Geslaagd openingsweekend in Flagey

De aanvang van het Brussels Film Festival zal nog wel even nazinderen. “Ofwel ben je erg rijk ofwel heb je veel vrienden” stelt Sir Anthony Hopkins, die de rol van Freddy Heineken gestalte geeft in de Engelse versie van Daniel Alfredsons KIDNAPPING MR. HEINEKEN die op het filmfestival in avant-première te zien was. Begrijpelijke woorden uit de mond van de Hollandse bierbrouwer, maar klopt die bewering eigenlijk wel ?

“Nobody loves you when you're down and out” schreef Jimmy Cox al in het crisisjaar 1923 en dat blijkt inderdaad het geval voor een drietal film van het voorbije weekend. ZURICH van de Nederlandse Sacha 'Hemel' Polak begint met deel 2, maar wees gerust, er is niets fout gelopen bij de montage want deel 1 komt er achteraan. Deze omkering helpt om de psyche van het hoofdpersonage, een vrouw op de dool, beter te begrijpen. Haar zwerftocht wordt sfeervol geëvoceerd dankzij het knappe acteren van de debuterende hoofdactrice Wende Snijders en een camera die op haar huid kleeft waardoor intensiteit en intimiteit van het drama helemaal tot hun recht komen. De openingsscène van de vrouw met de briesende panter zal je niet vlug vergeten.

Ook tirannieke machthebbers staan alleen. Getuige daarvan THE PRESIDENT (foto) van Iranees Mohsen Makhmalbaf, de vader die samen met zijn vrouw en kinderen Samira & Hana al jaren films maakt,eerst in Iran, daarna in Afghanistan. Met 'In een land niet ver van hier' begint zijn bijtende, in Georgië opgenomen satire met een oude dictator en zijn piepjonge kleinzoon die het land naar eigen goeddunken op gelijk welk moment kunnen hullen in licht of duisternis. Maar net zoals bij de Arabische Lente – de parallel is overduidelijk – komt het volk in opstand, is de chaos totaal en moet de dictator halsoverkop op de vlucht. Clandestien, zijn kleinzoon vermomd als meisje – wat in die landen meer indruk maakt – en hijzelf afwisselend als straatmuzikant, vogelschrik of politieke ex-gevangene. Dat levert hilarische momenten op, waarin de beeldpoëzie evenwel niet mag ontbreken.

In de openingsfilm LA LOI DU MARCHE van Fransman Stéphane Brizé, al in Cannes bekroond en vrijwel onmiddellijk hier in de bioscoop, kruipt Vincent Lindon in de huid van Thierry, een 50 plusser op zoek naar werk om zijn gezin te onderhouden. Hij heeft trouwens een andersvalide zoon. Die zoektocht is zoals een kruisweg op zich met staties als : cursus lopen zonder mogelijke baan achteraf, een gluiperige bankdirecteur die geilend op vastgoed zijn eigendom wil inpikken, bedrijfsleiders die onmogelijke eisen stellen voor een mogelijk tijdelijke baan enzovoort. Volgen we nu een man die vroeger op de barricades stond maar nu gedwongen is om een vazal van het kapitalisme te zijn? Terecht onder meer de prijs voor beste mannelijke vertolking onlangs in Cannes. Mee te danken aan D.O.P. Eric Dumont die het hoofdpersonage vrijwel de hele film door scherp in focus hield en de hem omringende personen onscherp. Logische vraag bijgevolg :

- Waarom deze keuze van fotografie ?
STÉPHANE BRIZÉ: Ik koos bewust voor een DOP die tot nu toe uitsluitend documentaires had opgenomen. Mij boeide vooral de blik van het hoofdpersonage want hij staat centraal in het hele betoog.
- Hoe kwam je op het idee voor deze film?
S. BRIZÉ: De mens en zijn omgeving staan centraal in mijn oeuvre. Voor deze film specifiek observeerde ik de brutaliteit van het mechanisme en hoe het er in slaagt om een individu te laten omgaan met de gewelddadige samenleving die hem omgeeft.
- Waar vond je de andere acteurs ?
S. BRIZÉ : Dat zijn mensen die hetzelfde werk uitvoeren in het dagelijkse leven. Hoe zij er in slaagden om een dergelijke naturel voor de camera te behouden blijft ook voor mij een raadsel.
Fascinerend toch wel!
- Het is bijgevolg een politiek drama ?
S. BRIZÉ : Politiek in de betekenis van “organisatie van een gemeenschap” ja. De plek van de mens in het systeem, dat wou ik verduidelijken. De wens van het individu ook om als medeplichtige al dan niet mee te draaien in het systeem.

Geschreven door ZENO CORNELIS
 
onomatopee