La Flor, ode aan het spel in BUDA

Dit weekend vertoont Kunstencentrum BUDA in Kortrijk, verspreid over drie dagen, het bijna veertien uur durende LA FLOR. Dit Argentijnse fenomeen was in Vlaanderen tot nog toe enkel te zien in Brussel, bij Cinéma Vendôme en tijdens het Brussels International Film Festival.

Regisseur Mariano Llinás deed tien jaar over het realiseren van zijn epische episodevertelling. Het zaadje voor LA FLOR was een voor velen herkenbaar gevoel. Begin jaren 2000 trof Llinás naar eigen zeggen de fictievorm aan in een uitgeleefde toestand. “Iedereen had het slechts voortdurend over de grenzen tussen documentaire en fictie (dat is tot op vandaag eigenlijk niet anders), maar niemand dacht na over het vinden van plezier in fictie zelf. Het opnieuw gezond maken van het verhalen vertellen, schuilt niet in het recept dat men toen is gaan uitproberen, met name de eerder bloedeloze slow cinema.” Llinás ontdekte in dezelfde periode vier theateractrices die samen het Argentijnse collectief Piel de Lava vormen: Elisa Carricajo, Valeria Correa, Pilar Gamboa en Laura Paredes. Toen hij ze voor het eerst aan het werk zag, wist hij dat hij met hen de kracht en het plezier van fictie kon heruitvinden. Waarschijnlijk is Llinás, samen met landgenoot Matías Piñeiro (Viola, La Princesa de FranciaHermia & Helena) met wie hij twee van de actrices deelt, er sinds de eeuwwisseling het best in geslaagd om fictie weer frisheid, lichtheid en nieuw leven in te blazen. Ook Piñeiro vond daar met de teksten van Shakespeare een sleutel voor in het theater. Film- en theatermaker Timeau De Keyser schreef in het jongste nummer van Etcetera een pleidooi voor het ‘doen alsof’ en de gekunsteldheid van fictie en personages. LA FLOR is hier een perfect voorbeeld bij: het idee dat wanneer een actrice aan het begin van de film een witte jas aantrekt, ze een dokter is. LA FLOR is bovenal een ode aan het spelen.

De vier vaste actrices zijn wat LA FLOR samenhoudt. De film is opgebouwd uit zes episodes, telkens opgevat als een ander genre-experiment, gaande van een B-mummiefilm, een muzikaal melodrama annex geheimgenootschapsmysterie (mijn absolute favoriet), een deels in Brussel gesitueerde spionagethriller met verwijzingen naar Kuifje enzovoort. De regisseur licht aan het begin van het eerste deel het narratieve ontwerp zelf toe aan de hand van een schets van een bloem. Verhalen hoeven hier niet afgemaakt te worden: vier episodes hebben een begin maar geen einde, andere beginnen in media res maar kennen wel een afloop.

LA FLOR is gemaakt in een geest van verzet. Llinás is de medeoprichter van het eigengereide en onafhankelijke productieplatform El Pampero Cine (genoemd naar de hevige wind op de pampa’s), dat in Argentinië opereert in de marge, buiten de staatssteun om. Het mooie en opmerkelijke is dat bij LA FLOR het verzet niet gestoeld is op woede, desillusie of narcistische afzondering, maar uitgaat van exces, verbeelding, genrestrategieën en radicale openheid. Met zijn omvang ontwricht LA FLOR de klassieke festivaleconomie en de gebruikelijke bioscoopslots. Het filmen begon als een passieproject waarin speeltijd werd gevonden in de gaten tussen de zogenaamde productieve verplichtingen en in de verschillende landen van de officiële theatertournees van de actrices. Zij zijn zichtbaar ouder geworden in de loop van het tienjarige opnameproces. Niet enkel hun lichamen veranderen, ook de technologie en materialiteit van de film transformeert; de eerste episode is nog gefilmd met een kleine MiniDV-camera.

Zo toont LA FLOR dat je om fictie te reanimeren toch weer langs de werkelijkheid moet passeren. Enkele van de sterkste stukken – de screen tests van de actrices aan het einde van episode vier of de registratie van een vliegshow met de klankband van Jean Renoirs Partie de campagne (1936) in de daaropvolgende aflevering – zijn documentair van aard, maar werken enkel dankzij de harmonieuze inbedding in de fictie. Zonder dat de actrices expliciet zichzelf moeten spelen of ‘zijn’, zoals in zoveel hedendaagse docufictie of documentair theater waar Llinás en De Keyser tegen ageren, vindt de film zijn kracht in het spel van vier fantastische vrouwen. LA FLOR is hun portret.

LA FLOR is te zien op 20, 21 en 22 september in BUDA, tickets en meer informatie vind je hier.

Beeld: La Flor

Geschreven door RUBEN DEMASURE
 
onomatopee