Het Diner - Interview met filmregisseur Menno Meyjes en hoofdrolspeelster Thekla Reuten

Na “Max” (2001), “Martian Child” (2007, beide met John Cusack) en “Manolete” (2008, Adrien Brody en Penélope Cruz) is HET DINER slechts de vierde langspeelfilm van de uit Nederland afkomstige regisseur Menno Meyjes (° 1954), maar in de VS heeft hij er een veel langere carrière opzitten als prestigieus en gegeerd scenarioschrijver. Met het magistrale “The Color Purple” (1985) als hoogtepunt (zijn scenario werd genomineerd voor een Oscar, BAFTA en Writers Guild Award), was hij ook de gouden pen achter films zoals “Indiana Jones and the Last Crusade” (1989, story met George Lucas), “The Siege” (1998), Jean-Jacques Annauds “Black Gold” (2011), alsook van de hogergenoemde films die hij eerder zelf al regisseerde.

Voor zijn nieuwste film HET DINER keerde hij terug naar zijn geboorteland om er zijn eerste Nederlandstalige film te draaien. Hij bewerkte het boek van Herman Koch uit 2009, toen laureaat van de NS Publieksprijs, terwijl eerder dit jaar de Engelse vertaling van het boek in de VS al op de bestsellerlijst van de New York Times terechtkwam. Filmplannen voor een Amerikaanse versie konden niet uitblijven; actrice Cate Blanchett zou deze film voor haar rekening nemen …als regisseur.

Maar nu even de rode loper uitrollen voor Menno Meyjes. Een gesprek met deze imponerende, veelzijdige en getalenteerde man over de filmtaal die hij als geen ander beheerst.

FILMMAGIE: Een constante in je werk is dat je telkens een probleem aankaart, het op tafel legt en het aan de kijker overlaat om te oordelen of de personages correct hebben gehandeld, of hij er zichzelf in herkent, of hij op dezelfde manier zou reageren als de personages in de film. Het maakt je als regisseur sterk, maar misschien ook meteen kwetsbaar?

MENNO MEYJES: Ja, ik stel me heel kwetsbaar op. Een van mijn problemen is dat ik geen films over films maak. Want dat doen we allemaal en zo vaak, dat we het ons bijna niet meer realiseren. Als ik een film over een bankoverval ga maken, dan is het eerste wat ik tegen mijn producenten of tegen mezelf ga zeggen, ik wil niet die of die bankoverval, “Dog Day Afternoon” was een goeie film maar daarin mislukte het en dan begin je al met een film over een film te maken. En dat probeer ik dus te voorkomen en daardoor zijn de recensenten dan enorm geflatteerd als je helemaal in hun ‘métier’ blijft, want zij kennen alle referenties: dat is een speling op die scène, dat is een speling op de openingsscène uit die film… En daar wil ik niet aan meedoen. Ze maak je je natuurlijk ook kwetsbaar. Ik denk dan, laat ons proberen iets te maken dat over het leven gaat en dat we het oordeel van de film aan het publiek kunnen overlaten, zonder het allemaal zelf te sturen. Wat zou jij hebben gedaan als je in 1918 de jonge Hitler had ontmoet? (Verwijzend naar “Max”, nvdr.). Hoe zou jij dat verwerkt hebben? Ja, ik weet dat je een baksteen had genomen en hem meteen zijn hersenen had ingeslagen, maar zo was die man toen misschien nog niet. Ik probeer daar heel rigoureus mee om te gaan.

Doe je dat dan volledig autonoom? Zoals met HET DINER, je schreef het scenario en voerde de regie. Heb je dan ook carte blanche?

