Karlovy Vary, waar de Oost-Europese film thuis is

Vorige week beklaagde een Vlaamse filmproducent zich nog over het leeuwendeel aan Europese subsidies dat naar films uit Oost-Europa gaat. Wie het Internationale Filmfestival van Karlovy Vary (KVIFF) in Tsjechië bezoekt beseft waarom. KVIFF heeft een sterk internationaal karakter, met films in de officiële competitie van de Verenigde Staten tot Indië, maar is in de eerste plaats toch de etalage bij uitstek van wat het oosten van Europa op filmvlak te bieden heeft. Deze films komen naar voor in een tweede competitie: East of the West, met films uit Oost- en Centraal-Europa. Uit de sterke verhalen en de manier waarop ze zijn verfilmd spreekt een urgentie, een dringendheid die we in onze West-Europese, vaak narcistische cinema amper terugvinden.

Zo bijvoorbeeld het sterk geschreven, straf geacteerde en zeer genuanceerde MEN DON’T CRY van Alen Drljević, goed voor de Speciale Prijs van de Jury en het Label Europa Cinemas als Beste Europese Film uit de officiële competitie. Twintig jaar na het einde van de burgeroorlog in ex-Joegoslavië worden een handvol oorlogsveteranen, die zich door iedereen in de steek gelaten voelen, uitgenodigd in een hotel in de bergen. De bedoeling is om daar onder leiding van een Sloveen die voor een vredescentrum werkt een therapiesessie te volgen waar ze met vragen worden geconfronteerd zoals: “Moet je je vaderland verdedigen?” of “Zijn oorlogsmisdaden door alle partijen begaan?” of nog “Moeten alle oorlogsmisdaden worden bestraft?” Maar de frustraties, persoonlijke tragedies, trauma’s tot en met zelfhaat blijven zoveel jaren later onderhuids voortwoekeren bij het diverse gezelschap van Serviërs, Kroaten, Bosniërs, etc. Toch lijkt een zweem van vergeving aan de einder te gloren.

De Prijs voor Beste Regie was voor Peter Bebjak en het uitzichtloze ČIARA/THE LINE. Een portret van Adam (!), die op de Slovaaks-Oekraïense grens woont, de vrij autoritaire vader van een doorsnee gezinnetje is, en tegelijk de meedogenloze chef van een plaatselijke bende die als lucratief handeltje sigaretten over de grens smokkelt. Een even dwingend als schrijnend verhaal over overleven, corruptie, wraak, verraad ...

Zo mogelijk nog uitzichtlozer is het Turkse DAHA/MORE van Onur Saylak, waarin een louche kerel zijn opgroeiende zoon van school weghoudt omdat hij hem een heel ander vak wil aanleren, dat van mensensmokkelaar – zeg maar mensenhater – die uitgemolken, vernederde vluchtelingen uit het Midden-Oosten in zijn donkere kelder opsluit om ze dan de wanhoop nabij de Egeïsche Zee op te jagen. Onthutsende cinema waar je stil en opstandig van wordt.

Zijn relatiefilm ARRHYTHMIA heeft Boris Khlebnikov, een van de interessantste Russische filmmakers van deze tijd, gesitueerd in het doktersmilieu. Olga (Irina Gorbacheva), dokter op de spoeddienst, is een en al ernst. Terwijl Oleg (Alexander Yatsenko, Beste Acteur), verpleegkundige bij de ambulanciers, veeleer een losbol is. Hun slopende werk, het redden van levens, zet hun relatie zwaar onder druk zonder dat het tweetal echt ruzie maakt. Knappe staaltjes intelligente cinema kwamen ook uit Azerbeidzjan, met NAR BAĞI/THE POMEGRANATE ORCHARD van Ilgar Najaf, waarin een grootvader koppig zijn boomgaard weigert te verkopen ook al kan hij het werk niet meer aan. Zijn enige zoon is twaalf jaar geleden spoorloos verdwenen en zijn kleinzoon, die samen met zijn moeder bij hem inwoont, is slechtziend. Maar dan daagt de verloren zoon plotseling op …

In het al op de Berlinale bekroonde CENTAUR illustreert Aktan Arym Kubat het aloude Kirgizische gezegde “Paarden zijn de vleugels van de man” aan de hand van een bouwvakker en gelukkige vader die ’s nachts renpaarden steelt om ze de vrijheid te geven en ze opnieuw aan de natuur te schenken.

UNTITLED is de laatste (door zijn monteur Monika Willi afgewerkte) “documentaire over bewegen en reizen” van Michael Glawogger, die in 2014 overleed aan malaria. De documentarist is in UNTITLED op zijn best dankzij flarden energieke scènes, onbeschrijflijk sterke beelden die voor zichzelf spreken, geregistreerd in alle uithoeken van de aardse planeet.

