Festival Torino (2): waargebeurd

Het 35ste Torino Filmfestival sprokkelt een aantal verhalen bij elkaar die van ver of nabij geïnspireerd zijn op ware gebeurtenissen, maar elk op een eigen manier gedramatiseerd.

Het Zuid-Koreaanse A TAXI DRIVER van Hoon Jang is goed geconstrueerd, maar vrij klassiek. We volgen een taxichauffeur in Seoel, weduwnaar en vader van een dochtertje, tijdens een doorsnee werkdag in 1980 terwijl we worden ingelicht over de militaire staatsgreep die aan het gebeuren is. Een cut brengt ons naar Tokio, waar de vorig jaar overleden Duitse journalist Jürgen Hinzpeter een mogelijkheid zoekt om de geruchten over de repressie in de Zuid-Koreaanse provinciestad Gwangju ter plaatse na te trekken. Dat de twee elkaar zullen ontmoeten ligt voor de hand. In de verdere ontwikkeling van het verhaal duiken misverstanden en twijfels op, maar het tweetal – geholpen door een student en plaatselijke collega-taxichauffeurs – slaagt er ondanks de militaire terreur uiteindelijk in de leugens van de propaganda te ontmaskeren en hun gefilmde materiaal het land uit te smokkelen om wereldwijd verspreid te worden.

Het onlangs ook op Film Fest Gent vertoonde TESNOTA, waarmee de Russische Kantemir Balagov in Cannes de FIPRESCI-prijs in de Un Certain Regardcompetitie won, stelt in sombere kleuren de cultureel-etnische en familiale tradities op de proef in de Noord-Kaukasus wanneer een toekomstig bruidspaar van joodse oorsprong gekidnapt wordt. Wie er precies losgeld opeist is niet duidelijk, maar de rebelse zus van de bruidegom voelt zich nog meer geklemd tussen haar lief van misprezen moslimafkomst en de redding van niet alleen haar broer, aan wie ze sterk gehecht is, maar van haar hele familie.

De onderhoudende drie uur lange eerste fictiefilm A FÁBRICA DE NADA (The Factory of Nothing) van de Portugese documentairemaker Pedro Pinho evoceert de strijd die begin 21ste eeuw arbeiders ondernamen om de sluiting van ‘hun’ liftenfabriek in Lissabon te voorkomen en uiteindelijk in zelfbeheer open te houden. De film is een ongewone maar coherente mengeling van documentaire, drama en zelfs musical, met veel ruimte voor de praktijkgerichte discussies tussen enerzijds de arbeiders en anderzijds een groep Portugese en Franse intellectuelen met hun theoretische concepten.

Het Chileens-Franse REY (King) van Niles Atallah – begin dit jaar in Rotterdam al winnaar van de Special Jury Award in de Tijgercompetitie van het IFFR – rakelt een lang vervlogen geschiedenis op: halfweg de 19de eeuw ondernam de Franse plattelandsadvocaat Orélie-Antoine de Tounens een expeditie in Patagonië om er op vreedzame manier een koninkrijk te stichten dat de Indiaanse stammen uit dat gebied moest verenigen tegen de claims van de Chileense republiek op hun gebied. Het inspireerde Atallah tot een experimentele film, niet alleen omdat de protagonisten in de historisch gedocumenteerde delen maskers dragen terwijl ze in het ‘mythische’ deel hun menselijke gelaatstrekken tonen, maar ook omdat de vormgeving sterk helt naar de stille film, met gekraste of verbrande pelliculestroken. De evocatie van de strijd tussen de inheemse bevolking en de veroveraars via fragmenten uit stille films als De laatste dagen van Pompei (1908) of Custer’s Last Fight (1912).

Het op de Franse strip La mort de Stalin (Fabien Nury en Thierry Robin) gebaseerde THE DEATH OF STALIN van de Engelse Armando Iannucci ensceneert de geschiedenis met veel ironie, zeg maar sarcasme. Een plejade van steracteurs (onder anderen Steve Buscemi en Michael Palin) kruipt in de huid van de communistische leiders die tijdens de nationale rouw bij het overlijden van Stalin elkaar bekampen om de macht in de Sovjet-Unie over te nemen. Overtuigend en hilarisch!

Beeld: THE DEATH OF STALIN

Geschreven door MARCEL MEEUS