M. MEYJES: Ja, dat was wel erg prettig van Eyeworks en van de producenten. Ze wilden natuurlijk wel weten waarom ik de wegen insloeg die ik insloeg, maar als je dat met volle overgave doet, dan vertrouwen ze dat wel. Ik denk dat ik geen carte blanche had gekregen als ik geen heel gericht doel had. Van bij het begin had ik gezegd, deze film is een striptease van geheimen, het is een thriller over een familieleven. De meeste thrillers gaan over ‘policiers’ of een ‘drug deal gone wrong’. Als ik kijk naar de trailer van “The Counselor” - en ongetwijfeld zullen ze het fantastisch doen, hoor, met fantastische acteurs, een fantastische regisseur – dan weet je meteen dat de film het bekende thrillerthema aansnijdt. Dan denk ik bij mezelf, het zou interessant zijn om zo’n film te maken, maar dan over ons die geen bankovervallers, geen sluipmoordenaars of drugdealers zijn. Mensen maken soms de meest interessante, de meest dramatische dingen mee in het kader van verhoudingen en familieverhoudingen, en daar maakt bijna niemand een film over. Dus daar was ik heel erg op gericht en daardoor gaven de producenten me carte blanche. Laten we hopen dat ze er geen spijt van krijgen (lacht).

Bent u in de eerste plaats nog altijd een scenarioschrijver, of voelt u zich nu meer regisseur? Of beide?

M.MEYJES: Wel, het is gemakkelijker om te regisseren dan om te schrijven. Het schrijven doe ik overigens bij mij thuis, in Engeland, aan mijn bureau. Lukt dat niet, dan stap ik af en toe op de trein, de Eurostar naar Parijs bijvoorbeeld. Een treinreis heeft altijd iets romantisch en je bent afgesloten van de wereld. Je moet bovendien ook accepteren dat het nooit helemaal perfect zal zijn, dat lukt je nooit. Je voelt je nooit helemaal goed, je hebt bijvoorbeeld net nee gezegd tegen een actrice voor een rol… Het is verkeerd om te denken, ik schrijf als alles perfect is.

Welke regisseur(s) hebben je geïnspireerd?

M. MEYJES: Steven Spielberg natuurlijk, hij heeft een grote en bepalende rol in mijn leven gespeeld. Maar ik heb ook voor mijnheer Coppola gewerkt, hij had toen zijn periode van “The Godfather”, “The Godfather, Part II”, “The Conversation”, “Apocalypse Now”, allemaal snel na elkaar. Maar toen ik jonger was, heeft Visconti altijd wel een grote invloed op mij gehad. En soms verandert dat beeld; zes maanden later kan het iemand anders zijn die je inspireert.

Hoe werkt u op de set met uw acteurs?

M. MEYJES: Ik had een vriend, een beroemde stiervechter. Hij zei altijd: je moet nooit de stier bevechten zoals je dacht dat je hem ging bevechten toen je in het hotel zat. Dat vind ik ook heel belangrijk naar acteurs toe. Tegen John Cusack zei ik: Je bent een jager, je moet het over je heen laten komen, ga niet op een effect jagen. Geloof erin, en laten we samen met je tegenspeler die scène opnieuw leven inblazen en die over ons heen laten komen. Dat moeten we spelen. Als acteur mag je vooraf geen effect bepalen en zeggen, daar wil ik naartoe. Hetzelfde heb je als je met iemand aan het praten bent, je begint dan al te denken aan je eigen anekdote die je wil vertellen in plaats van naar de andere persoon te luisteren. Dat vind ik het belangrijkste: laten we eerst kijken en luisteren. Dat zei ik ook tegen Penélope Cruz. Toen ik met haar en Adrien Brody werkte, zag ik dat zij heel erg bezig was met haar Engels. Je wil dat ze geconcentreerd is en ‘in het moment gaat’, en toen zei ik op een keer: Waarom lees je zijn lippen niet als hij tegen je spreekt? Want dan concentreer je je enorm op zijn mond en dat helpt jou om niet aan de dingen te denken die jij dan wil zeggen. Je concentreert je op je tegenspeler, en tegelijkertijd komt het op het scherm heel sexy over.

Met dat concentreren op je tegenspeler, bedoel je daarmee wat men wel eens noemt, ‘the best acting is reacting’?

