Far East Filmfestival Udine – 3

De Japanse THE ETERNAL ZERO (foto) werd door het publiek tot beste film van het 16de FEFF in Udine verkozen. Ik had veeleer THE JOURNEY (Chiu Ken Guan, 2014) verwacht, een film met tal van troeven: de enige vertegenwoordiger van het kleine filmland Maleisië, rijk aan thema’s, waarbij westerlingen zich in zekere mate betrokken kunnen voelen, een komedie met dramatische momenten, en gedeeltelijk een roadmovie ook. Samen met haar Engelse verloofde Benji keert Bee Yong terug naar haar geboortedorp om aan haar vader Chuan de zegen voor hun huwelijk te vragen. Zowel taal- en culturele verschillen als de generatiekloof dreigen de relatie te ondermijnen. Als laatste bewijs van goede wil voert Benji op zijn motor Chuan het land door om diens oude schoolkameraden uit te nodigen voor het huwelijksfeest, zoals hij hen destijds beloofd had.

De tweede publieksvoorkeur ging naar de Zuid-Koreaanse THE ATTORNEY (Yang Woo-seok, 2013), een film van het soort waar de Zuid-Koreanen nog altijd moeilijk zonder kunnen: de terugblik op de periode na de Koreaanse oorlog. De sobere film is gebaseerd op een waargebeurd feit en geïnspireerd door de eerste geëngageerde acties van de latere staatspresident Roh Moo-hyun. Een als juridisch adviseur debuterende advocaat neemt de verdediging op zich van een student die door de politie van communisme werd beschuldigd én mishandeld. De rechtszaak draait filmisch uit op een pleidooi voor respect (mensenrechten) en thematisch voor idealisme (uitkomen voor je overtuigingen). De film werd ook bekroond met de prijs van de geaccrediteerde professionelen.

Ook het in de 15de eeuw gesitueerde historische drama THE FACE READER (Han Jae-rim, 2013) houdt voor de Koreanen een allusie in op het recente autoritaire regime en een beschrijving van de vele facetten van de Koreaanse inborst. In deze thriller krijgt een gezichtenlezer/waarzegger toegang tot het hof waar hij, met als klanten dignitarissen en andere invloedrijke personages, verzeild raakt in politieke intriges. Zuid-Korea produceert een variëteit aan thrillers, van actiegericht tot pure suspense. BROKEN (Lee Jung-ho, 2014) is van psychologische inslag, waarbij de toeschouwer op/in de huid zit van een radeloze vader die zijn verdwenen dochter wil wreken.

De Filippijnse BARBER’S TALES (Jun Robles Lana, 2014), de derde meest gewaarde film van het festival, begint als een dorpskomedie waarin de weduwe van de enige barbier zijn zaak in handen neemt en dankzij de solidariteit van de vrouwen de mannelijke weerstand overwint. Op de achtergrond is er de noodtoestand afgekondigd door het Marcusregime tegen de opstandelingen. Maar wanneer die politiek-militaire confrontaties gewelddadig doordringen tot in het dorp, is het opnieuw de vrouwelijke eensgezindheid die het ergste kan voorkomen.

De politiek en haar huidige corruptie als systeem is het onderwerp van DYNAMITE FISHING (Chito S. Roño, 2013). Het ritme van de film volgt het humeur van de jonge protagonist, een visser die zijn frustrerende job compenseert met momenten samen met zijn liefje. Met tegenzin aanvaardt hij de opdracht om zijn zieke vader te vervangen bij het “verzamelen” van stemmen voor de plaatselijke verkiezingen, waarbij hij zijn liefje wel moet verwaarlozen. Tenslotte ontdekt hij hoe het systeem werkelijk in elkaar zit en hoe ook de toekomstige stemmers zich bewust laten omkopen omdat hun verdere inkomen afhangt van die keuze, zonder dat er echter enig zicht is op echte lotsverbetering. De film is opgenomen in de geboortestreek van de regisseur, waar in november vorig jaar de tyfoon Hayian overheen raasde; het FEFF ondersteunde een hulpactie voor het getroffen gebied, gepromoot door de veelzijdige Filippijnse filmprofessional Joanna Vasquez Arong.

Zit er in BARBER’S TALES een lesbovleugje, dan focust ANITA’S LAST CHA-CHA (Sigrid A.P. Bernardo, 2013) zonder meer op de halsstarrige en overtuigde 12-jarige Anita die smoorverliefd wordt op een jonge vrouw die pas is teruggekeerd naar het dorp. Het is een volwassen Anita die terugblikt op die ervaring die niet slaagde, niet door van moralistische of sociale vooroordelen (zo goed als afwezig!), maar gewoon omdat het niet klikte …

Actueel is de Taiwanese CAMPUS CONFIDENTIAL (Lai Cheun-yu Donnie, 2013), een lichte campus-liefdeskomedie in tijden van internet en smartphones. Een misdaadverhaal dat van bijna het begin de daders kenbaar maakt, maar uitdraait op oergevoelens zoals bescherming van de familie, is de eveneens Taiwanese SOUL (Chung Mong-hong, 2013). Als de Italiaanse voetbalfans afgelopen zaterdag eerst KANO (Umin Boya, 2014) hadden gezien, dan hadden de supporters van de Napolitaanse, Florentijnse en Romeinse clubs misschien begrepen dat sport een uitdaging is, maar dat dat de aanhangers van de club niet ontslaat van het betuigen van wederzijds respect. Er is wel wat kennis nodig van de historische achtergrond van de geo-politieke rivaliteit tussen China, Japan en Formosa/Taiwan in de jaren 30 om ten volle de pacifistische boodschap te apreciëren. De film reconstrueert de opgang van een Taiwanese multi-etnische baseballclub tot de finale in Japan dat bij die gelegenheid de waarde van die ploeg met respect erkent. De filmische wisselwerking tussen sportadrenaline en cultureel-politieke diepgang wérkt.

Voor de volledigheid moeten ook Indonesië en Thailand worden vermeld. Indonesië was vertegenwoordigd met THE RAID 2 (Gareth Huw Evans, 2014), een supervechtkunst- & actievervolg, hier geconcentreerd op de wraak van Rama voor zijn in de eerste THE RAID: REDEMPTION (2012) omgebrachte broer. En uit het andere land komt PEE MAK (Banjong Pisanthanakun, 2013), de zoveelste filmvariatie op een erg populaire spoken-/volksvertelling: een omgekeerd Orfeusverhaal waarin de tijdens een bevalling overleden jonge vrouw wil terugkeren naar haar man die vertrokken was naar militaire dienst.

Geschreven door MARCEL MEEUS
 
onomatopee