrikbare geloof in tradities. Met goede en minder geslaagde uitkomst. Zo verwelkomt de 72ste editie van het festival opnieuw een schare vaste gasten, met in de hoofdcompetitie onder meer de gebroeders Dardenne, Pedro Almodóvar, Ken Loach, Xavier Dolan, Quentin Tarantino en Terrence Malick. Ook Jim Jarmusch kent zijn weg naar de Croisette sinds hij er in 1984 de debuutprijs Caméra d’Or won voor Stranger Than Paradise. In 2016 stelde hij zijn documentaire Gimme Danger (over Iggy Pops The Stooges) én de poëtische competitiefilm Paterson voor. Dit jaar zorgt hij met de ecologische zombiekomedie THE DEAD DON’T DIE voor de opener van het festival.

De onderkoelde ondode satire kan rekenen op een cast Jarmusch-getrouwen: Bill Murray en Adam Driver zijn een droogkomisch duo dorpsagenten, gesteund door collega Chloë Sevigny en begrafenisondernemer-met-samoeraiskills Tilda Swinton. Ook Iggy Pop (als wandelend lijk) en Tom Waits (als wijze kluizenaar) passeren de revue. Zij bevinden zich allen op de eerste lijn van het einde der tijden, op gang gebracht door fracking aan de polen. Daardoor wijkt de aarde af van haar as, zo vernemen we in nieuwsuitzendingen op radio en televisie, en kruipen de doden uit hun graven. In een mengeling van pastiche en ode strompelen ze door Centerville op zoek naar levend vlees, koffie, wifi en xanax. Anders dan de romantische vampieren uit Jarmusch' Only Lovers Left Alive zijn de ondoden van THE DEAD DON’T DIE niet bepaald gecultiveerd. Ze zijn “remnants of the materialist people”, oftewel belichamingen van hersendood consumentisme, aldus een van de vele verwijzingen naar George Romero’s zombiefilms. In tegenstelling tot zijn voorbeeld is Jarmusch echter niet bepaald scherp in zijn maatschappijkritiek en haalt hij met weinig geïnspireerde metacinema de pit uit zijn satire.

Zo blijkt opnieuw dat ook wat gemakzuchtige pogingen om het (film)verleden tot leven te wekken hun plek vinden op het grootste festival ter wereld. Gelukkig heeft Cannes ook oog voor nieuwe, krachtige stemmen. Met LES MISÉRABLES doet de 37-jarige Franse speelfilmdebutant Ladj Ly dan wel een beroep op (de titel van) een van de bekendste literatuurklassiekers, hij filmde de wijk in Parijs waar Victor Hugo een deel van Les misérables situeerde met energie en een scherp oog voor actuele gevoeligheden.

Net als een van zijn personages registreerde Ly vanaf zijn tienerjaren alles wat er in zijn wijk gebeurde met een digitale camera, inclusief politiegeweld. Jaren later zou hij in Frankrijk naam maken met de documentaire 365 jours à Clichy-Montfermeil over de rellen in Parijs in 2005. LES MISÉRABLES speelt zich een decennium later af, kort na de Franse overwinning op het WK voetbal in 2018. De door sportief succes gestimuleerde samenhorigheid houdt niet overal stand. Agent Stéphane heeft zijn overplaatsing naar Parijs aangevraagd en via zijn kenningsmakingsronde in de auto met twee collega’s worden verschillende bewonersgroepen van de Parijse banlieu Clichy-Montfermeil geïntroduceerd. Er heerst een gewapende vrede waarbij agenten met de harde hand en met de nodige (racistische) bedreigingen de bewoners onder de knoet trachten te houden. Ze worden daarin bijgestaan door de bendes rond een crimineel bijgenaamd Le maire, een drugsdealer en radicale ‘imam’. Al deze autoriteitsfiguren wikken en beschikken over de tieners die rondhangen en spelen in de achtergestelde wijk. Het gezag van misdadigers en politie steunt niet op respect, maar op een hiërarchische machtsuitoefening. Na een fijnmazige sociale doorsnede slaat LES MISÉRABLES om in een geëngageerde oproep om de jeugd haar eigen plaats te laten opeisen. “Il n'y a pas de mauvaises herbes comme il n'y a pas de mauvais hommes. Il n'y a que de mauvais cultivateurs”, citeert Ly uit Hugo’s klassieker. Educatie als antwoord op achterstelling en de jeugd als wissel op de toekomst.

Beeld: The Dead Don’t Die

Geschreven door BJORN GABRIELS
 
onomatopee