FUNÉRAILLES, Boris’ ultieme film

Een afgeladen zaal was het voorbije weekend in de Brusselse Bozar getuige van FUNÉRAILLES met ‘De l’art de mourir’ als ondertitel, de laatste film van Boris Lehman waarin de filmmaker zijn eigen dood, begrafenisritueel en uitvaart ensceneert en weliswaar vrij laconiek becommentarieert. Als proloog diepte de eigenzinnige filmer de introductie op van zijn opus magnum 'Babel', geregistreerd in Waterloo aan de voet van de Leeuw. Is zijn strijd gestreden dan? Het heeft er alle schijn van, want een (zoveelste) verrijzenis – volgens het Bijbelverhaal toch – zit er niet (meer) in.

Boris Lehman (°1944), de meest miskende cineast uit de Belgische filmgeschiedenis, is moe – lees “het moe”. Nooit door het (film)establishment in eigen land naar waarde geschat, des te meer kind aan huis op tal van internationale filmfestivals zoals Rotterdam, Berlijn, Venetië, Locarno … is Lehman blijven filmen, tegen beter weten in. Films die je zou kunnen omschrijven als cinéma-biographies (of cinéma-documentaires), mooie, ontroerende, goedaardige, hilarische filmdagboeken waarin hij zichzelf in allerlei ogenschijnlijk banale situaties filmde met zelfspot en -relativering. Wat een heel bijzonder en uniek filmoeuvre opleverde. Een nieuwe film van hem moet je dan ook altijd als een vervolg zien op een stilaan immens oeuvre en odyssee: als weer een nieuwe etappe. Lehman: “Films maken gaf mij moed, lef want ik ben heel timide!” En dus filmde hij maar zichzelf, vrienden en kennissen. Lehman gebruikte “de cinema als medium”. Of zoals hij zelf aangeeft: “Chaque performance est faite pour le film.”

In FUNÉRAILLES orkestreert hij zijn eigen dood. Na afscheid te hebben genomen van zijn trouwe hond Channelle, die hem aantrof half in het water liggend op de oever van een vunzig bosmeertje, slechts gekleed in een lang wit hemd, overlijdt Boris Lehman, de laatste filmer die mordicus zwoer bij de pellicule. Consciëntieus wordt zijn naakte lijf – volgens het joodse ritueel – helemaal gewassen door een oude vrouw, beweent een handvol vrouwen zijn dood, gevolgd door – noblesse oblige – een obligate speech, een (door hemzelf geschreven) afscheidsrede waarin weemoed, zelfspot en verontwaardiging elkaar driftig voor de voeten lopen. En de uitvaart waarin hij sfeervol wordt begeleid met veel fanfaremuziek. Om dan opnieuw op te duiken in een epiloog, gezeten voor een berg filmbobijnen, waarin hij hard is, niet in de laatste plaats voor zichzelf.

Het is dus geen dronkenmanseed van “cinématographiste” (zoals hij zichzelf graag noemt, het wonderschone Franse equivalent van ‘filmmaker’) Boris Lehman, die dus echt wel is gestopt met (nog) film maken; een groot, memorabel verlies (of noem het voortaan leegte). Gedaan, fini met zijn introspectieve, elegante cinema-met-veel-humor, geconcipieerd door een innemende man, voor wie precies het woord einzelgänger werd uitgevonden.

De mooiste quote kwam nog van Boris Lehman zelf, die zijn hele filmoeuvre, meer dan 50 films in een carrière van ruim 50 jaar kernachtig omschreef als: “Tout est vrai et tout est faux!

In cinema Nova in Brussel is behalve een miniretrospectieve de 25ste februari ook FUNÉRAILLES te zien. Het volledige programma is hier te vinden.

Geschreven door FREDDY SARTOR
 
onomatopee