Far East Film Festival: commercie en kwaliteit

In de theaterzaal van het Teatro Nuovo in Udine, waar alle films behalve die uit het retrospectieve programma van de 21ste editie van het Far East Film Festival worden vertoond, levert de ene na de andere commerciële film uit het Verre Oosten kwaliteit af. Enkele daarvan kan je gerust cinefiel noemen, met als terugkerend thema dat kinderen erin centraal staan.

Grote kanshebber voor de Jasmijnprijs van het publiek is het Zuid-Koreaanse rechtbankdrama INNOCENT WITNESS (2019) van Han Lee. Daarin is een autistisch meisje van 15 de enige die de gewelddadige dood van een overbuur heeft gezien. In de rechtszaal ontwikkelt zich een steekspel over de vraag of zij aanvaard kan worden als getuige. Enkele sentimentele trekjes in de finale doen geen afbreuk aan de indringende tekening van autisme waaraan de 17-jarige actrice Hyang-gi Kim magistraal gestalte geeft.

Twee hartverwarmende en bijwijlen poëtische Chinese films reiken levenslessen aan in hun verhalen over jonge tieners. In de roadmovie CROSSING THE BORDER (2018) van Meng Huo neemt een 77-jarige opa die op het platteland leeft zijn 10-jarige kleinzoon uit de stad mee op een reis met zijn gemotoriseerde driewieler om een zieke vriend te bezoeken. Hun trip zit vol kleine avonturen, ontmoetingen met alledaagse mensen en (in beeld gebrachte) vertellingen die gaan van mythen over familieverhalen tot de ervaringen van de grootvader in een heropvoedingskamp tijdens de Culturele Revolutie. Het documentair aandoende A FIRST FAREWELL (2018) van Lina Wang speelt zich af in een Oejgoerendorp dat gekneld zit tussen de traditie en de noodzaak van aanpassing aan het officiële China. Het intelligente jongetje Isa moet al volwassen verantwoordelijkheden op zich nemen: hij werkt op het veld met zijn vader, hoedt de schapen en zorgt voor zijn mentaal zieke moeder, terwijl zijn oudere broer naar de universiteit vertrekt. De enige momenten van ontspanning vindt hij bij een zusje en broertje van een andere familie die ook verward raken in de volwassenenwereld.

Het eveneens Chinese THE CROSSING (2018) van Xue Bai is een meer actiegerichte coming-of-agefilm met als centrale figuur de net 16 geworden scholier Peipei. Zoals duizenden andere vasteland-Chinezen die aan de grens met Hongkong wonen, doet ze elke dag de oversteek naar Hongkong, zij om er school te lopen, anderen voor hun werk. Samen met haar Hongkongse hartsvriendin Jo droomt ze ervan een reis naar Japan te maken. Waarvoor geld nodig is. Ze krijgt de kans dat te verdienen wanneer ze voor het lief van Jo, een kleine crimineel, smartphones smokkelt en daar blijkbaar talent voor heeft. De risico’s van die activiteit mengen zich met de conflictrelatie met haar moeder, de voorkeursband met haar gescheiden en hertrouwde vader en de sentimentele ontwikkelingen eigen aan haar leeftijd.

MORE THAN BLUE (2018) van de Taiwanees Gavin Lin – een remake van Won Tae-yeons gelijknamige Zuid-Koreaanse film uit 2009 – geeft zich voluit over aan het melodrama, maar het verhaal over een als vriendschap vermomde liefde tussen twee jonge wezen die in de muziekbusiness werken zit goed in elkaar. Manager K verbergt zijn fatale leukemie voor de songschrijver Cream, die hij in de armen van een andere jongeman drijft. Veel meer ingetogen is daarentegen het Japanse EVERY DAY A GOOD DAY (2018) van Tatsushi Ômori, dat met slechts enkele kleine dramatische gebeurtenissen het ritueel en de levenswijsheid van de Japanse theeceremonie intrigerend overbrengt.

Beeld: Crossing the Border

Geschreven door MARCEL MEEUS
 
onomatopee