Marrakech, vierde verslag

De Libanees-Frans-Belgische coproductie THE ATTACK (foto) van Ziad Doueiri - een echte 'whydunit' over het waarom mensen ertoe komen om zichzelf op te blazen - heeft hier in Marrakech serieus indruk gemaakt. Dat thema hebben we al eerder gezien in Les chevaux de Dieu en in Paradise Now (2005) van de Nederlands-Palestijnse filmmaker Hany Abu-Assad, maar deze psychologische thriller is veel meer confronterend. Gebaseerd op de bestseller van Yasmina Khadra - Arabisch voor 'groen jasmijn' en pseudoniem van de Algerijnse schrijver Mohammed Moulessehoul - vertelt deze politiek zwaarbeladen film het verhaal van de Palestijnse chirurg Dr. Amin Jaafari in Tel Aviv, die na een moorddadige bomaanslag moet toegeven dat zijn vrouw Siham de dader is. Het identificeren door hem van zijn gehalveerde vrouw in het lijkenhuisje, de confrontatie met de brutale moslimsjeik en de fanatieke priester: het zijn scènes die niemand onberoerd zal laten.

In tegenstelling tot de Bollywoodmusicals, romantische komedies en actiefilms die elke avond vertoond worden op het Jemaa el Fna plein in aanwezigheid van een plejade Hindisterren, is er geen zang- noch dansspektakel in de tweede film van de Indische filmregisseur Kamal K.M. I.D. begint als een thriller en eindigt als een docudrama. De studente Charu is net naar een flat in Mumbai verhuisd om een goed betaalde job in de marketing te zoeken. Wanneer een schilder in haar appartement plotseling het bewustzijn verliest moet zij wel de verantwoordelijkheid op zich nemen om de man naar een ziekenhuis te brengen. Maar wie is die schilder? Het is maar het begin van een zoektocht naar de identiteit van een mens doorheen de bureaucratie van een labyrintische megalopolis.

L'HOMME QUI RIT van Jean-Pierre Améris – binnenkort ook in de bioscoop in België – is een van de films die buiten competitie in het gezellige Le Colisée wordt vertoond. De film speelt zich af aan het einde van de 17de eeuw en is gebaseerd op de van 1869 daterende gelijknamige filosofische roman van Victor Hugo en is vooral bekend omdat het hoofdpersonage Gwynplaine, een weesjongen, getekend is door een groot litteken in zijn gezicht waardoor het lijkt alsof hij altijd lacht. Tal van auteurs en cineasten werden erdoor geïnspireerd, niet het minst bij de creatie van een figuur zoals Joker uit de Batmanverhalen.

Geschreven door KAREL DEBURCHGRAVE
 
onomatopee