Films in paren (34ste Torino Filmfestival)

Het is gewoon toeval dat er in de competitie tot hier toe twee sterke films zijn opgedoken die de groeipijnen van de jongeren op hetzelfde continent vertellen, maar die bijna elkaars tegenpolen zijn.

“Vertellen” is inderdaad het juiste woord. AVANT LES RUES (Chloé Leriche, 2016) geeft het ongemak weer waarin de jonge Canadese Indiaan Shawnouk leeft, opgegroeid met de waarden van zijn volk, zijn stam, maar ingesloten in het economisch achtergebleven reservaat. De wrijvingen met zijn stiefvader leiden tot een crisis met als uitloper een dodelijk ongeval, dat de kerel met grote inspanningen te boven moet komen. De schaars verspreide woningen, de uitgedunde bossen, de ruwe zandduinen vormen de reële omgeving waarin dat alles zich afspeelt, maar ze hebben evengoed een overdrachtelijke betekenis. Net zoals de Chileense metropool Santiago die dubbele functie heeft in JESÚS (Fernando Guzzoni, 2016). In de film (die gebaseerd is op een ware gebeurtenis) wordt de adolescent Jesús gevolgd, die, zonder moeder en met een vaak om zijn werk afwezige vader, hoofdzakelijk rondhangt met zijn vrienden, met hen deelneemt aan talentenshows, maar die voor zichzelf ook de uiterste grenzen aftast met drank, drugs, seks en geweld ... tot er een dode valt en het ik-geef-er-geen-bal-om-wereldje zijn prijs opeist.

Blijft in deze films de familie op de achtergrond, dan is in andere festivalafdelingen de familie-in-crisis het onderwerp. In de Israëlische productie BEYOND THE MOUNTAINS AND HILLS (Eran Kolirin, 2016 – met Belgische inbreng) (foto) lijken de ouders en hun jonge kinderen naast elkaar heen te leven, met de vader die na een militaire carrière een plaats in de civiele wereld moet vinden, een moeder die een zwak moment heeft en vooral een ingehouden rebellerende dochter die over de grenzen van de Joodse staat en regels heen aangetrokken is door wat er zich buiten dat gezichtsveld, in de Arabische enclaves, afspeelt. Het Roemeense ILLEGITIMATE (Adrian Sitaru, 2016) speelt zich hoofdzakelijk binnenskamers af om het ogenschijnlijke privékarakter van het kernpunt te benadrukken: wanneer tijdens een traditionele familiereünie de progressief denkende volwassen kinderen van een professor erachter komen dat hun vader-weduwnaar destijds de antiabortuswet onder Ceaucescu heeft ondersteund, leidt dat niet alleen tot een breuk binnen de familie, maar nog meer tot twijfels bij sommige kinderen of zij wel gewenst waren. De theoretisch-morele bezwaren worden prangend praktisch wanneer een incestueuze liefde tussen een tweelingbroer en -zus in een zwangerschap uitmondt. Een onverwacht erg actueel thema dezer dagen, met de recente Herderlijke Brief “Amoris Laetitia” van Paus Franciscus ... Maar Roemenië is overwegend orthodox.

Ook in de Indiase, soms commerciëel toegeeflijke actiethriller PSYCHO RAMAN (Anurag Kashyap, 2016) wordt abortus even vermeld, maar alleen als een praktisch probleem zonder veel morele implicaties. Ook de religie speelt een rol wanneer de seriemoordernaar om wie het gaat erop wijst dat toevallig een hindoeïstisch vreugdefeest samenvalt met een islamitisch rouwfeest – vooral om zijn moorddwang te verklaren, niet te vergoelijken, want uiteindelijk is de jonge politie-inspecteur die de killer achtervolgt geen haar beter dan zijn prooi.

Wie de filmtitels bekijkt, zou de indruk kunnen krijgen dat dit TFF een uitloper is van het Far East Filmfestival van Udine wegens het opmerkelijke aandeel van Aziatische producties. Udine gaat ronduit de commerciële toer op, het TFF heeft alternatieve ambities. Hoewel. LAO SHI/OLD STONE (Johnny Ma, 2016, een Chinees-Canadese coproductie) is een degelijk geënsceneerde, onderhuidse thriller over de obsessie van een taxichauffeur die, afgeleid door een hem opgedrongen dronken maar welstellende klant, een motorkoerier omver rijdt; niet de dwingende professionele rechten-en-plichten-code, maar zijn menselijkheid doet de man verzeilen in een burocratische nachtmerrie. Helemaal TFF is daarentegen de Indonesische NYAI – A WOMAN FROM JAVA (2016) van Garin Nugroho, die hier net zoals in verschillende van zijn andere films naar het kolonialistische verleden van Java, het Nederlandse Oost-Indië verwijst. Deze film zal allesbehalve een publiekstrekker zijn, met zijn 90 minuten lange minieme en ononderbroken toneelplan-séquence, ervaren als een Max Havelaar, maar gezien vanuit de lokale bevolking in de jaren 1920. De theatertekstuitvoering wordt aangrijpend wanneer de monologen – maar meer nog de dialogen – de scherpe contrasten tekenen tussen meesters en ondergeschikten – of slaven.

 

Geschreven door MARCEL MEEUS