M. MEYJES: Ja, inderdaad. Het moet écht zijn, dat is voor mij altijd het criterium. Het moet waarachtig zijn.

Met de scènes in het restaurant lijkt HET DINER veeleer op een dramatisch ‘ensemble piece’. Is dat een dankbaar gegeven voor een regisseur?

M. MEYJES: Als je goeie acteurs hebt, een goed scenario, een goede gaffer en een goede DoP, dan moet je het toestaan om het te laten gebeuren. Je kan dat niet alleen tegen je acteurs zeggen, je moet het ook zelf laten gebeuren. Je kan als regisseur heel snel het leven uit de dingen halen, het leven uit een scène zuigen. Een vriend van mij, ik ga zijn naam niet noemen, was eens aan het werk met Denzel Washington, Denzel deed de scène perfect, maar hij wou zich als regisseur laten gelden door Washington allerlei gecompliceerde aanwijzingen te geven. En ik zag het licht uit Denzel Washingtons ogen gewoon verdwijnen. Dat is ook de reden waarom ik altijd naast de camera sta, ik zit bijna nooit in wat we de ‘video village’ noemen. Ik probeer het dan mee te ervaren en ik kijk dan wel eens mee op die kleine monitor op de camera. Wanneer je je terugtrekt in ‘video village’, dan zit je in wat John Cusack noemt het homeshopping network, dan ga je de hele tijd kleine dingen ‘kopen’, zo van dit en dat hebben we nog nodig, en je zit nooit in een zekere totaliteit.

Gebruik je vele takes?

M.MEYJES: Nee, twee, drie, maximum vier. Buiten doe je dan soms wel verscheidene takes omdat er bijvoorbeeld geluidsstoornissen zijn, maar in het restaurant bleef het beperkt tot enkele takes. Dat geeft ook een zekere spanning: het moet nù gebeuren. Film, pellicule is daar veel bevorderlijker voor dan digitaal. Met film wordt de camera binnengerold, een gigantisch groot ding, een paar honderdduizend, het zit onder een zwart doek, dat doek wordt eraf genomen, een ‘magazine’ wordt ingezet, hoeveel tijd hebben we? Drie minuten? Terwijl met digitaal, je kan blijven draaien en draaien en draaien, en dan vermindert de spanning. We moesten onze ‘loader’ opleiden om de film in de camera te wisselen. Hij wist dat niet, hij had het nog nooit gedaan, daar was hij te jong voor omdat vandaag alles digitaal wordt opgenomen.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het is alweer enkele jaren geleden dat de Nederlandse actrice Thekla Reuten (foto, ° 1975) terug in eigen land voor de camera’s heeft gestaan. In Vlaanderen bekend van haar rollen in “Iedereen beroemd!” (2000), “Suske en Wiske: De duistere diamant” (2004) en “In Bruges” (2008), was het vooral het ijzersterke Nederlandse drama “De tweeling” (2002, Oscarnominatie voor beste niet-Engelstalige film) dat haar als een topactrice een internationaal elan had meegegeven. En net vanwege haar boeiende en bloeiende internationale carrière, met als meest in het oog springende film “The American” (2010, hoofdrol naast George Clooney), is ze niet zonder toeval een trouwe en constante speler op de internationale filmmarkt geworden.

Tussen haar drukke werkschema door, tot ver over ’s lands grenzen heen, bracht ze een blitzbezoek aan Antwerpen om er haar nieuwste film, HET DINER, te komen voorstellen.

FILMMAGIE: Waarin schuilt volgens jou de kracht van HET DINER?

