Far East Film Festival: de kleintjes

Een reden waarom ver-van-mijn-bed-films kunnen boeien is dat ze rechtstreeks, maar vaker nog onrechtstreeks, iets laten doorschijnen over de plaatselijke geschiedenis, cultuur en sociaal-politieke achtergrond. Dat geldt nog meer voor filmlanden die ondanks internet en streaming weinig weerklank vinden in onze huiskamers.

Neem nu Maleisië, een Zuidoost-Aziatisch meertalig kruispunt. Op de weinig overtuigende, maar allicht politiek correcte finale na doet het uitstekende CROSSROADS: ONE TWO JAGA (2018, Nam Ron) diverse verhaallijnen over legale (ordediensten) en onwettige activiteiten (clandestiene inwijkelingen, zwartwerk en arbeidsuitbuiting) samenvallen. Een kersverse politieagent stoot op de corruptie in eigen rangen die al deze illegale manipulaties in stand houden. Tot de slachtoffers van het systeem behoort onder anderen een verongelukte anonieme Rohingya (van de door Myanmar onderdrukte minderheid).

In horrorfilm SATAN’S SLAVES (2017, Joko Anwar) uit Indonesië heeft religie haar aandeel in het zombieverhaal. Als je weet dat ’s werelds grootste islamgemeenschap huist in de Indonesische archipel, waar tegenwoordig een oorspronkelijk gematigde belijdenis wordt geconfronteerd met een oprukkende integralistische versie, doet het verhaal enige toegeving aan de islam wanneer een niet-gelovige familie in een afgelegen dorp belaagd wordt door levende doden. Op aanraden van de plaatselijke imam roept de ‘bekeerde’ heldin in chador de hulp in van Allah. Niet zozeer dankzij Allah als wel door samenhorigheid lijkt de familie zich uiteindelijk te redden (maar er is de finale …), terwijl de imam niet uit opoffering maar door verblinding ten onder gaat bij het zien van zijn zombiezoon.

Voor ons staat Vietnam vooral synoniem voor de Vietnamese oorlog. THE TAILOR (2017, Tran Buu Loc & Kay Nguyen) verwijst er echter nooit expliciet naar. Een mode-atelier in Saigon is eind jaren 60 al generaties lang gerenommeerd voor zijn traditionele vrouwenkleding áo dài. De voorbestemde opvolgster verkiest echter de hippe Parijse en Londense mode. Via een betovering wordt zij gekatapulteerd naar onze dagen, met de wolkenkrabbers, de scooters, de smartphones en de binnengehaalde buitenlandse (vooral Italiaanse) modemerken. Haar bekering tot de traditie is zo goed als onvermijdelijk. Wie de sociale evolutie van Vietnam wil volgen, zal zien dat THE TAILOR onder meer trouw de buitenlandse overheersing weerspiegelt met een Franse invloed in de jaren 60 en – ondanks de onafhankelijkheid – een Amerikaanse invloed in het heden.

Een voor ons westerlingen opmerkelijke film is allicht het Filipijnse THE PORTRAIT (2017, Loy Arceñas), een musical van begin tot einde, dus bijna zonder gesproken dialogen. Gebaseerd op een succesrijk toneelstuk (1966) en later omgewerkt tot een theatermusical heeft de filmversie te veel weg van een podiumenscenering, onder meer door de eenheid van plaats, een groot salon. Aanvankelijk verrast of desoriënteert THE PORTRAIT enisgzins omdat de eerste protagonisten dadelijk in de plot worden gedropt en het iets te lang duurt voordat ze gekaderd worden, waardoor de toeschouwer pas na een tijdje betrokken kan raken. Op de vooravond van de Tweede Wereldoorlog proberen twee zussen wanhopig maar waardig te voorkomen dat het (aan hen opgedragen) meesterwerk van hun teruggetrokken vader-schilder verkocht wordt om hun burgerwoning in het historische centrum van Manilla te redden.

Het enige dat me bijblijft van de Thaise thriller THE PROMISE (2017) van Sophon Sakdaphisit is … de jaartelling, jawel. De film titelt in overdruk een boeddhistisch jaar (voor ons 1997, het jaar van de Aziatische economische crisis) waarin twee hartsvriendinnen elkaar op tienerleeftijd eeuwige trouw zweren, maar wanneer puntje bij paaltje komt onttrekt een van de twee zich aan de belofte om zelfmoord te plegen. Drie decennia later, anno 2560, wordt de overlevende belaagd door de geest van haar vriendin die rekenschap vraagt over de niet nagekomen belofte en als vergelding de dochter van haar overlevende vriendin met de dood bedreigt.

Je kan alleen maar hopen dat de oergewelddadige Singaporese DIAMOND DOGS (2017) van Gavin Lim een extreme fantasie is (met niet eens veel ironie) en geen projectie naar de toekomst. Want in een laboratorium worden terminale patiënten onderworpen aan een therapie die hen tot killers maakt in weddenschapsgevechten die alleen gevolgd kunnen worden in het darkweb. Adembenemend geritmeerd, met enkele sentimentele intervals, blijft de vraag over wat er fictie is en wat er toekomst kan worden.

Lees ook het eerste en tweede verslag over de 20ste editie van het Far East Film Festival in Udine.

Beeld: THE TAILOR

Geschreven door MARCEL MEEUS