Filmfestival van Mannheim: 65 jaar hoogstaande kwaliteit

Het gerenommeerde Filmfestival van Mannheim-Heidelberg is dit jaar 65 jaar jong. En de filmwereld zal dat geweten hebben. Het hoeft niet meer gezegd te worden dat het festival er al die jaren in geslaagd is om kleinschalig gezellig en kwalitatief hoogstaand te blijven. In de eerste plaats dankzij de opeenvolgende artistieke leiders. Even een brokje (filmfestival)geschiedenis.

De Mannheimer Kultur- und Dokumentarfilmwoche is in 1952 opgericht door Heidelberger Kurt Joachim Fischer. Walter Talmon-Gros uit Tübingen nam in 1962 de fakkel over en bij zijn dood in 1973 werd fotografe Fee Vaillant artistiek leider, tot Michael Kötz in 1991 op spraakmakende wijze het festival overnam. Spraakmakend inderdaad, omdat het vermoedelijk zonder precedent is/was om een filmfestival halfweg stil te leggen, iedereen te verzamelen en een panelgesprek te beginnen over de zin van een filmfestival.

Gedurende de voorbije 25 jaar is er erg veel veranderd. Door de alsmaar groeiende versmelting van op ware feiten gebaseerde speelfilms en documentaires werd die laatste categorie eenvoudigweg afgevoerd. In tegenstelling tot bij andere filmfestivals met een buiten hun oevers tredend programma-aanbod, werd geopteerd voor (jonge) beginnende filmmakers met hun eerste films. Een selectiecomité kiest consciëntieus een beperkt aantal hoogwaardige debuutfilms. Daar duikt een eerste probleem op, want het festival geeft een podium aan cineasten van morgen. Maar ga dat maar eens uitleggen aan een subsidiërende overheid, die maar al te graag wenst te bezuinigen in de sector van kunst & cultuur! 

Hoe dan ook, sinds 1994 wordt er met Heidelberg samengewerkt. Van dan af heet het festival dan ook officieel Mannheim-Heidelberg. Twee jaar later ontstaan de Mannheim Meetings, een filmprojectmarkt een beetje naar het voorbeeld van de Cinemart in Rotterdam, zoals die destijds door stichter-bezieler van het IFFR Hubert Bals bedacht was. De Europese subsidies daaraan verbonden zijn welkom, maar wekken toch wel de na-ijver op van de Berlinale, die eveneens een deel van de buit opeist. Mannheim terug naar af? Nee, men blijft creatief en in 2010 – onder leiding van Julek Kedzierski – wordt de Mannheim Meeting Place in het leven geroepen, geconcentreerder en kleiner dan vroeger misschien, maar wel doeltreffender. In 2012 wordt voor de laatste maal de Prijs R.W.Fassbinder uitgereikt, als hommage aan de grote cineast. Enkele verdwaalde muggenzifters eisen het recht op de naam Fassbinder op, zodat in 2013 deze prijs – vrij vindingrijk – tot Special Prize Mannheim-Heidelberg is omgedoopt. 

De lijst met ontdekkingen is sedert 1991 behoorlijk lang, met namen zoals Bahtiyar Khudojnazarov, Bryan Singer, Thomas Vinterberg, Lou Ye, Rafi Pitts, Nicolas Winding-Refn, Paula Hernandez, Matias Bize, Igor Sterk, Sandrine Veysset, Ramin Bahrani en niet te vergeten de Belgen Frédéric Fonteyne en Geoffrey Enthoven. Belangwekkende films van de voorbije edities – weinig films daarvan zijn overigens in België vertoond – zijn onder meer Y-AURA-T-IL DE LA NEIGE à NOËL? (Française Sandrine Veysset, 1996), DISTANCIAS CORTAS (Mexicaan Alejandro Guzmán Alvarez, 2015), NABAT (Azerbeidzjaan Elchin Musaoglu, 2014), TANGERINES (Est Zaza Urushadze, 2013), FINAL WHISTLE (Iranese Niki Karimi, 2012) of UN CUENTO CHINO (Argentijn Sebastián Borensztein, 2011). Borensztein is dit jaar in competitie met zijn tweede film, KOBLIC, die het opneemt tegen IN VIEW – wel een echt debuut – van de Ier Ciaran Creagh, die het scenario van PARKED (Ier Darragh Byrne) schreef, in 2011 goed voor de grote prijs. Dat er bij de 19 films in competitie een handvol tweede films zijn opgenomen en bij de 11 “ontdekkingen” drie eerstelingen, blijft een wat vreemde vaststelling. België is van de partij in de competitie dankzij het debuut van Annick Ghijzelings 27 FOIS LE TEMPS (foto). De filmmaakster – in het gewone leven filosofe – is geboren in Charleroi en woont in Brussel. Afgezien van de hoger vernoemde drie zijn er bij de 19 + 11 geen namen die meteen een belletje doen rinkelen. 

Dat is anders bij de derde pijler van het festival, de 'International Independent Cinema', waarin uit België zowel de poulain van Mannheim, Geoffrey Enthoven (BROER), als nieuwkomer Pieter-Jan De Pue (van het pakkende THE LAND OF THE ENLIGHTENED) de veelzijdigheid van het Duitse filmgebeuren benadrukken. In dezelfde sectie present: de Algerijnse Fransman Rachid Bouchareb (ROAD TO ISTANBUL), dit jaar nog in de Panoramasectie van Berlijn, Italiaan Paolo Virzi (LA PAZZA GIOIA), de openingsfilm van het Brussels Filmfestival, de Marokkaanse Fransman Oliver Laxe (van het opmerkelijke MIMOSAS), die in Cannes dit jaar in de Semaine de la Critique werd gelauwerd, Roemeense Ruxandra Zenide (THE MIRACLE OF TEKIR) die met RYNA in 2005 al de Prijs van de Jury in Mannheim mocht ontvangen en de Duitse Rike Holtz (ALLES IN BUTTER), wat wel erg apart is omdat haar film als enige kortfilm – 30 minuten zo ongeveer – deel uitmaakt van het programma. Enig navlooiwerk vertelt dat ze in Kassel een filmopleiding genoot bij de filmmakers Yana Drouz & David Safarian. Klein maar fijn vermoedelijk en om reikhalzend naar uit te kijken, zoals trouwens de rest van de – als we de acht kinderfilms meetellen – net geen 50 films. 

Indien de lustrumeditie nog op zoek zou willen gaan naar een mascotte, dan lijkt me de kleine Oscar uit 'de blikken trommel' van Gunter Grass een te overwegen idee. 

De 65ste editie van het festival heeft plaats van 10 tot 20 november 2016 en opent met LOST IN ARMENIA (foto) van Serge Avedikian.

Voor meer informatie info@iffmh.de of gewoon www.iffmh.de/en/.

Geschreven door ALFONS ENGELEN
 
onomatopee