Joker, geen grap

Joaquin Phoenix die je uit je bioscoopstoel blaast, dat is geen verrassing. Dat uitgerekend regisseur Todd Phillips een duister politiek-psychologisch portret heeft gemaakt is dat wel.

De hysterische lach van de Joker galmt over het Lido sinds de perspremière van de origin story over de grimlachende Batmanbaddie. In het verleden leende onder anderen Jack Nicholson zijn maniakale grijns uit aan het personage, maar het was te verwachten dat Phoenix’ interpretatie meer in de lijn zou liggen van Heath Ledgers vertolking in Christopher Nolans The Dark Knight. Nolan en Ledger maakten van de Joker een gestoord slissende terrorist, met vegen make-up en bloed in plaats van de netjes gemaquilleerde Nicholsonvariant.

Nolans Batmantrilogie en Ledgers Joker echoën de post-9/11-paranoia in de VS. In JOKER zetten Phoenix en regisseur Todd Phillips (verantwoordelijk voor de ongein van de Hangover-films en misdaadkomedie War Dogs) die onderdompeling in de Amerikaanse onderbuik verder en voegen er een schrikbarend portret van een psychopaat aan toe.

Phoenix’ Arthur Fleck komt aan de kost als clown die op straat passerende klanten winkels moet binnenlokken of in een ziekenhuis kinderpatiënten een fijne tijd tracht te bezorgen. Zelfs zijn niet bepaald vrolijk gestemde collega’s vinden hem een vreemde vogel. Dat Arthur – zijn moeder noemt hem … Happy – eigenlijk een stand-upcomedian wil worden, lijkt alleen in zijn hoofd een goed idee. Samen met zijn in haar appartement gekluisterde moeder kijkt hij naar de grollende talkshowhost Murray Franklin, een personage waarmee Robert De Niro refereert aan zijn rol in The King of Comedy, Martin Scorsese’s satire over een obsessieve celebritycultus.

Arthur is eerder het mikpunt van grappen (en vileine fysieke aanvallen) dan dat hij zelf geslaagde humor kan brengen. Hij is een man die afkeer opwekt, als hij überhaupt al opgemerkt wordt. Naast een karaktertekening van een getraumatiseerd individu zet JOKER zijn hoofdpersonage ook neer als vertegenwoordiger van een klasse deplorables, de havenots die rijkaard met politieke ambities Thomas Wayne (vader van Batman-to-be Bruce) beschrijft als “nothing but clowns”. Arthur is dus niet alleen een sociale misfit, hij wordt ook de (anti)held van massaprotesten tegen de gevestigde klasse (“Kill the rich”).

Hoewel JOKER enkele (kwalijke) elementen van de superheldenfilm overneemt, zoals de overdadig sturende muziek, is deze ‘stripverfilming’ vooral een afdaling in de psychologie van een psychopaat én een politiek pamflet. Net als Nolans Batmanfilms verbindt JOKER het legitieme protest tegen de 1% aan terroristisch geweld. En is de gangmaker van dat protest eigenlijk een nihilistische narcist, zonder politiek programma, gevolgd door een misdadige massa. Gotham in 1981 is een zieke maatschappij, met verdacht veel symptomen die de VS vandaag tekenen en met een waanzinnig acterende Phoenix als gestoorde wraakengel voor een klasse veronachtzaamden.

Leer hier meer nieuws uit Venetië.

Geschreven door BJORN GABRIELS
 
onomatopee