Far East Film Festival: filmreuzen uit het Oosten

Ook voor zijn 20ste editie kon het Far East Film Festival kiezen uit een heel divers gamma aan filmculturen, met uiteraard uitgebreid aandacht voor wat de populaire cinema in China, Hongkong en Japan tegenwoordig te bieden heeft.

Niet alle landen uit het Verre Oosten zijn vertegenwoordigd op de 20ste editie van het Far East Film Festival, ook al waren de bescheiden filmlanden Laos, Cambodja en Myanmar sporadisch aanwezig in vorige edities. Naast Zuid-Korea (zie het eerste verslag hier) blijven China, Japan en Hongkong de filmreuzen van het Verre Oosten.

Chinees spektakel

Waar het FEFF tien edities geleden de hand kon leggen op de eerste actiethrillers/policiers uit China, neemt dit genre tegenwoordig een belangrijk aandeel in van de Chinese filmproductie, samen met de komedie. In 1986 was A Better Tomorrow van John Woo nog een topper van het Hongkong onder Britse vlag. Update A BETTER TOMORROW 2018 van Ding Sheng is nu een 100% Chinees adrenalineproduct.

Het FEFF nodigde ook de grootste kaskraker allertijden in China uit. Het doorbeukende actieavontuur WOLF WARRIOR II (2017, Wu Jing) speelt zich af ergens in Afrika. De patriottische onderlaag is niet te ontkennen wanneer een voormalige eliteagent niet alleen opportunistische landgenoten de les spelt, maar het ook opneemt tegen laffe Amerikanen en Europese huurlingen. Even actievol en nationalistisch maar dramatischer is OPERATION RED SEA (2018) van de Hongkongse veteraan Dante Lam, waarin een Chinese marine-afdeling te maken krijgt met piraten en Chinese burgers moet evacueren uit de Hoorn van Afrika. Een andere coproductie tussen China en Hongkong – de ex-Britse kolonie die onder de Chinese hegemonie nog altijd van een eigen status geniet – is het intimistische oorlogsdrama OUR TIME WILL COME (2017, Ann Hui), dat zich afspeelt tegen de achtergrond van de Japanse bezetting van Hongkong begin jaren 40.

Chinese drama- en kostuumfilms worden in de schaduw gezet door de hedendaagse actiespektakels, maar proberen die terugval enigszins op te vangen in hun vertelling. Zoals in het nostalgische drama YOUTH (2017, Feng Xiaogang), dat al heel wat prijzen binnenhaalde op festivals in het Verre Oosten. De film is een coproductie van de historische, ‘communistische’ Augustus First Film Studio (opgericht in 1951) en evoceert hoe de balletafdeling van het Chinese leger in de jaren 70 met zijn patriottische optredens de soldaten op het terrein troost moest bieden. De historische reconstructie kan dan wel authentiek zijn, maar de aanpak neigt eerder naar een soap omwille van de sentimentele en te stereotiepe relaties tussen de jonge protagonisten. Als toegeving aan de spektakelsmaak van het actuele publiek werd in een wat te lang uitgerekt interval ook nog een bloedig militair conflict tussen China en Vietnam toegevoegd. Dan verpakt de meeslepende thriller WRATH OF SILENCE (2017) van de Mongoolse Xin Yukun zijn thema’s corruptie en ecologische en criminele ontsporing heel wat efficiënter in een zoektocht van een stomme vader-mijnwerker naar zijn verdwenen zoontje.

Een recente ontwikkeling in de Volksrepubliek is de kwaliteitssciencefiction. In de lijn van 2001 A Space Odyssey (1968, Stanley Kubrick) en THX1138 (1971, George Lucas) debuteert cinefiel Zhang Linzi met TRANSCENDENT (2018), een bezinning over de evolutie/mutatie van het menselijk ras. Drie generaties van replicanten worden genetisch telkens sterker, maar dreigen in te boeten aan gevoelsleven.

Schaarste uit Hongkong

De Jasmijn-carrièreprijs van het FEFF ging wel nog naar de Taiwanese actrice Brigitte Lin (°1954), boegbeeld van de Taiwanese en Hongkongse cinema, onder meer dankzij Wong Kar-wai’s Chungking Express (1994), maar verder was de film uit de voormalige Britse kolonie beperkt aanwezig. Naast de karatekomedie THE EMPTY HANDS (2017, Chapman To) presenteerde het FEFF slechts één andere zelfstandige Hongkongproductie, NO.1 CHUNG YING STREET (2018) van Derek Chiu. Die deels historische film legt een parallel tussen het naoorlogse verleden en de hedendaagse situatie van het schiereiland. De (degelijk geënsceneerde) acties die een deel van de Chinese bewoners in 1967 ondernam tegen de Engelse bezetter en voor de aansluiting bij Mao’s China gaan over in de actuele, niet tegen te houden nadruk op business, verteld in een thesismatige aanpak die minder weet te overtuigen. In de overgang naar het heden – met een allusie op de Paraplubeweging die in 2014 pleitte voor meer democratie in Hongkong – valt op dat dezelfde hoofdacteurs de jonge protagonisten uit 1967 en die van nu vertolken, om zo de moraal van de film duidelijk te maken dat protest erbij hoort, maar de vooruitgang niet in de weg staat.

Japanse dubbellevens

Japan blijft grotendeels trouw aan zijn publieksgenres: romantische tienerfilms, gangstermovies, horror ... Daarom valt THE SCYNTHIAN LAMB (2017, Yoshida Daihachi) in postieve zin op. De op een manga gebaseerde plot gaat uit van een ‘wat als ...’-vraag. Zes voor moord veroordeelden met elk een eigen achtergrond worden in voorwaardelijke vrijheid gesteld voor een periode van tien jaar. Ze worden geplaatst in een vissersdorp zonder elkaar te kennen en zonder dat de plaatselijke bevolking van hun afkomst weet. THE SCYNTHIAN LAMB evolueert van lichte komedie over de menselijke natuur naar een ingehouden thriller wanneer enkele ex-gevangenen zich niet van hun verleden kunnen losmaken.

Het fijngevoelige drama SIDE JOB. (2017) tekent de gevolgen van de Fukushima-kernramp in 2011. Regisseur Hiroki Ryuichi, afkomstig uit de Fukushima-prefectuur, heeft zich gebaseerd op zijn eigen roman en portretteert een moreel en economisch geschokte gemeenschap via de figuur van een jonge vrouw die een dubbelleven leidt als gemeenteambtenaar overdag en escort in Tokio ’s nachts.

Tot de belangrijkste evenementen van de 20ste editie van het FEFF behoorde het documentaire portret RYUICHI SAKAMOTO CODA (2017) over de Japanse componist Ryuichi Sakamoto (°1952) – alom bekend voor de soundtracks van onder meer Merry Christmas, Mr. Lawrence (1983, Nagisa Oshima) en The Last Emperor (1987, Bernardo Bertolucci) – en de registratie van diens liveconcert in New York RYUICHI SAKAMOTO: ASYNC AT THE PARK AVENUE ARMORY (2018), beide geregisseerd door de van oorsprong Japanse filmmaker Stephen Nomura Schible.

Een eerste verslag van FEFF in Udine lees je hier. Het derde en laatste festivalverslag kan je hier vinden.

Beeld: TRANSCENDENT

Geschreven door MARCEL MEEUS
 
onomatopee