Lang leve David Bowie

Terwijl ik dit schrijf, speelt David Bowie's onsterfelijke nummer 'Heroes' in mijn koptelefoon. Vandaag, elf januari, nemen we afscheid van de legende, twee dagen na zijn 69ste verjaardag én de release van zijn nieuwe album 'Blackstar'. In haar decembernummer wijdde Filmmagie een artikel aan de expo 'David Bowie is', dat we hieronder met jullie delen. Ook schreven we een artikel over de cultklassieker 'The Man Who Fell to Earth', waarin Bowie een legendarische hoofdrol speelt. Er vallen wel tien (twintig? dertig?) boeken te schrijven over wat hij allemaal heeft verwezenlijkt. Wij focussen uiteraard op de films waarin hij meespeelde, waarvan de tien favorieten vertoond worden in het Groninger Forum: groningerforum.nl/events/bowie. Wie op tijd mailt naar charlotte.timmermans@filmmagie.be, krijgt een duoticket voor een film naar keuze.

DAVID BOWIE IS: Groningen eert David Bowie met retrospectieve en tentoonstelling

In zijn topjaren, de jaren 70, gold David Bowie, singersongwriter en allround performer, als een fenomeen, een trendsetter die zijn tijd ver vooruit was. In Groningen is niet alleen een tentoonstelling aan hem gewijd maar zijn ook de tien films te zien waarin hij meespeelde. – PIET GOETHALS

Niet minder dan driehonderdduizend bezoekers lokte David Bowie naar het Victoria & Albert Museum in Londen. Daarna ging de tentoonstelling naar steden zoals Chicago, Sao Paolo, Parijs, Berlijn en Melbourne. En nu dus ook naar Groningen. Wat valt er zoal te zien en (vooral) te horen? Bowie stond in de jaren 70 bekend als een androgyne kameleon, een performer die trends bepaalde en net op tijd van artistieke persona wisselde. Hij had inzicht in wat zijn publiek wilde en beschikte over een onfeilbare intuïtie voor toekomstige rages. Wat hem altijd tot creatieve risico’s heeft aangezet en maakte dat hij de mainstream links liet liggen. Bowie was invloedrijk, ontwierp zelf zijn iconische platenhoezen, werkte samen met innoverende couturiers, modeontwerpers – van Freddie Burretti en Kansai Yamamoto tot Thierry Mugler en Alexander McQueen –, tekende en schilderde zelf de storyboards voor zijn vrij unieke videoclips. Je mag gerust stellen dat het fenomeen Bowie de zeventiger jaren domineerde met uitstekende albums en intrigerende persoonswisselingen. Maar een paar interessante elpees zoals ‘Outside’ (1995) en het contemplatieve ‘Heathen’ (2002) niet te na gesproken, leek Bowie in de decennia na die creatieve topperiode veeleer een trendvolger dan -bepaler. In 2013 stond hij er na tien jaar afwezigheid plotseling terug. ‘The Next Day’ ademde een intelligente en gracieuze bezinning uit over zijn bijna zesenveertigjarige carrière. Zonder nostalgisch te doen. En met zijn meest recente song ‘Blackstar’ lijkt Bowie zich nogmaals opnieuw uit te vinden.

David Jones

David Robert Jones werd in 1947 geboren in Brixton, Londen. Het was zijn ambitie om plastisch kunstenaar te worden en hij was gebiologeerd door muziek. Als tiener speelde Jones gitaar en saxofoon; hij wilde muzikant worden omdat dat hem rebels en subversief leek. Jones voelde zich aangetrokken door de vrouwelijke trekken en seksueel geladen teksten van Little Richard en werd door de Beat Generation beïnvloed: Jack Kerouacs ‘On the Road’ en William Burroughs’ cut-uptechniek (aanwezig in de expo) in het bijzonder. Hij vond werk als collagetekenaar bij een reclamebureau in New Bond Street. Niet alleen stelde dat David in staat om de buitenwijken in te ruilen voor het ‘Swinging London’ van de sixties, hij kreeg tevens inzicht in marketing en gebruikte de vaardigheden en de knepen van het vak dat hij had geleerd bij de firma met het oog op het promoten en het ontwikkelen van zijn ontluikende muzikale carrière.

Als prille tiener had de toekomstige Bowie (hij veranderde zijn naam toen de Britse acteur en muzikant David Jones – later lid van The Monkees – in 1965 zijn eerste single uitbracht) al een uitstekende neus voor jongerenculturen en mode. Hij speelde in talloze bands (zoals The Kon-rads, Davie Jones With the King-Bees, The Manish Boys, The Buzz), verkende uiteenlopende genres, nam singles op en bracht in 1967 zijn eerste plaat ‘David Bowie’ uit. Niet onbelangrijk is zijn samenwerking met Lindsay Kemp in datzelfde jaar. Bowie deed er ervaringen op als mimeartiest en acteur. Hij kwam in aanraking met de eigenzinnige theatertheorieën van een Antonin Artaud (‘Le théâtre et son double’) en van een Peter Brook (‘The Empty Space’) en hij maakte zich via Kemp ook de kunst van make-up, travestie en camp eigen. Wat, na zijn doorbraak met de onverslijtbare klassieker ‘Space Oddity’, een wereldhit in 1969, zijn imago zou gaan bepalen.

