Far East Film Festival: de bevrijdende herhaling van Watanabe

Heel ver maar dichtbij, in de huiskamer. Het hart van het 22ste Far East Film Festival (26 juni tot 4 juli) ligt nog altijd in het historische Teatro Nuovo in het Noord-Italiaanse Udine. Vanuit een klein zaaltje daar leidt voorzitter Sabrina Baracetti in streaming de films in, verlopen de intercontinentale persconferenties en worden de 38 competitiefilms online gezet, beschikbaar gedurende de hele festivalweek.

Nu al de ontdekking van het festival is het Japanse fenomeen Hirobumi Watanabe (°1982), aanwezig met zijn vier recentste films. Wat de trailer van zijn allereerste And the Mud Ship Sails Away (2013) aankondigde – geen emotie, geen actie, geen catharsis, geen spektakel ... – blijft gelden voor al zijn volgende producties. In zoverre je van een verhaal kan spreken, weet je niet goed of de twee uur durende PARTY ’ROUND THE GLOBE (2018) opbouwt naar het optreden van Paul McCartney in Tokio in 2018 of de honderdste verjaardag van Watanabe’s grootmoeder. Net als alle volgende is de film in zwart-wit, met een meestal lang aangehouden vaste camera, zonder zekerheid over de chronologische volgorde van de scènes en met een beperkt aantal weerkerende locaties, bijna allemaal op het platteland. Een documentaire aanpak. Tijdens een autorit praat het personage van Watanabe honderduit tegen de chauffeur, zijn onverstoorbare vriend Honda. Die doet er het zwijgen toe, ook al vraagt Watanabe naar diens mening over praktische dan wel filosofische aangelegenheden. De twee zijn collega’s in een elektronicabedrijfje. Als een soort running joke – de film heeft alles van een ingehouden komedie – komt Honda voor de middagpauze buiten om een sigaret te roken, Watanabe volgt en vraagt Honda of hij iets nodig heeft, waarop Honda weggaat. In een andere scène staat Honda overeind van het grasveld bij een sportterrein zodra hij de Big Ben-achtige jingle hoort die het einde van de middagpauze aangeeft. Na het werk rijdt Honda alleen naar huis, eet met zijn hondje Ringo voor het tv-scherm, , laat Ringo uit, doet de was, gaat slapen. Al deze handelingen herhalen zich willekeurig, met af en toe variatie, zoals het hondenuitje samen met een vrouw (zijn echtgenote?), een meisje (zijn dochtertje?). Maar zijn zij echt of een droom van Ringo? Het blijft intrigeren wat de openingsscène van PARTY ’ROUND THE GLOBE, een animatiefilmpje in kleur over kinderen die een halvemaanfabriekje opzetten, te maken heeft met wat volgt.

Wanatabe’s films laten je toe, zetten je daar zelfs toe aan, om zelf invulling te geven aan wat je ziet zonder zeker te zijn of de veronderstellingen wel juist of mogelijk zijn. Misschien verveelt PARTY ’ROUND THE GLOBE precies daarom niet, want hij roept verwachtingen op. Zo worden de terugkerende herhalingen niet irritant, maar groeien ze uit tot een spelletje: komt Honda zijn sigaret roken, volgt Watanabe hem, wacht Honda op de Big Ben-jingle om weer te gaan werken ... ? Het lijkt allemaal wel aaneengeregen, vermakelijke nonsens. Hier en daar hoor je dan radio- of tv-journaals die het hebben over allesbehalve luchthartige items zoals de manipulaties van de regering-Abe in het Japanse parlement, aanslagen in Londen, of de Noord-Koreaanse atoomdreiging.

Life Finds a Way

Herhaling blijft het handelsmerk van Watanabe. De ‘plot’ van LIFE FINDS A WAY (2018) gaat over een filmregisseur in artistieke crisis. Weer twee uur een mengeling van sequensen. Ook hier praat Watanabe in de auto zonder ophouden tegen een (andere) onverstoorbare, zwijgzame vriend die hem rondrijdt. Hij belandt op verschillende locaties, de bibliotheek, een café, bij de dorpsburgemeester, de plaatselijke cinema. Thuis deelt hij een rommelige huiskamer met zijn (echte) grootmoeder in een rolstoel. Met het meisje Riko gaat hij in een sloot garnalen vissen. Van overal telefoneert hij naar een Zuid-Koreaanse vriend om te praten over het wereldkampioenschap voetbal (waarin hij ook België vermeldt). Verder maakt hij zich kwaad over wie hem dwarszitten: de bibliotheekbediende die hem tot de orde roept, filmcritici die zijn films afbreken … In de dorpstempel bidt hij dat hij uitgenodigd wordt naar een of ander groot filmfestival, dat hij de Gouden Palm wint... De enige variatie in de zwart-witfotografie zijn ditmaal de tussentitels in kleur. De radio- en tv-journaals op de klankband blijven wel.

Ook in CRY (2019) keren dezelfde kenmerken terug, hier in een heel minimalistische aanpak: een boer kweekt varkens, eet samen met zijn grootmoeder, wandelt door de velden (waarbij de camera hem uitzonderlijk op de rug volgt), leest in bed, kijkt in een bioscoop lachend naar … zijn eigen volgende film I’M REALLY GOOD (2020). Hoofdrol in deze laatste is voor het meisje Riko (uit LIFE FINDS A WAY). Ze doet huiswerk met haar broer, zit samen met hun moeder aan de eettafel, is onderweg naar school ... Ook hier eindeloze herhalingen met als terugkerend interval een schoolboekenverkoper (Watanabe) die nu eens door Riko dan weer door haar vriendinnetje ‘ontmaskerd’ wordt als een bedrieger. Ook hier ontbreekt evenmin de politiek gekleurde ‘soundtrack’.

De films van Watanabe zijn familie- en vriendenondernemingen, met zichzelf als scenarist, regisseur en acteur, zijn grootmoeder als co-star (tot haar overlijden in 2019), een groepje terugkerende acteurs, zijn broer Yuji als componist en de vaste fotografieleider Bang Woo-hyun. Je moet het statische en herhalende karakter van zijn films gezien hebben om overtuigd te raken van hun originaliteit.

Beeld bovenaan: Party 'round the Globe

Geschreven door MARCEL MEEUS