Gouden Luipaard in Locarno voor veteraan Brisseau

Oude gloriën zoals Charlotte Rampling, Mylène Demongeot, Alain Delon, Harry Belafonte en Hongkong-producent-regisseur Johnnie To werden in Locarno gehuldigd. Terwijl cultfilmer Leos 'Holy Motors' Carax een Pardo d’Onore kreeg, een onderscheiding voor een filmer die het best de cinema vertegenwoordigt waar Locarno voor staat: eigenzinnige auteurscinema. In de competitie zag je dat weerspiegeld.

Van de 19 films waren er nogal wat die narratief-structureel dan wel filmtechnisch een keuze maakte, jammer genoeg konden ze dat inhoudelijk niet altijd waar maken.
De Pardo d’oro voor beste film ging dan ook niet geheel toevallig naar LA FILLE DE NULLE PART (foto) van de 68-jarige Jean-Claude Brisseau. De platonische relatie tussen gepensioneerd wiskundeleraar Michel (Brisseau zelf) en de jonge Dora leidt tot een filosofisch discours over ouderdom, leven en dood en het belang van cultuur, vaste thema’s in Brisseau's oeuvre. De als experiment opgevatte film, zonder echte acteurs en opgenomen in het appartement van de regisseur, kabbelt ondanks het huis clos en de intrinsiek militante toonaard, rustig verder, steunend op een uitgekiende mise-en scène en gekruid met een geutje paranormale fantastiek. Een tegelijk persoonlijk en gedurfd verhaal.

De Premio speciale della giuria – tweede beste film – ging verrassend naar de Amerikaanse komedie SOMEBODY UP THERE LIKES ME van Bob Byington, in se niet meer dan een grappige televisiefilm waarin we 35 jaar lang de droge, bijwijlen apathische en toch charmante cynicus Max volgen en zijn opeenvolgende relaties. Leuk en onderhoudend.

De Pardo per la migliora regia was voor het Chinese WHEN NIGHTS FALLS van Ying Liang, een aangrijpend, ingetogen, semi-documentair portret van het verwerkingsproces van een moeder wier zoon ter dood werd veroordeeld, zonder dat ze weet wat er precies gebeurd is. Vooral de machteloosheid om vat te krijgen op een willekeurige juridische rechtsgang, dompelt haar onder in een even immens als stilzwijgend verdriet. Actrice An Nai kreeg overigens de Pardo per la miglior interpretazione femminile voor haar rol van moeder. Hoewel die ook naar Jeanne Moreau had kunnen gaan, in UNE ESTONIENNE à PARIS van Ilmar Raag schittert zij als gefrustreerde, koppige oude Estse migrante in Parijs.

De beste acteur was Walter Saabel in misschien wel de beste film, het Oostenrijkse DER GLANZ DES TAGES, na La Pivellina de tweede fictiefilm van het duo Tizza Covi en Rainer Frimmel. Saabel speelt zichzelf, duikt plotseling op in het leven van succesvol toneelacteur Philipp Hochmair en opent, door gewoon zichzelf te zijn, diens ogen voor het echte leven naast de scène.

De Prix du Public UBS was voor het Duitse film LORE van Cate Shortland. Daarin volgt zij in het Duitsland van 1945 Lore, haar broers en zusjes die, nadat hun nazi-ouders zijn geïnterneerd, een tocht van 900 kilometer ondernemen naar hun grootmoeder. Constant worden ze geconfronteerd met de realiteit achter de leugens. Een aangrijpende film met een verrassend standpunt: dat van een dochter van nazi’s. De Variety Piazza Grande Award ten slotte, voor het 5de jaar op rij uitgereikt met het oog op een Amerikaanse release, ging naar de charmante Franse komedie CAMILLE REDOUBLE van Noémie Lvovsky.

Geschreven door ERWIN LORMANS
 
onomatopee