I, Daniel Blake opende Film Fest Gent

Ken Loach, 80 jaar jong intussen, was samen met zijn hoofdactrice dinsdag speciaal naar Gent gekomen om er met zijn aanwezigheid in vijf zalen van Kinepolis de openingsfilm I, DANIEL BLAKE, wat luister bij te zetten. I, DANIEL BLAKE, de Gouden Palm van het voorbije Filmfestival van Cannes trouwens, komt hier bij ons eind van de maand in de zaal en vertelt een actueel verhaal om stil van te worden. In de straten van Newcastle, waar I, DANIEL BLAKE is gesitueerd, blijkt het aangenaam wandelen, zonder bedelaars, hoofddoeken of zwaar bewapende militairen. Wel kan je er een stel – als playboy bunnies verklede – lachende jonge meiden treffen. Hartlijder Daniel, een werkloze timmerman, blijkt van vele markten thuis. Afgezien van hout – hij schrijft ook uitsluitend met potlood – weet hij ook met elektrische bedrading om te gaan of fungeert hij als kinderoppas bij zijn buurvrouw, een alleenstaande moeder. Zij is ook werkzoekend, moest vanuit Londen verhuizen naar Newcastle 450 km verderop, leeft van de voedselbank en vindt job om nieuwe schoenen voor haar kinderen te kopen. Maar eigenlijk gaat het dus over Meneer Blake. De man bijt graag van zich af in het bureaucratische labyrint, al wil Ann van het arbeidsbureau hem wel helpen. Daarvoor krijgt ze terecht een standje van haar baas, want die dienst is er nu eenmaal niet om mensen de weg te wijzen. Helemaal te gek wordt het wanneer hij op de muur van het gebouw met een bus verf een boodschap spuit. De politie komt erbij en in plaats van de man in elkaar te slaan, begeleiden ze hem zachtaardig naar de combi. Toch beweert hij: “I'm a man, not a dog, and I deserve respect.” Soms slaat Dave Johns (in het ware leven een stand-up comedian, die geregeld de indruk geeft voor een zaal mensen te staan) de nagel op de kop. 

In THE SALESMAN (foto) duikt ook een hartpatiënt op, al hebben we hier te maken met een film uit Iran die overdrachtelijk is bedoeld. Asghar Farhadi heeft intussen al gezorgd voor een handvol waardevolle films. Scheurende muren, niet door een aardbeving maar wel door ondoordachte graafwerken, nopen een stel om een andere woonst te zoeken. De man geeft les en repeteert het theaterstuk 'Dood van een handelsreiziger' van Arthur Miller. Vandaar de titel, meer een knap bedacht afleidingsmanoever dan echt van belang. Het pand dat het stel betrekt heeft namelijk toebehoord aan een vrouw van lichte zeden die mannen ontving, en een van hen stapt per ongeluk (vermoedelijk) de kamer binnen, de douchende nieuwe bewoonster schrikt en bezeert zich. Haar man krijgt dat verhaal te horen en gaat op zoek naar de aanrander en vindt hem uiteindelijk. Dat graven naar de waarheid zorgt voor onherstelbare scheuren in hun relatie. De aanrander blijkt een hartpatiënt, heeft een vrouw en zij houdt van hem. De jonge vrouw van haar kant eist van haar echtgenoot onvoorwaardelijke vergevingsgezindheid. Een sterk staaltje bijgevolg van emancipatie, al is het wel noodzakelijk om de metaforen erachter te (door)zien. Puur filmisch genot en een must voor elke cinefiel.

A QUIET PASSION van Terence Davies zou dat ook kunnen zijn. Deze niet onverdienstelijke biopic over de dichteres Emily Dickinson begint wanneer ze als jong meisje rebelleert tegen haar omgeving. Niet alleen schrijft ze poëzie, haar replieken geven tevens blijk van een grote dosis intellect. Helaas levert dat weinig op en zo verwordt ze tot het archetype van de oude vrijster: iemand die wel alle antwoorden kent, maar er is niemand meer die de vragen stelt. Dat gebrek aan een klankbord ontlokt bij haar de vraag: “Waarom is de wereld zo lelijk?” Aan dat verzuren in eenzaamheid, dat gepaard gaat met woedeaanvallen, werd uitgebreid aandacht besteed. Technisch is op de film – zoals al het vorige werk van de Britse regisseur – niks aan te merken en tijdens de lange eindgeneriek blijkt zelfs dat er vele bekende Belgen mee geholpen te hebben. Vakwerk.

Geschreven door ZENO CORNELIS
 
onomatopee