Far East Film Festival, waar publieksprijzen regeren

Van oudsher staan de publieksprijzen hoog aangeschreven in het FEFF. Al was er ook een juryprijs, met een Belgische toets.

De voornaamste prijs van het FEFF blijft de Publiekprijs. In de loop der jaren zijn daar twee ondergeschikte prijzen bijgekomen: de Zwarte Draak, gestemd door een select publiek van pashouders, en de Witte Moerbeiboom voor de Beste Debutant, gekozen door een driekoppige jury. Tussen de specialisten van dit clubje bevond zich dit jaar Freddy Bozzo, stichter van het Brussels International Festival of Fantastic Film (BIFFF), dat zijn editie 2019 net had afgesloten en dat in zijn programma meestal nogal wat Oost-Aziatische thrillers telt.

De jurybekroning ging zaterdagnacht naar het Japanse MELANCHOLIC (2018) van Seiji Tanaka, vorig jaar in eigen land uitgeroepen tot de beste splatterfilm, maar wat mij betreft een ingehouden thriller. Van de nachtelijke yakuza-executies in een badhuis wordt immers meer gesuggereerd dan getoond: een mes op de keel van een slachtoffer of de weg te borstelen bloedplassen op de ceramiekvloeren.

Publiekstoppers

Het Hongkongse STILL HUMAN (2018) van Oliver Chan eindigde bovenaan in de publiekspoll en was ook de keuze voor de Zwarte Draak. Dankzij de inzet en het geduld van zijn jonge Filippijnse verzorgster wordt een stugge, onverdraagzame rolstoelpatiënt opener en begripvoller. Dergelijke plot komt vaker voor, onder andere in de klassieker The Miracle Worker (1962, Arthur Penn) en recenter Me Before You (2016, Thea Sharrock). STILL HUMAN heeft het echter ook en zelfs meer over het fenomeen van ingeweken hulpverleners, niet zelden gediplomeerde personen die omwille van sociale en/of politieke problemen in eigen land besluiten te emigreren. Het vertrouwen tussen de twee protagonisten groeit wanneer zij elkaars achtergrond leren kennen.

De tweede plaats in de publiekspoll was voor de Zuid-Koreaanse politiekomedie EXTREME JOB (2019) van Lee Byoung-heon. De top drie werd afgesloten door DYING TO SURVIVE (2018) van Muye Wen, als het ware een Chinese Dallas Buyers Club (2014, Jean-Marc Vallée). Voor een zieke man smokkelt een importeur van afrodisische oliën vanuit India een leukemieremmend middel binnen dat in de Volksrepubliek zeer duur is. Van het een komt het ander en de ondernemer ziet goed geld in het organiseren van een smokkelketen. Tot hij dreigt te worden aangeklaagd door de Chinese importeur van een erkend Zwitsers medicijn. Wel meer Oost-Aziatische films vertonen het trekje dat ook drama’s het niet zonder een dosis komedie kunnen stellen. Anders dan zijn Amerikaanse voorloper is het eerste deel van DYING TO SURVIVE voluit een komedie voor die, op het cruciale punt, verglijdt naar een drama waarin de protagonist zich bekeert. Daarbij laat hij zijn vrienden-handlangers niet in de steek, want de illegale handel wordt overgelaten aan een andere smokkelaar van medicijnen, die weliswaar nep zijn. Dat de toch geloofwaardige film de zegen van het Chinese regime kreeg, blijkt uit een slottekst die meedeelt dat ten gevolge van de feiten die aan de basis liggen van de film het betrokken geneesmiddel tegen lage kost verkrijgbaar is geworden in het land.

Zuid-Koreaanse remakes en verwanten

De voorgaande bijdrage over FEFF maakte melding van de remake MORE THAN BLUE. Het festival had op deze 21ste editie nog een remake in petto, de Zuid-Koreaanse INTIMATE STRANGERS (2018) van Jae-kyoo Lee, waarvoor het in België niet uitgebrachte Italiaanse Perfetti sconosciuti (2016, Paolo Veronese) als voorbeeld diende. Tijdens een etentje tussen oude vrienden stelt de gastvrouw een spelletje voor: iedereen deelt met de anderen alle berichtjes en telefoontjes die tijdens de avond op hun smartphone binnenkomen. Aanvankelijk sputteren ze tegen en als ze dan toch meestappen in het spel, komt bovendrijven hoe weinig de intieme vrienden elkaar wel kennen. Hoe universeel het onderwerp wel is, blijkt uit de remakes die in de maak zijn in diverse landen van verschillende continenten: Spanje, Duitsland, Turkije, Mexico, India ...

