Eindwerken van INSAS op eerste editie BRIFF

Eind juni is de uitgelezen periode om eindwerken van filmscholen aan het publiek voor te stellen. Zo programmeerde het kersverse Brussels International Film Festival (BRIFF) het voorbije weekend de afstudeerfilms van de gereputeerde Franstalig-Brusselse filmschool INSAS.

De eindwerken waren opgedeeld in twee secties, een met binnenlandse en een met buitenlandse films, met een opvallend niveauverschil tussen beide. Van de zeven in België gerealiseerde kortfilms stak enkel DEMAIN EST UN AUTRE JOUR van Sophie Halpérin er echt bovenuit. Daarin is Jessica Fanham (bekend van Andrea Pallaoro’s Hannah) een saxofoonspeelster die bijverdient als oppasser in een school, een baantje waar ze niet mee rondkomt. Fanham zet een overtuigende vertolking neer in een film met een duidelijk sociaalkritische ondertoon. De overige films bestonden uit een handvol onvolgroeide ideeën, met als sluitstuk LES ENFANTS DU RIVAGE van Amelia Nanni, een mislukte knipoog naar René Cléments meesterlijke Jeux interdits (1952).

De dag was nochtans schitterend begonnen met kortfilms die dankzij een uitwisselingsprogramma door studenten van INSAS in het buitenland werden gerealiseerd. De vlammen van LA CHATOUILLEUSE D'OREILLES (ook van Amelia Nanni) en het knisperen van brandend bedrukt papier beten de spits af. Stilletjes fluistert het vuur de neergepende woorden, zo lijkt het althans. De moeder van Amelia Nanni luisterde jaren geleden naar een Chinese verteller en raakte daardoor zo begeesterd dat ze zichzelf ook bekwaamde in de vertelkunst. De afsluiter van het eerste deel, het in Polen gedraaide NOWY van Matthieu Bourdeaud'hui, blonk eveneens uit in poëtische kracht. Een oude man staart door het raam en merkt hoe mensen op straat samenkomen. Tot een zacht briesje opsteekt. Het lijkt bijna te eenvoudig, maar de finesse van het kleine, schijnbaar onbelangrijke gegeven doet de film uitgroeien tot een feest voor de filmliefhebber.

De films via het uitwisselingsprogramma vormden samen een divers spectrum met een accent op het sociale. Anna Marcaillou focust in het Franse EX MACHINA op het theebedrijf 1336, dat al enkele jaren in eigen beheer wordt gerund door zijn arbeiders. Daarover zijn al vaker films gemaakt, maar de verlaten burelen en de onbenutte vergaderzalen laten een sterke indruk na. De afwezigheid van directie, IT’ers en andere bedienden blijkt geen invloed te hebben op de werknemers. Net zo duidelijk geformuleerd, maar treuriger, is CALETA DE VALPO (Chili) van Léo Belaïsch, waarin vissers aan de Atlantische Oceaan heel erg te lijden hebben onder de hun opgelegde quota, die voor hen erg laag liggen. De sloepen blijven op het droge zand liggen en de vissers zijn werkloos. Ze zijn moegestreden om hun recht op arbeid (of een menswaardig bestaan) af te dwingen. Door Belaïsch eenvoudig en met de nodige schroom geregistreerd. Net zoals PLAZA DE LA INDEPENDENCIA van Chloé Léonil, gefilmd in Equador. Léonil plukt een vermoedelijk willekeurige dag uit het leven van twee jongetjes die in Quito met schoenpoetsen de eindjes aan elkaar knopen. Heerlijk kort op de huid gefilmd om geen detail te missen. 

In ELEZIONI van Josephine Jouannais (Italië) is zelfs de voice-over die de gedachten van een hond verwoordt charmant. Het dier is een straathond in het Siciliaanse Palermo die volop zijn mening ventileert op de dag van de verkiezingen (4 maart 2018); gevat en geestig. Intussen passeert tijdens het zwerven door de stegen van de viervoeter het alledaagse leven in Sicilië de revue. Deze afstudeerprojecten zijn stuk voor stuk sterke films met een persoonlijke insteek, geënt op een sterke sociale basis.

Beeld: NOWY

Geschreven door ALFONS ENGELEN