The Man Who Sold the World

Op de hoes van zijn derde langspeler ‘The Man Who Sold the World’ ligt Bowie met blonde lokken in een prerafaëlitische pose in een jurk op een zetel gedrapeerd. Een criticus merkte destijds op dat hij meer op een filmster zoals Lauren Bacall leek dan op een rockster. In de bijzonder fraai uitgegeven en flink gestoffeerde catalogus DAVID BOWIE IS (320 pagina’s; € 39,90), wijdt Camille Paglia een bijdrage aan de verschillende androgyne persoonlijkheden van de artiest en de performer David Bowie. Haar tekst wemelt van de verwijzingen naar literatuur, muziek, film, theater en plastische kunsten. Ook in de tentoonstelling komen Bowies invloeden aan bod via fragmenten en citaten. De bezoeker van de expo wordt (niet chronologisch!) naar diverse ruimtes en hoekjes geleid, aan de hand van een hoofdtelefoon, die de muziek en de commentaar aanpast aan de ruimte (of de periode) waar hij/zij zich bevindt. Er zijn bijvoorbeeld interviews met Bowie en verhalen bij zijn vele kostuums (de verzameling is indrukwekkend), zijn plastisch werk en ontwerptekeningen. Het zijn hoofdzakelijk de muziek en de verhalen in de koptelefoon die de sferen, de genderimago’s en de episodes uit Bowies carrière oproepen.

Uiteraard zijn er ook talrijke filmfragmenten. Niet alleen van live optredens, videoclips en archiefmateriaal. Clips worden geprojecteerd achter podiumpakjes of op de muur. Op het einde heb je (in een grote open ruimte) zelfs het gevoel een live concert vanop de eerste rij mee te maken. Uiteraard passeren ook de fictiefilms waarin Bowie heeft geacteerd, zoals Nicolas Roegs onvolprezen The Man Who Fell to Earth en het schitterende Merry Christmas Mr Lawrence van Nagisa Oshima. Voor The Man Who Fell to Earth vroeg Roeg Bowie van geen drugs te gebruiken tijdens de opnameperiode. Bowie was midden jaren zeventig zwaar aan cocaïne verslaafd. Om af te kicken reisde hij naar Berlijn, waar hij – samen met Brian Eno – zijn Berlijnse trilogie pende en componeerde. Roegs sciencefictionfilm (Bowie is altijd al gefascineerd geweest door SF, surrealisme en dystopische samenlevingen) bepaalde tevens de look van de hoes van ‘Station to Station’ en die van ‘Low’, het eerste deel van de Berlijnse trilogie.

En dan is er ook de Bowie met de zilvergrijze pruik, zijn incarnatie van een artiest die hij bewonderde: Andy Warhol in Basquiat van Julian Schnabel. In de catalogus van de tentoonstelling wordt Bowie beschreven als de missing link tussen Andy Warhols ‘Popism’ en de hedendaagse kunst. Bowie hield van acteren en wist hoe hij zich voor een camera moest gedragen. Bewijs hiervan is een korte clip op Super 8 aan het begin van de expo. Een amateur filmde zijn echtgenote in Soho en bleef toevallig draaien toen een 17-jarige David Bowie in beeld kwam. Opvallend is dat deze tiener zich al gedroeg als het idool dat hij later zou worden.

Een synthese van invloeden

Bowies ontwerptekeningen voor platenhoezen, videoclips en podia (tot de belichting toe) bieden een schat aan informatie en reveleren een allround kunstenaar die op elk moment van zijn carrière de volledige controle had en hield. Behalve dan financieel. Want toen hij een contract sloot met advocaat en manager Tony DeFries, belandde Bowie na zijn ‘Diamond Dogs’-tournee ei zo na in de armoede. Het was John Lennon die hem tips zou geven over hoe hij van DeFries moest afraken.

David Bowie ging eigenlijk zeer eclectisch te werk. Zijn invloeden zijn zeer uiteenlopend: van Stanley Kubrick, Lord Byron, Oscar Wilde, Baudelaire, Little Richard, Nina Simone, Jacques Brel, het dadaïsme en het expressionisme, Giorgio de Chirico, Andy Warhol en diens Factory, William Burroughs en tot en met musici zoals Lou Reed en Iggy Pop. Bowie koppelde zijn genderspel aan de snel opeenvolgende evoluties en modes in de moderne cultuur en samenleving. Hij synthetiseerde de vele invloeden en creëerde er een eigen stijl mee. Hij is een meester in het laten samensmelten van diverse elementen tot een uniek geheel.

Centraal in de expo staat Bowies geflirt met dubbelzinnigheden. Zo schokte hij de gemeenschap anno 1972 toen hij in een interview in ‘Melody Maker’ verklaarde homoseksueel te zijn. Een (zoveelste) pose natuurlijk. Want later verklaarde hij volbloed hetero te zijn. Bovendien is Bowies verwijde pupil (waardoor het lijkt alsof zijn ogen verschillende kleuren hebben) het resultaat van een handgemeen met zijn beste jeugdvriend George Underwood over een … meisje. Tijdens zijn periode bij Kemp ontmoette Bowie de danseres Hermione Farthingale, op wie hij stapelverliefd werd. Het was Angie Bowie die haar (toenmalige) echtgenoot en diens bandleden aanspoorde om extravagantie te benadrukken en dat op de scène uit te spelen. Bowies zogenaamde biseksualiteit en androgyne mystiek sloegen aan. Zijn alter ego Ziggy Stardust werd een fenomeen.

Deze multimediatentoonstelling geeft het intense gevoel alsof je in het brein treedt van een creatief genie. Het is er aangenaam toeven. Trek er maar een volledige voor- of namiddag voor uit, want het is niet alleen genieten, als je alles wilt bekijken en beluisteren ben je ettelijke uren zoet!

Van 11 december 2015 tot 13 maart 2016 worden de zalen van het Groninger Museum ingenomen door een retrospectieve over David Bowie. Info: www.Groningerforum.nl/Bowie

Geschreven door PIET GOETHALS
 
onomatopee