Leviathan opent Courtisane

LEVIATHAN, de documentaire van antropoloog-filmmakers Lucien Castaing-Taylor en Véréna Paravel die het afgelopen jaar ladingen lofuitingen binnenhaalde in het internationale festivalcircuit (Locarno, CPH:DOX…) mag woensdagavond het rijkgevulde Festival Courtisane openen.

We bevinden ons aan boord van een vissersschip op de Atlantische Oceaan, voor de Amerikaanse noordoostkust. De zeevisserij vanuit de haven New Bedford kent een lange geschiedenis. Zo vond de Amerikaanse schrijver Herman Melville er inspiratie voor zijn legendarische roman Moby Dick. De documentaire LEVIATHAN, waarvan de titel verwijst naar het mythologische zeemonster, staat met beide benen in die traditie. Mystiek en het stoffelijk concrete, metaforiek en het viscerale wervelen om elkaar heen. Zeer mobiele camera’s tuimelen door de lucht en in het water, gaan op het duistere dek van hand tot hand en staren in de ogen van meeuwen en vissen tijdens een documentaire trip aangedreven door het bonken en beuken van een woelige zee en de machines die haar bevaren en bevissen. Op de soundtrack geen verklarende commentaarstem, maar wel klotsend water, gedreun, geratel en… een flard uit het meesterlijke album Leviathan van de metalgroep Mastodon (geïnspireerd op Moby Dick).

Castaing-Taylor is directeur van het Sensory Ethnographic Lab (SEL) aan de universiteit van Harvard. Eerder gooide hij al hoge ogen met de documentaire Sweetgrass (2009, met Ilisa Barbash), over de laatste tocht van schaapsherders in Montana. De artistieke onderzoeken van het SEL vertrekken bij bekende principes van antropologische films. Voor ze zich verstrikken in de veronderstelde tweedeling tussen wetenschappelijke informatie en esthetiek, kielhalen ze het verzopen idee dat artistieke pareltjes geen inhoudelijke zeggingskracht zouden hebben. Via observaties in een specifieke, min of meer afgesloten omgeving creëren Castaing-Taylor en Paravel een filmische constructie die meesleept, schuurt, bonkt en zich vastbijt. Het belerende vingertje blijft achterwege, ten voordele van de esthetische beleving. De fusie van artistieke creatie en wetenschappelijke waarneming roept herinneringen op aan de metaforische documentaires van Jean Painlevé. Maar dan wel met een flinke scheut horror.

Hoewel heel anders dan LEVIATHAN, zijn andere SEL-films toch verwant. PEOPLE’S PARK (J.P. Sniadecki en Libbie Dina Cohn, 2012) deint in één langgerekt shot mee op het ritme van een populair Chinees stadspark. Los van de visuele gimmick schetst vooral het omgevingsgeluid een boeiend portret. In FOREIGN PARTS (2010) richten Sniadecki en Paravel de camera op een industrieterrein nabij een sportstadium in New York. De handel in tweedehandse auto-onderdelen staat er op het punt te verdwijnen. Met humor en authentiek medeleven laten Sniadecki en Paravel de bewoners aan het woord, die nog verder in de marginaliteit dreigen te verzeilen. Net zoals in LEVIATHAN opent een flard muziek een perspectief op de documentaire: uit een radio weerklinkt ‘I wanna be sedated’ van The Ramones.

Het SEL zet in op de ‘totaalervaring’ van cinema en breidt die ook uit door films geregeld te presenteren als installatiekunst. LEVIATHAN in het bijzonder levert een sensationele beleving op. Prachtige beelden, die soms neigen naar het abstracte, laten mens, machine en natuur in één filmische ruimte met elkaar botsen. Zeemansromantiek en menselijke suprematie hebben er geen plaats, donkere virtuositeit wel.

Courtisane vertoont Leviathan op 17 april (20u30) en 20 april (13u30) in Sphinx, Gent, zie www.courtisane.be. Ook Docville programmeert Leviathan: op 4 mei (17u) en 8 mei (20u) in Cinema ZED, Leuven, zie www.docville.be.

Geschreven door BJORN GABRIELS
 
onomatopee