Far East Filmfestival (slot), Korea boven

Alleszins op filmgebied zet Zuid-Korea er alles op om door te breken; het enige wat ontbreekt is een openhartige erkenning van zijn vitaliteit door de Westerse filmdistributie.

De natie heeft zich ongetwijfeld het beste eigen gemaakt van de Chinese en Japanse cinema die nu een beetje ter plaatse lijken te trappelen. Maar het is zeker geen naäperij. Het is nog wachten op een Koreaanse historische mantel-en degenfilm in het kielzog van bv. de Japanse (ditmaal ontgoochelend) THE FLOATING CASTLE (van Inudo Isshin). Maar wie weet of, eenmaal de ideologische en politieke tegenstellingen voorbij, Zuid- en Noord-Korea samen geen productie op stapel zetten geënt op het gemeenschappelijk verleden.
In alle andere genres investeert het land. Met succes, want ook het publiek van het FEFF in Udine dacht er zo over. Met als winnaar HOW TO USE GUYS WITH SECRET TIPS (Lee Won-suk) waarvan de titel al overduidelijk het pretentieloze romantisch comedy-genre illustreert: een jonge tv-assistente in een beroeps- en sentimentele cul-de-sac investeert haar laatste hoop in een video met nuttige raadgevingen. Voluit romantisch maar toch hartverwarmend is de ontmoeting tussen twee eenzame zielen in THE WINTER OF THE YEAR WAS WARM (Sho David). Op dezelfde golflengte maar intimistischer en emotioneel contrastrijker is EUNGYO (Jung Ji-woo), met als protagonisten een succesrijke dichter op jaren die zich optrekt aan een jong meisje, een “relatie” die tegengewerkt wordt door de jonge vertrouweling van de dichter.

Variatie. Op de derde plaats van het publiekspalmares was de tweede Koreaanse IP MAN – THE FINAL FIGHT van Yau Herman die in 2010 de prequel THE LEGEND IS BORN realiseerde, beide eerst en vooral actiefilms waar de actuele Chinees-Hong Kongse THE GRAND MASTER van Won Kar-wai met heel wat meer middelen dieper graaft. Als het op harde confrontaties aankomt moet de gangsterprent NEW WORLD (Park Hoon-jung) met zijn intriges tussen locale/internationale mafia én zijn bestrijders qua scenario, mise-en scène en coup-de-théatre niet onderdoen voor een Martin Scorsese, met een gedoseerd geweld in tegenstelling tot de veelvuldige splatter knokpartijen in de Taiwanese THE GANGSTER (Kongkiat Khomsiri). Altijd Zuid-Korea: in de beste politiek geengageerde traditie à la Costa Gavras bevindt zich NATIONAL SECURITY (Ching Ji-young), over de psychologisch-fysieke marteling van tegenstanders van het militaire regime in de jaren ‘80. Een Werewolf in New York heeft zijn betere tegenpool (minder verschrikking, meer gevoel) in het landelijke A WEREWOLF BOY (Jo Sung-hee). Terecht bekroond met de jury-prijs en de beste acteurs-prijs op het jongste Tokyo Filmfestival is JUVENILE OFFENDER van Kang Yi-kwang, met sociale underdogs als protagonisten: een jonge ongehuwde moeder die haar achtergelaten zoon laat erkent terwijl die op zijn beurt een houvast zoekt in zijn omgeving.

Misschien laat de volgende FEFF-editie ook een rijper geworden cinema zien uit Malesië, de Filippijnen of Thailand die het totnutoe vooral houden op sentimentele en horror-producties. But Udine liked it! De Thailandse COUNTDOWN (foto) kaapte de tweede publieksprijs weg: een claustrofobische pulp-horror die Oosterse en Westerse overtuigingen en conventies door elkaar haalt want als je op tweede kerstavond een dealer He-sus genaamd in een New Yorks appartement binnenhaalt…

Geschreven door MARCEL MEEUS
 
onomatopee