THEKLA REUTEN: De film legt pijnlijke relaties bloot, hij toont hoe elk personage er individueel mee worstelt en zich probeert ertoe te verhouden, maar niet iedereen heeft dat even sterk. Mijn personage, Claire, heeft dat veel minder, en sommigen hebben tussen het verstand en het hart een dialoog die de verkeerde kant of de twee kanten opgaat, maar de film geeft verder geen oordeel. De kijker blijft achter met het dilemma en ik denk ook dat het, totdat het je overkomt, moeilijk is om te zeggen wat je zult doen. Ik ben er zelf niet uitgekomen. Ik weet natuurlijk hoe het hoort, met het hoofd, maar binnen mijn rol - want die is daar natuurlijk de extreme versie van - ben ik de oerdrift om alles op alles te zetten om mijn kind te redden. Daar ben ik dicht bijgekomen om dat te begrijpen. Dat fascineerde me aan de rol; het is echt instinct.

U kiest wel altijd sterke rollen.

TH. REUTEN: (even stilte) Ik weet niet of ik ze kies dan wel of ik ervoor gevraagd word. Het is een ‘heen-en-weer’, denk ik. Ik kies niet echt voor de rol, sterk of niet; ik kan me ook een kleurloze vrouw met een kleurloos leven voorstellen die toch heel interessant is om te spelen en waar ik dan wil proberen te begrijpen waarom het bloed uit haar leven is weggetrokken. Ik probeer altijd vanuit het begrip voor de mens te spelen en ik hoop dat de personages van daaruit ook altijd hun waardigheid hebben en dat je ook Claire, over wie je allerlei oordelen kan hebben, toch begrijpt. Misschien dat daar dan de kracht in schuilt. Ik geloof dat je van iedereen, ook de slechtste mens met de slechtste daden, toch kan begrijpen waar het vandaan komt.

Mag men het zo stellen dat jij en Carice van Houten de ‘leading ladies’ of de ambassadrices zijn van de Nederlandse film? Jullie springen er ook vaak uit met sterke vertolkingen, wat mogelijk ook de reden is waarom jullie internationaal zo gegeerd zijn?

TH. REUTEN: Je kiest nooit bewust om eruit te willen springen, daar is ook geen recept voor. Het enige wat je kan doen, en dat geldt ook voor deze film, is enerzijds je rol zo goed mogelijk doorgronden en naar mijn eigen smaak ook zo spelen - ik heb geprobeerd om het zo klein mogelijk te houden omdat we ook heel dicht op de huid van de mensen zitten, en anderzijds moet je heel goed luisteren en kijken naar de mensen om je heen, in dit geval de drie andere acteurs aan tafel, en je daar heel erg op inlaten. Je moet je eigen kwaliteit zo hoog mogelijk optrekken en de regisseur, Menno, is iemand die je héél erg steunt, zijn visie ondersteunde mijn visie en versterkte die ook. Ik voelde me echt opgetild. Het is magisch wanneer zoiets gebeurt, want het gebeurt niet altijd. De rol van Jacob Derwig… ik denk dat hij als geen ander de taal zo virtuoos beheerst, het was ook echt een genot om met hem te spelen en hem aan het werk te zien. Je doet gewoon je werk zo goed mogelijk. Ik heb nu wel de luxe om op zoveel plekken te mogen werken waardoor ik mezelf ook niet verveel of bekneld voel in het materiaal, dus ik kan me van harte engageren voor de projecten die ik kies of die me worden aangeboden. Je hebt bijvoorbeeld Marion Cotillard die als Française buiten Frankrijk kan spelen en werken, het heeft misschien met een soort ‘onbeperkt gezicht’ te maken, of hoe noem je dat (lacht)? Bovendien is het niet voldoende om alleen maar de taal te beheersen, je moet ook de cultuur begrijpen en kunnen invoelen waar je speelt. Dat is wat ons Europese actrices bindt en dat moet je op een of andere manier allemaal onder de huid kunnen voelen.

Hoe bereid je je voor op een rol? Heb je daar een bepaald concept voor?