Het Zuid-Koreaanse RAMPANT (2018) van Sung-hoon Kim is geen remake van de ook Zuid-Koreaanse THE GREAT BATTLE (2018) van Kwang-sik Kim (geen familie van elkaar), al zijn de overeenkomsten tussen de eerste, een horrorfilm, en de tweede, een epische kostuumfilm, opvallend. (Anders dan eerst aangekondigd had het FEFF dit jaar dus wél een epische kostuumfilm op het programma staan.) Deze laatste is geïnspireerd door een tachtig dagen durende belegering die een Koreaanse keizer in de 7de eeuw liet uitvoeren tegen een opstandige vesting. Ondanks de intriges om de leider van het fort te vermoorden moet het machtige keizerlijke leger het onderspit delven tegen de vindingrijkheid van de kapitein, de trouw van zijn militaire entourage, het geloof van de bevolking in de leider en de heldhaftigheid van de soldaten en de bewoners, maar ook van een in laatste instantie toegesneld leger van medestanders. Hoewel niet origineel, zijn de massagevechtsscènes indrukwekkend, zoals ook de organisatie van de belegering door de keizer. Ook RAMPANT is een kostuumfilm, neergezet in de 17de eeuw, maar deze is niet episch uitgebouwd, al komen er wel horden zombies bij kijken. Een slecht menende minister van de koning koopt van Hollands sprekende smokkelaars niet alleen een partij haakbussen, maar neemt ook een gevaarlijke besmette man met zich mee. Wanneer die ontsnapt, verandert hij bijna de hele bevolking van een dorp in zombies. Het wordt de taak van de teruggekeerde jongste zoon van de koning om met behulp van een handvol overlevenden het ondertussen ook besmette koninklijk paleis te zuiveren, in extremis geholpen door een opgeroepen legereenheid. Ook hier strijden dus de goeden in de minderheid tegen een omvangrijke en ogenschijnlijk onuitroeibare vijand die dankzij list, moed en opoffering verslagen wordt.

Absoluut het vermelden waard is DEFAULT (2018) van Kook-hee Choi. Ook hier zou je kunnen spreken van een Zuid-Koreaanse versie van een Amerikaanse film, namelijk The Big Short (2016, Adam McKay). DEFAULT is sterker omdat hij de Zuid-Koreaanse financiële crisis van 1997 vertelt met oog voor de speculanten, voor de administratieve en politieke overheid en voor de slachtoffers. Deze betrokkenen worden geconcentreerd in enkele sleutelpersonages: een gewetensvol hoofd van de controledienst van het ministerie van Financiën, die de aankomende crisis al langer had gesignaleerd aan haar onbekwame politieke oversten, een jonge bankconsulent die zelfstandig op de crisis begint te speculeren en een kleine industrieel die door een opdrachtgever overtuigd wordt in plaats van contanten nu wissels te aanvaarden (die in volle crisis alle waarde verliezen). De drie verhaallijnen worden steeds strakker met elkaar verweven en monden uit in de ondertekening van een leningsakkoord met het IMF (waarvan de onderhandelaar vertolkt wordt door Vincent Cassel). Achter de schermen gestuurd door de VS, legt het IMF zware voorwaarden op aan het land. De speculant wordt cynisch rijk, de failliete ondernemer staat op het punt zelfmoord te plegen en de vrouwelijke controlechef wordt ontslagen. Aan de vooravond van de financiële wereldcrisis van 2008 vragen medewerkers van het ministerie van Financiën echter met aandrang om naar haar vroegere taak terug te keren. De film van bijna twee uur heeft de verdienste financieel-economische basisregels en het negeren ervan rudimentair op te voeren en dankzij de structuur en de sterke vertolkingen om te zetten in een spannende thriller.

Beeld: Melancholic

Geschreven door MARCEL MEEUS