Humor, hoop en muziek op Afrika Filmfestival

Met een focus op Ghana en onderwerpen als migratie, diaspora en humor schuift het Afrika Filmfestival in zijn 24ste editie een rijk aanbod aan thema’s naar voren. Een bijzonder zwaartepunt ligt bij films over hedendaagse kunst en muziek in Afrika.

Meer dan ooit lijkt de belangstelling voor ‘beelden’ van Afrika groot te zijn. Daarbij gaat het dan over de al dan niet gestolen kunst – meestal beeldhouwwerken – uit het verleden. Deze gegroeide interesse heeft de discussie aangezwengeld over de vraag of die kunst nu al dan niet moet worden terugbezorgd aan de landen waar ze vandaan komt. Een aantal Europese musea wijzen erop dat ze precies met deze beelden een inzicht kunnen creëren over de rijkdom en de complexiteit van de Afrikaanse culturen en samenlevingen. Sinds de onafhankelijkheidsgolf op het Afrikaanse continent worden er beelden geproduceerd die precies hetzelfde beogen, maar waarvoor de meeste musea en de verdedigers van de daar tentoongestelde artefacten vreemd genoeg amper of geen interesse hebben. Alsof de hedendaagse Afrikaanse culturele productie en hoe die met moderne middelen – hetzij op pellicule of digitaal – wordt vervaardigd, niet interessant genoeg is en geen artistieke (of financiële) waarde heeft. Het Afrika Filmfestival brengt net die hedendaagse beelden uit Afrika en de diaspora omdat ze in ons medialandschap niet op genoeg aandacht kunnen rekenen. Ze zijn vaak net zo belangrijk en cultureel verrijkend als de beelden die tot zestig jaar geleden uit Afrika naar hier werden gehaald.

Tal van films op deze editie van het Afrika Filmfestival focussen op hedendaagse kunst en muziek in Afrika. Zo gaat de kortfilm VA-BENE. PORTRAIT OF A GHANAIAN ARTIST van de Ghanese Brenda Jorde over Va-Bene Elikem Fiatsi, een performancekunstenaar uit haar thuisland, en volgt de Belgische documentaire LES BETA MBONDA van Marie-Françoise Plissart een groep Congolese percussionisten die bestaat uit voormalige bendeleden. Zij brengen fantastische traditionele muziek en zorgen er daarmee voor dat die muziekvorm niet verdwijnt. Voor de liefhebbers van Congolese muziek is er ook een hommage aan de iconische zanger Papa Wemba in de documentaire zero van Moimi Wezam Mushamalirwa. De debuutdocumentaire VAGANDO MAPUTO van de Franse fotograaf Aurore Vinot geeft dan weer een beeld van de diverse kunsten (film, poëzie, muziek, theater, plastische kunsten enzovoort) in Mozambique en hun ontwikkeling sinds de onafhankelijkheid in 1975.

 Les Beta Mbonda 

Geografische clusters rond hoop en verzet

Het Afrika Filmfestival programmeert in 2019 opnieuw om en bij de honderd films van en over Afrika. Alleen al voor de vijfde editie van de Young African Film Awards (YAFMA) werden dit jaar maar liefst 32 kortfilms geselecteerd uit negentien Afrikaanse landen, waarvan de meeste Europese premières zijn. Alle geselecteerde films – kortfilms, documentaires én fictiefilms – verdienen zonder meer grote aandacht, maar toch zijn er enkele die in het bijzonder nieuwe evoluties in Afrika en in de filmontwikkeling uittekenen, of die het publiek een spiegel voorhouden.

Openingsfilm WELDI van de Tunesiër Mohamed Ben Attia sluit opmerkelijk aan bij Fatwa van de Tunesische Brusselaar Mahmoud Ben Mahmoud, waarin een gescheiden echtpaar geconfronteerd wordt met de radicalisering van hun zoon. weldi toont de reddeloosheid van ouders waarvoor in ons land amper begrip is. Onverwacht vertrekt hun zoon op jihad naar Syrië, waarna zij zich geconfronteerd zien met deze ingrijpende keuze, die vragen stelt bij opvoeding en gezinsverhouding in hedendaags Tunesië. De IJslands-Zweeds-Belgische coproductie AND BREATHE NORMALLY van Ísold Uggadóttir zal het festival afsluiten. De Belgische actrice Babetida Sadjo vertolkt daarin een asielzoeker uit Guinée Bissau die in IJsland belandt en er in de problemen raakt omdat haar paspoort niet in orde is. Menselijkheid en medeleven blijken enkel te kunnen als personen beantwoorden aan een onmenselijke regelgeving.

