Filmmagie sprak met Gioia Smid over Pim & Pom, het grote avontuur

“Nog altijd heb ik een foto van Fiep hangen; als er dan weer iets verschijnt, vertel ik haar: “Kijk Fiep, hier is d’r weer eentje”, vertelt een lachende Gioia Smid, de Nederlandse maakster van de PIM & POM-bioscoopfilm . Na een tentoonstelling, een boek, een documentaire en een serie van 52 korte afleveringen over Pim en Pom was het tijd voor een nieuwe uitdaging. Die uitdaging kwam er in de vorm van de animatielangspeelfilm PIM&POM, HET GROTE AVONTUUR, waarin de twee poezen onfortuinlijk gescheiden worden van hun baasje, en alles op alles zetten om met haar te worden herenigd. Volgens Gioia is deze film een ware hommage aan de in 2004 overleden Fiep Westendorp.

FILMMAGIE: U bent kunsthistorica, hoe en waarom maakte u de sprong naar een compleet andere wereld?


GIOIA SMID:“Leuk is dat hé! Ik heb kunstgeschiedenis gestudeerd, en heb dat ook keurig afgemaakt. Later werkte ik bij het theaterinstituut in Amsterdam, waar we tentoonstellingen maakten over allerlei onderwerpen. Een ervan was op een bepaald moment Annie M.G. Schmidt. Op die manier ben ik bij Fiep Westendorp over de vloer gekomen om daar tekeningen voor de tentoonstelling uit te zoeken. We bleken heel dicht bij elkaar te wonen, het klikte tussen ons en gaandeweg hebben we een, uiteindelijk, jarenlange vriendschap opgebouwd. Op een bepaald moment was ze er erg slecht aan toe en geraakte ze meer en meer in een soort kluizenaarssituatie, waarop ik me afvroeg hoe het met haar tekeningen zat. Die bleken nog boven in haar atelier te liggen, waar ik mocht gaan kijken. Maar het dak lekte, en de tekeningen bevonden zich echt in een onderkomen staat. Toen heb ik haar voorgesteld om er als freelancer een project van te maken en eenmaal per week langs te komen om alle tekeningen te ordenen. Zo ben ik ook Pim en Pom tegengekomen in die beroemde badkamerkastjes, waar ze in grote plasticzakken opgestapeld lagen. Toen besliste ik om een tentoonstelling van haar werk te maken en daar heb ik dan ook nog een boek en documentaire bij gemaakt. Uiteindelijk heeft ze me gevraagd om conservator van haar werk te worden.”

U had eerder al een animatiereeks over Pim en Pom gemaakt, waarom nu de keuze voor een langspeelfilm? En wat is het verschil met de serie?


G. SMID: “Het verschil is dat een televisiescherm ontzettend klein is en een bioscoopscherm ontzettend groot. De serie werd af en toe ook op groot scherm vertoond en het viel me op hoe sterk dat bleef op zo’n scherm. De grote grafische vormen en dat strakke vond ik het heel goed doen. Door dat grootteverschil besefte ik wel dat we voor een langspeelfilm uit een ander vaatje moesten tappen. Je oog dwaalt namelijk over het scherm, dus moet er overal iets gebeuren. Het verschil in perspectief bezorgde ons ook heel wat kopzorgen. Fiep tekende immers alles in de hoogte, wat wij in de breedte minder goed konden doen. Daar hebben we bijgevolg intensief aan gewerkt, hebben allerlei vertaalmanieren ontdekt om dat te doen lukken en er tegelijkertijd voor te zorgen dat we heel dicht bij haar werk bleven. De camera beweegt bijvoorbeeld horizontaal of verticaal maar nooit in de diepte. We hebben dan ook goed over nagedacht om alles heel plat te houden en in de animatie visten we de key poses van de figuren er uit die Fiep al had getekend in feite. En dan van de ene key pose naar de andere in zo min mogelijk beeldjes. Dus gewoon het zo strak en grafisch en zo dicht mogelijk bij haar werk proberen te houden. Het kleurgebruik is veranderd. Het palet van rood, geel, blauw, zwart en wit hebben we uitgebreid met meer kleuren maar we hebben nooit groen gebruikt. Dat geeft ook een heel gek idee. Dat je in een bos wandelt zonder die groene kleur. 
Het verhaal is ook anders, je moet er immers zeventig minuten lekker gezellig naar kunnen kijken. Daar is veel werk overheen gegaan. Versie zeventien van het scenario is uiteindelijk verfilmd en aan het tekenen hebben we een jaar gezeten, met 15 animatoren. Weet je, heel het ontwikkelingsproces was ontzettend leuk, maar na tweeënvijftig filmpjes hadden we de slag wel te pakken. Door aan een langspeelfilm te beginnen was er opnieuw een compleet nieuwe uitdaging. Dat was voor de scenarioschrijvers, de art director en ikzelf nog onontgonnen gebied omdat we allemaal nog nooit eerder een lange speelfilm gerealiseerd hadden. Het was dan ook de nieuwe uitdaging dat de doorslag gaf bij deze beslissing. Ik zou, denk ik, ook niet meer van die korte afleveringen maken, dan kies ik wel voor specials van twintig minuten (lacht)!

