Filmer à tout prix valt uit de boot

Tegelijk met het terugschroeven van de subsidies aan Cinéma Nova is er nog een streng verdict voor een organisatie die op eigenzinnige wijze films programmeert. In dezelfde subsidieronde is namelijk besloten het tweejaarlijkse documentaire festival Filmer à tout prix geen steun toe te kennen.

In 2015 liet de toenmalige Franstalige minister van Cultuur Joëlle Milquet (cdH) tijdens de plechtige opening van het festival haar woordvoerder nog verkondigen: “Filmer à tout prix is de vitrine van de documentaire in Brussel en in Wallonië.” Onder opvolgster en partijgenote Alda Greoli wordt die “vitrine” nu zonder middelen gesteld.

Volgens het festival kadert deze beslissing in een “voortschrijdende ontmanteling van de documentaire auteurscinema. Het merendeel van de productieateliers ziet hun contractuele overeenkomsten gelimiteerd van 4 naar 2 jaar, met her en der ook een substantiële daling van werkingsmiddelen. Daarbij komt tegelijk de verminderde subsidie aan de unieke vertoningsplek Cinéma Nova.”

Filmer à tout prix werd in 1985 opgericht door de Waals-Brusselse Federatie zelf. Acht jaar geleden stond ze de organisatie af aan het festival. In een parcours van tot nu toe 17 edities heeft Filmer à tout prix een podium geboden aan vaandeldragers van de documentaire cinema zoals Raymond Depardon, Chantal Akerman, Agnès Varda en Johan van der Keuken.

Tweejaarlijks combineren zowel competities als thematische programma’s films van Nederlandstalige en Franstalige Belgen met internationaal documentair werk. Tijdens de vorige editie, eind november en begin december 2017, stonden bijvoorbeeld unieke films van Peter Watkins en Marcel Hanoun naast de klassieker The Thin Blue Line van Errol Morris. Het festival geeft aan telkens zo’n 40 Belgische films op het programma te plaatsen. De afgelopen jaren waren dat Vlaamse makers als Sven Augustijnen, Elias Grootaers, Isabelle Tollenaere, Sofie Benoot, Gerard-Jan Claes & Olivia Rochette, Ruben Desiere, Sarah Vanagt en vele anderen.

“Onze passie en toewijding blijven intact,” stelt het festival. “maar zonder de minimaal noodzakelijke middelen is het onmogelijk om onze missie voort te zetten.” Samen met twaalf andere organisaties lanceert Filmer à tout prix “een oproep aan de minister van Cultuur om een ​​oplossing te vinden waardoor we de organisatie van Filmer à tout prix organisatie kunnen voortzetten. Meer in het algemeen is het essentieel om een ​​inhoudelijk debat op gang te brengen over de steun die de Waals-Brusselse Federatie in de toekomst nog aan de creatieve filmsector wil geven.”

In een reactie aan persagentschap Belga heeft minister Greoli laten weten dat “het project (van Filmer à tout prix, nvdr) voor de komende jaren de leden van de Commissie voor Audiovisuele Exploitanten (COA) niet heeft kunnen overtuigen. Hun oordeel is gebaseerd op in het decreet vastgelegde criteria en ik heb hun advies gevolgd.” Bovendien, zo geeft de minister aan, “is Filmer à Tout Prix niet het enige festival dat zich toelegt op documentaires. Millennium, bijvoorbeeld, is ook volledig gewijd aan dit genre en andere festivals zoals het FIFF (in Namen, nvdr) of het Festival Cinéma Méditerranéen de Bruxelles programmeren er ook regelmatig. (…) Ik twijfel niet dat de specifieke programmering van Filmer à tout prix bij andere organisaties te zien zal zijn.”

Over haar steun aan de productie-ateliers heeft minister Greoli laten weten dat de globale steun onveranderd blijft en dat ze ontmoetingen plant met de verantwoordelijken van de verschillende ateliers.

Onlangs werd wel het nieuwe, op het grote publiek gerichte Brussels International Film Festival (BRIFF) aangekondigd (zie Filmmagie 682) en ook het festival Ramdam in Doornik ontvangt nu steun.

Beeld: A fábrica de nada (Pedro Pinho), te zien op de 17de editie van Filmer à tout prix

Geschreven door BJORN GABRIELS