 And Breathe Normally 

Heel wat films op het Afrika Filmfestival draaien rond de confrontatie tussen hoop en hopeloosheid. CONGO LUCHA van Marlène Rabaud en Dieudo Hamadi’s KINSHASA MAKAMBO belichten het verhaal van jongeren in de Democratische Republiek Congo die genoeg hebben van de totale onbestuurbaarheid en corruptie van hun land en – met gevaar van eigen leven – vreedzaam in opstand komen tegen onderdrukking. De twee documentaires richten zich allebei op het verzet tegen de pogingen van Joseph Kabila om opnieuw verkozen te worden tot president. Beide tonen een moedige, hoopvolle jeugd die zich geweldloos inzet voor de democratie en daarvoor enkel op zichzelf aangewezen is. De uitzichtloze toestand van de Zimbabwaanse middenklasse blijkt daarentegen een romantische film te kunnen opleveren: COOK OFF van Tomas L. Brickhill begint op het ogenblik dat een jonge vrouw meent geen toekomst meer te hebben, tot een kookwedstrijd op televisie haar leven totaal verandert.

In Zuid-Afrika mag er dan wel al 25 jaar democratie gevierd worden, de kortfilm KO GA CHERENYANE van de jonge Sibonokuhle Myataza zet er toch de nodige kanttekeningen bij. Geert Veuskens’ NOTHING ABOUT US WITHOUT US brengt dan weer een genadeloze analyse van hoe datzelfde land om een vredige toekomst moet vechten. Een degelijke democratie stoelt op goed onderwijs voor allen, en dat ontbreekt alsmaar meer in Zuid-Afrika. Enkele jaren geleden wees de Zuid-Afrikaanse Nobelprijswinnaar Nadine Gordimer daar al op in haar roman Een tijd als nooit tevoren (2012). Vandaag blijkt de onderwijssituatie voor de jonge, zwarte Zuid-Afrikanen nog desastreuzer te zijn dan wat Gordimer kon voorzien. Madu Dube kaart dat toepasselijk aan in zijn speelfilm BIRTH OF A NATION, CHILDREN OF AZANIA. Terwijl de apartheid een kwart eeuw geleden officieel ten grave gedragen werd, blijken discriminatie en hopeloosheid nog steeds voort te woekeren. Een van de beloftes destijds van de politieke partij ANC, die sinds de eerste vrije verkiezingen in 1994 de president leveren, was gratis gedekoloniseerd onderwijs. Ondertussen blijken nieuwe generaties Zuid-Afrikanen er nog altijd van verstoken te blijven. Dit alles hypothekeert de hoop op een betere toekomst en een beter Zuid-Afrika.

 Kinshasa Makambo 

Twee films graven naar een van de belangrijkste oorzaken van conflicten op het Afrikaanse continent: de strijd om grondstoffen. DEAD DONKEYS FEAR NO HYENAS gaat over de landroof door Europese en Aziatische landen in Ethiopië en GOLDEN FISH, AFRICAN FISH over de illegale internationale overbevissing van de waters voor West-Afrika. Ook een vernieuwende kijk op een Afrikaans conflict, in dit geval de Grote Afrikaanse Oorlog (1994-2003) in het hart van het continent, biedt Joel Karekezi’s THE MERCY OF THE JUNGLE. Het is in de eerste plaats een betoog voor vrede en tegelijk een illustratie van de ontplooiing van Rwanda als filmland. Dat er ook met humor kan worden gekeken naar oorlogstragedie en de zinloosheid van die oorlog, is de invalshoek van AKASHA van de Soedanese regisseur Hajooj Kuka. In 2016 werd hij op het Afrika Filmfestival voor zijn documentaire Beats of Antonov bekroond met de prijs van de Vlaamse UNESCO-commissie.

De focus op Ghanese cinema, die steeds prominenter aanwezig is aan het internationale filmfirmament, wordt onder meer gedragen door THE BURIAL OF KOJO van Samuel Bazawule, de hiphopartiest die ook bekendstaat onder zijn pseudoniem Blitz the Ambassador. In zijn filmdebuut ontdekt de kijker een magisch-realistisch en universeel verhaal over noodlot en liefde, een voor het grote publiek onbekend aspect van films uit Afrika.

Met dank aan het festival mogen we tickets weggeven voor de vertoningen van Fortuna (recensie), aKasha en The Mercy of the Jungle (in aanwezigheid van de regisseur). Mail je voorkeur naar win@filmmagie.be om twee gratis plaatsen te winnen!

Beeld boven: The Burial of Kojo

De schrijver van het artikel, Guido Convents, is voorzitter van Afrika Filmfestival. Meer info over het programma vind je hier.

Geschreven door GUIDO CONVENTS
 
onomatopee