Waar hebt u de inspiratie gehaald voor het verhaal en voor de tekenstijl? Is er sprake van buitenlandse invloeden zoals bijvoorbeeld Disney?


G. SMID: “Disney niet, daar zit ik ver vandaan. Wij zijn heel grafisch, wat Amerikanen helemaal niet leuk vinden. De kinderwereld moet daar zacht en knuffelbaar zijn. Japanners houden er dan weer wel van want het sluit aan bij hun eigen stijl van ontwerpen en kalligrafie. Toen ik met de serie begon, vond ik de intro van Monsters Inc. met al die deuren en muziekinstrumenten ontzettend leuk. Daar heb ik dus naar gekeken en de achtervolgingsscène met de nichtjes en al die deuren is daar echt een hommage aan. Terwijl we wel allemaal deuren van Fiep hebben gebruikt, die komen allemaal uit haar tekeningen. 
Uit The Artist heb ik ook inspiratie gehaald om de drukte van een kantoor weer te geven in de grote stad. In die film is er een scène waar je allemaal mensen op verschillende trappen ziet lopen. Je ziet niet goed waar ze nou naar binnen gaan en waar ze weer eruit komen. Erg interessant.”

Hoe zou je zelf de tekenstijl omschrijven?


G. SMID: “Heel grafisch en met sterke outlines, slechts de achtergronden hebben er geen. Daar hebben we geopteerd om kleurvlakken tegen elkaar aan te plaatsen. Aanvankelijk hadden we in de achtergronden ook allemaal strepen maar dat werkte niet en we zaten ontzettend te knoeien met de voor- en achtergrond omdat er immers geen diepte in zit. Toen vond ik een boek van Fiep waarin ze kleurvlakken simpelweg tegen elkaar plaatste en toen wist ik dat we het op dezelfde manier moesten aanpakken. Dus alleen Pim en Pom en de mensjes zijn van outlines voorzien maar de objecten en de achtergronden niet. En dat werkt als gek, want je wordt op die manier ook niet de hele tijd afgeleid door dat grafische.
De film is in zijn geheel heel minimalistisch. Natuurlijk niet wat betreft animatiestijl want Fiep was bijna karikaturaal in haar key poses. En het kleurgebruik is ook heel bijzonder, zonder dat groen. Daardoor heeft het ook een heel bijzondere sfeer gekregen, geloof ik.”



Voor de film was het nodig om nieuwe figuurtjes te bedenken, zoals bijvoorbeeld de andere katten die Pim en Pom ontmoeten, wat zou Fiep Westendorp van dat resultaat vinden?


G. SMID: “Dat is een vraag die ik niet goed kan beantwoorden. Dat weet ik dus niet. Ik vind dat je mensen ook het plezier moet gunnen van eigen dingen bedenken. We hebben geloof ik allemaal een eigen kat bedacht. De basis van die katten, die is wel zoals Fiep ze heeft getekend, ze hebben allemaal rare lange lijfjes en korte poten. Ik denk dat ze daar wel om had moeten lachen. Ze had vast gezegd dat ze het helemaal anders gedaan zou hebben, maar ze had dit toch ook wel leuk gevonden. “

De film is bedoeld voor het jongste publiek maar spreekt tegelijkertijd alle leeftijden aan, ongeacht of ze Pim en Pom al kenden of niet, hoe komt dat? 