Karlovy Vary mag fier zijn op zijn aparte competitie voor documentaire films. Daarin speelde A MEMORY IN KHAKI van Alfoz Tanjour, die enkele naar het buitenland gevluchte Syrische opposanten laat getuigen over de jaren van repressie, tot aan de komst van de Arabische Lente in het land van de tirannieke leider Assad. Het was ATELIER DE CONVERSATION van de Oostenrijker Bernhard Braunstein dat de Prijs voor de Beste Documentaire won.

George Ovashvili won in 2014 de Crystal Globe voor Corn Island. Zijn nieuwe film KHIBULA speelde ook in competitie, ditmaal zonder prijs. KHIBULA is het lyrische relaas de naar zijn land teruggekeerde charismatische president Zviad Gamsachurdia, de eerste democratisch verkozen president van een onafhankelijk Georgië, begin jaren 90. Na een militaire staatsgreep was hij gevlucht. Bij zijn terugkeer hoopt hij alle krachten rond zich te verzamelen en trekt met een handvol medestanders door het land, tevergeefs op zoek naar (meer) steun. Nog in Georgië gesitueerd is DEDE van Mariam Khatchvani (Speciale Prijs van de Jury in de sectie East of the West), dat ook al teruggaat tot het jaar 1992. Dina woont in een afgelegen regio van Georgië waar traditie nog hoog in het vaandel wordt gedragen. Het meisje is uitgehuwelijkt, maar wordt verliefd op Gegi, een andere man van het dorp. Tijdens een jachtpartij pleegt de man die Dina ten huwelijk vroeg zelfmoord en het is maar de vraag of de rechtsprekende dorpshoofden de versie van Gegi zomaar geloven … Een mooie, verzoenende film waarin geloof en bijgeloof elkaar ook nog eens voor de voeten lopen.

In een sectie voorbehouden voor Tsjechische films speelde ŠPÍNA/FILTHY– eerder ook al te zien op het Filmfestival van Rotterdam –, een oersterk docudrama van Tereza Nvotová over Lena, een meisje van 17 dat tijdens een bijles bij haar thuis door haar wiskundeleraar wordt verkracht. Maar het meisje, dat door niemand meer begrepen wordt, zwijgt daarover in alle talen. Pakkend hoe de filmmaakster de toeschouwers in de verwarde, gekwetste ziel van het meisje laat kijken en vooral haar rusteloosheid, radeloosheid en onthutst zijn zeer juist laat aanvoelen.

Tussen dat zwaarmoedige en zwaarwichtige filmaanbod kwam BABY DRIVER (Sectie: Midnight Screenings) van Edgar Wright als een aangename verfrisser, een actiefilm als een wervelwind. Hoogst amusant vooral, want het filmscenario is bij elkaar geschreven aan de hand van tal van popsongs, van Earl & Dave, The Beach Boys tot Focus en Golden Earring. De titel is afgeleid van de gelijknamige song van Paul Simon (& Garfunkel). Baby Driver is de nickname van een chauffeur die wordt ingehuurd voor overvallen met telkens een andere bende zonderlinge en gewetenloze rovers. Wat volgt is een kleurrijke actiefilm overkokend van stripgeweld om u tegen te zeggen, amusant qua dialogen, spannend wat de verhaalplot vol aparte wendingen betreft, kortom topamusement, het beste sinds The Blues Brothers. En ja … de jongen krijgt het meisje (Deboray of Debra uit welke song alweer?), maar hij moet er wel wat voor doen!

Volledigheidshalve melden we ook dat het Turks-Belgische BLUE SILENCE van ‘onze’ Bülent Öztürk de Fedeora Award kreeg, een speciale vermelding van de jury van filmcritici uit Europa en het Middellandse Zeegebied. De film gaat in Belgische première op Film Fest Gent in oktober.

Ook vermeldenswaard is dat onder anderen componist James Newton Howard – toch al goed voor zo ongeveer 140 soundtracks van films – een zeer gesmaakte masterclass gaf.

Het 52ste filmfestival van Karlovy Vary vertoonde 144 langspeelfilms en 28 documentaires en noteerde in totaal 140.067 verkochte tickets. Onder de geaccrediteerden waren 398 filmmakers en 617 filmjournalisten.

Selectieve palmares

Crystal Globe (beste film officiële competitie): Little Crusader - Václav Kadrnka (Tsjechië, Slovakije)
Speciale Prijs van de Jury: Men Don't Cry - Alen Drljević (Bosnië en Herzegovina, Slovenië, Kroatië, Duitsland)
Beste Regie: Čiara/The Line - Peter Bebjak (Slovakije, Oekraïne)
Beste Debuut: Keep the Change - Rachel Israel (Verenigde Staten)
Grote Prijs East of the West-competitie: How Viktor "the Garlic" took Alexey "the Stud" to the Nursing Home - Alexander Hant (Rusland)
Beste Documentaire: Atelier de conversation - Bernhard Braunstein (Oostenrijk, Frankrijk, Lichtenstein)

Beeld: Men Don't Cry

Geschreven door FREDDY SARTOR