TH. REUTEN: Nee, het is heel erg verschillend per project. Ik heb één ding echt geleerd in de loop der jaren; wat voor mij heel belangrijk is, dat is de allereerste keer dat ik het scenario lees. Ik weet nu dat ik dan de deur moet dichtdoen, m’n telefoon uit, en in één stuk door heel geconcentreerd het script moet lezen want die eerste keer kun je nooit overdoen. Als het goed is, en als het een rol is waarvan ik ook voel dat ik het moet doen, dan voel ik het bij die eerste keer al heel erg in m’n lijf: hoe loopt deze vrouw, hoe beweegt ze, alsof er in m’n lichaam er al iets begint te gisten. Het is heel belangrijk om daar aandacht aan te geven en waar te nemen waar ik de moeilijkheden voel in het script, waar ik het heel erg spannend vind, da’s heel belangrijk bij een eerste lezing.

Kun je dan je personage ook al meteen concreet invullen?

TH. REUTEN: Soms heb ik meteen door hoe ze zich voelt, hoe ze klinkt, hoe ze kijkt, en soms niet, maar dat hoeft geen slecht teken te zijn. Soms duurt het gewoon langer, maar het is wel een heel evident moment. Vroeger, in het begin van m’n carrière toen ik dat nog niet zo goed wist, kon ik met een script naar een cafeetje lopen en eens wat lezen, je krijgt dan een telefoontje - allemaal dingen door elkaar - en nu weet ik dat het zonde is omdat ik daarmee echt iets verspil. Het is heel belangrijk om dat zo gefocust te doen. De aantekeningen die ik dan maak, daar kom ik dan mee terug in de loop van de tijd, met alle indrukken, alle meningen, alle ideeën en ieders visie die erbij komt. Soms heb je te maken met een waargebeurd verhaal, dan is research en het zien van beelden heel belangrijk, dat is ook tijdrovend. Soms heb je weinig dialogen en dan doe je veel meer werk met de acteurs onderling om toch het leven te begrijpen van wat er allemaal gebeurt. Het is heel verschillend. Bij een film zoals “In Bruges” waarin ik een kleine rol heb, maar wel op de toppen erin moet prikken en erin moet komen met geweldig virtuoze acteurs, dan heb je weer een ander soort concentratie voor jezelf nodig. Dus het is echt verschillend per film.

Op welke manier ga je de aantekeningen in je scenario gebruiken? Wat doe je ermee?

TH. REUTEN: Dat ligt er ook weer aan. Ik ben graag intensief in contact met de regisseur; als je eensgezind bent over de visie, dan heb je heel veel gewonnen. Dan weet je, als het goed is, dat de cameraman en de regisseur ook kloppen, dan ontstaat er een soort dialoog en trialoog die heel werkbaar is, maar uiteraard zijn er ook heel projecten waar je intensief met je tegenspeler praat of belt, op de set tijdens de pauzes nog zaken bespreekt. Het is gewoon heel fijn om goed te kunnen samenwerken.

Humphrey Bogart heeft ooit eens in een interview verteld dat Rex Harrison bij de opnames van een film moeilijkheden had met sommige scènes omdat hij niet meteen wist hoe hij het zo geloofwaardig mogelijk kon overbrengen, waarop Humphrey Bogart hem meteen zei: “Just say the damn Lines”. Helemaal het tegengestelde van de zgn. ‘method acting’. Waar plaats jij je ergens op dat vlak?