G. SMID: “Eerst en vooral denk ik dat iedereen katten leuk vindt en ten tweede ben ik er van overtuigd dat we geen babyachtig verhaal hebben verteld. Het verhaal gaat wel degelijk ergens over. Het gaat over vriendschap, over hoe je vriendschap op het spel kunt zetten en over geheime, nare plannetjes. Dus ik denk dat kinderen en wij allemaal ons heel erg kunnen identificeren met Pom. Het verhaal is voor alle leeftijden en je kan met je kind nog eens ergens over praten. Ook de liedjes zitten ontzettend goed in elkaar. 
Voorts denk ik dat voornamelijk Nederlanders een heel nostalgisch gevoel krijgen omdat ze er prettige herinneringen aan hebben. Het werk van Fiep is ook niet gedateerd, het blijft allemaal heel eigentijds terwijl die tekeningen toch al meer dan vijftig jaar oud zijn. Zij heeft iets bedacht waardoor die tekeningen de tijd overstijgen. Het zijn bijna iconen. Want katten zoals Pim en Pom bestaan natuurlijk niet, alles wat een kat is, zijn Pim en Pom niet maar toch werkt dat. We hebben daarom erg hard gewerkt om de artistieke kwaliteit van Fieps werk in ere te houden.”

De animatiefilm gaat over vriendschap en de onvermijdelijke hobbels op dat pad. De hoofdfiguren zijn wel poezen, kunnen kinderen zich daar even goed mee identificeren dan wanneer de hoofdpersonages twee kinderen waren geweest?


“Ik denk nog veel makkelijker! Zo’n poes geeft juist de gelegenheid om je er mee te identificeren zonder dat je op uiterlijke kenmerken af gaat. Bij die nichtjes zou je kunnen zeggen: “Nou, ik ben blij dat ik er zo niet uitzie”, maar bij die poezen geldt dat helemaal niet. En tijdens een testvisie bij kleuters zei een kindje: “Ik moest wel erg huilen toen Pom daar zo zielig zat, want het was wel sneu voor Pom maar ik moest ook denken aan m’n dode opa”. Kijk, kinderen hebben precies dezelfde emoties als wij, alleen kunnen zij die niet even goed benoemen. Sommige emoties hebben misschien niet zo’n impact, maar wanneer je iets hebt meegemaakt dat daarop inhaakt, dan kan een kind dat heel goed aanvoelen.”

Pim en Pom maken deel uit van de Nederlandse cultuur en zijn ontzettend geliefd. Voelde u dat aan als druk?


“Helemaal niet want Pim en Pom waren in Nederland ook vergeten. Ze hebben bij Fiep dertig jaar in die badkamerkastjes gelegen en sinds 1969 is er nooit meer een herdruk verschenen. Een heleboel mensen kennen hen nog van vroeger en hebben er alleen maar een prettige associatie mee. Dus het is juist heel mooi, want mensen herkennen het als het werk van Fiep. Met de animatiereeks hebben we die poezen weer nieuw leven ingeblazen. Maar het is niet zo dat ze reden hebben om te denken: “God, wat hebben ze nou met die poezen gedaan”. Ze zijn immers niet anders dan in hun herinnering, dat is het mooie ervan.”

Kunt u de film plaatsen? Is het de kroon op het werk van Fiep Westendorp, een element dat de cirkel rond maakt, of staan er nog meer films gepland?


“Nou, als deze film een succes wordt, dan zijn we met z’n allen toch geneigd om er nog een te realiseren. Het is ook zo fijn om te doen. Deze film heb ik echt gemaakt als een hommage aan Fiep. Met het idee van: “Kijk Fiep, dit is wat er allemaal mogelijk is met jouw werk.”

INTERVIEW ANIMA – BRUSSEL, 7 MAART 2014

PIM EN POM: HET GROTE AVONTUUR, vanaf 9 april in de bioscoop, zowel in België als Nederland (Lees onze recensie op http://www.filmmagie.be/review/pim-pom-het-grote-avontuur)

Geschreven door STEPHANIE CARACATSANIS
 
onomatopee