TH. REUTEN: (zeer respectvol) Ik heb twee reacties specifiek op wat mister Bogart gezegd heeft. Het heeft heel erg te maken met vertrouwen dat je opbouwt naarmate je meer ervaring hebt. Ik weet nog goed toen ik net van de toneelschool kwam, ik was heel blij met een grote rol die ik had gekregen in een televisieserie die op film werd gedraaid, een historisch drama, zes maanden lang, in Praag, in België, in Nederland. Als pas afgestudeerde was ik heel enthousiast over die rol en wilde echt alles laten zien wat ik kon, alles wat ik dacht te kunnen. Gelukkig had ik toen een regisseur die zei: Het gaat in deze rol om die twéé aspecten van jou. Het hele palet, dat gaat niet: als je al de voorbereidingen doet, als je je personage begrijpt, je weet waarover het gaat en wat je wil overbrengen, als je dat allemaal hebt gedaan en je voelt dat het in je zit, dan moet je het gewoon zéggen en hoef je daar verder niet moeilijk over te doen. Als het goed is, dan àdem je het allemaal en is alles wat je hebt gedaan met de ‘costumière’, met iedereen en alle aspecten die helpen, dan is het er en dat is een vertrouwen dat je op een gegeven moment dan wel hebt. Dus say the lines, als je al het werk hebt gedaan en je bent waar je moet zijn met je rol, dan hoef je het alleen maar te zéggen. Wat het andere uiterste betreft, ik ken natuurlijk wel de ‘method’, ik heb er op de toneelschool ook mee gewerkt. Ik denk dat ik het af en toe inzet wanneer het mij uitkomt, wanneer ik het nodig heb, maar da’s incidenteel. Het kan gebeuren bij emotionele scènes, of als het over fysieke zaken gaat dat je echt zorgt dat je fysiek zo sterk of zo fit bent, in een bepaalde staat van ‘zijn’ dat je het echt bent in plaats van te doen alsof, dat kan soms helpen. Dat vind ik ook erg leuk aan het vak. Eén keer volgde ik kickboks-les voor een film, dat was een ontdekking, daar kan je jezelf ook mee verrassen. Dus daar gebruik ik af en toe wat van. Maar ik blijf het altijd fascinerend en spannend vinden als ik iets kan horen over bepaalde methodes. Via een vriendin van mij in Londen heb ik gehoord over een methode waarvan ik wel eens een master class zou willen doen. Het is altijd interessant om het te proberen en ook al ben je aan het werk, het blijft interessant om je als acteur te blijven laten voelen, maar ik denk wel dat ik vooral een heel intuïtieve actrice ben, heel erg van binnen uit en er dan op vertrouw dat het door m’n poriën heen en door m’n stem naar buiten komt.

Wie zijn je ‘role models’ onder je collega’s?

TH. REUTEN: Meryl Streep - die krijg je wel vaker te horen (lacht) - Cate Blanchett, Julianne Moore, Isabelle Huppert, Kristin Scott Thomas, Catherine Deneuve,… Heerlijk veel hé. De reden waarom ik deze namen noem, en vooral dan Meryl Streep, Cate Blanchett, Catherine Deneuve, is omdat ik iets meevoel met hen: ze zijn begonnen met serieuze dramarollen en ze maakten een wending naar ‘comedy’. Meryl Streep werd beroemd met films zoals “Sophie’s Choice” en uiteindelijk maakte ze de voorbije jaren films zoals “Mama Mia!”, “Julie & Julia”; ze is gedeeltelijk overgestapt naar het komische genre. Voor mij voelt dat als een weg die wel de mijne zou kunnen zijn. Ik ben met serieuze rollen begonnen, maar de lichtvoetigheid is veel meer in mijzelf en in mijn leven gekomen. Ik ben altijd een serieus meisje geweest en nu is daar veel meer lichtvoetigheid in. Ik voel dat het heel erg doorwerkt in wat ik als actrice doe en dat ik de humor ook veel meer opzoek, waar het kan. In Duitsland heb ik de laatste tijd wel enkele lichtere rollen kunnen spelen. Cate Blanchett speelt in “Blue Jasmine” een zeer dramatische rol, maar het is zo geestig. De combinatie van actrices zoals Cate Blanchett met Woody Allen, ik vind dat z’n sterkste films. Het doet me denken aan zijn films met Diane Keaton, daar hou ik het meest van. Ik vind het fijn als hij dat ook opzoekt. Ook Catherine Deneuve speelt alsmaar lichtere rollen. Misschien heeft dat te maken met ouder worden, misschien komt het omdat je jezelf in het begin van je carrière heel erg wil bewijzen en wil tonen dat je bepaalde rollen aankan. Maar in ‘comedy’ zit wel dezelfde ernstige arbeid (lacht).

ANTWERPEN, 5 NOVEMBER 2013

Geschreven door LEO VERSWIJVER
 
onomatopee