In memoriam Virna Lisi (1936-2014)

“Een van de mooiste vrouwen ter wereld”, “de actrice met de eeuwige glimlach”, “de elegantie op leeftijd” ... Samen met de opsomming van haar nationale en internationale prijzen zijn het maar enkele van de superlatieven die de Italiaanse pers bovenhaalde om het overlijden van Virna Lisi bekend te maken. De Italiaanse actrice werd 78 jaar.

De blonde Virna Lisi viel me voor het eerst op in ROMOLO E REMO (Sergio Corbucci, 1961), een van de lange serie Italiaanse pseudo-historische peplumfilms uit die jaren; daarin was ze de “screaming beauty” van dienst, d.w.z. de jonge heldin die eerst met een luide gil een onrecht moet ondergaan om tenslotte door de held van dienst omarmd te worden. Maar in Italië had Virna Pietralisi (echte familienaam, geboren in Ancona, °1936) vanaf haar 16de al bekendheid verworven in vooral populaire sentimentele films. Buiten de nationale grenzen had ze in 1955 een bijrol in de epoque-komedie LES HUSSARDS (Alex Joffé, met Bourvil en de Funès in een bijrol) die in Italië pas in 1961 werd uitgebracht. In LA DONNA DEL GIORNO (Francesco Maselli, 1956) speelde ze de hoofdrol in een drama waarin toen al de vluchtigheid van mediabekendheid op de korrel werd genomen. In plaats van kopje onder te gaan in de reclamewereld was het de slogan in 1958 voor een tandpasta “Met zo’n mond mag je zeggen wat je wil” die op het Italiaanse tv-publiek eenzelfde effect had als de internationale Essocampagne “Stop een tijger in je tank” wat later. Het maakte haar op slag écht bekend. Al had ze dan in 1957 op de Rai-televisie al de vrouwelijke hoofdrol vertolkt in de miniserie ORGOGLIO E PREGIUDIZIO (Daniele D’Anza) naar Jane Austens Pride and Prejudice. Ze zou blijven acteren voor de overheidsomroep Rai of voor Berlusconi’s commerciële televisie tot begin 2014 in MADRE, AIUTAMI (Gianni Lepre).

In de jaren 60 werd ook Miss Lisi herhaaldelijk gecast als “blondje”, in Italië onder meer voor LE BAMBOLE (sketchfilm, 1965) of CASANOVA ’70 (Mario Monicelli, 1965, met Marcello Mastroianni voor wie Lisi een levenslange bewondering hield). In Europese films castte Joseph Losey haar naast Jeanne Moreau in EVA (1962) en in LA TULIPE NOIR (Christian-Jaque, 1964) was ze de partner van Alain Delon. Ook al werd ze door de media in het grillige straatje van de “diva”/”ster” gedreven die faam heeft ze nooit aanvaard. Dat ze ook buiten het grote of kleine scherm kwaliteiten had bewezen haar toneelvertolkingen voor regisseurs zoals Giorgio Strehler in Milaan en Michelangelo Antonioni in Rome.

In de V.S. debuteerde ze als de nieuwe Marilyn Monroe aan de zijde van Jack Lemmon in HOW TO MURDER YOUR WIFE (Richard Quine, 1965, met de fameuze scène waarin ze in bikini uit een verjaardagstaart opduikt), met Frank Sinatra in ASSAULT ON A QUEEN (Jack Donohue, 1966), met Tony Curtis en George C. Scott in NOT WITH MY WIFE, YOU DON’T (Norman Panama, 1967) … Terwijl ze in die periode in de States woonde, stak ze toch nog graag de oceaan over om in Europa te acteren, onder meer in MADE IN ITALY (Nanni Loy, 1965) en THE 25TH HOUR (Henri Verneuil, 1967). Om niet in het blondjestype te verdrinken betaalde ze in 1968 een flinke schadevergoeding om voortijdig haar Paramountcontract op te kunnen zeggen. Maar voordien al had ze bedankt voor de rol van Bondgirl in FROM RUSSIA WITH LOVE en liet ze de hoofdrol van BARBARELLA aan Jane Fonda over. Haar Europese terugkeer belette haar echter niet te spelen in Amerikaanse films zoals IF IT’S TUESDAY, THIS MUST BE BELGIUM (Mel Stuart, 1969) of THE SECRET OF SANTA VITTORIA (Stanley Kramer, 1969). Bijkomende redenen om het Hollywoodcontract te annuleren bleken de te strikte studioverplichtingen voor de eigenzinnig-zelfstandige vrouw die ze ondanks alles was, maar ook de lange afwezigheid van haar thuis, Italië, van haar echtgenoot, de architect Franco Pesci (overleden in 2013) en hun zoontje Corrado. Pas dezer dagen zijn er getuigenissen opgedoken dat de Italiaans-Amerikaanse maffia in de jaren 60 Italiaanse sterren uit de muzikale en filmwereld probeerde in te schakelen in hun illegale activiteiten in ruil voor een (gegarandeerde) Amerikaanse carrière.

In de jaren 70 trad Virna Lisi op in tweederangsrollen in talloze Europese coproducties, in uiteenlopende genres, in komedies zoals THE STATUE (Rodney Amateau, 1971), thrillers zoals LE TEMPS DES LOUPS (Sergio Gobbi, 1970), BLUEBEARD (Edward Dmytryk, 1972), LE SERPENT (Henry Verneuil, 1973), de avonturenfilm ZANNA BIANCA (Lucio Fulci, 1973 en 1974), en in de opmerkelijke drama’s BEYOND GOOD AND EVIL (Liliana Cavani, 1977) en ERNESTO (Salvatore Samperi, 1978). In de volgende decennia was de actrice vooral actief in tv-films waaronder de indrukwekkende serie CRISTOFORO COLOMBO (Alberto Lattuada, 1985). Qua bioscoopfilms blijft ze gedenkwaardig in de drama’s LA CICALA (Alberto Lattuada, 1980, waarin ze als verwaarloosde prostituee alles behalve een schoonheid is), I RAGAZZI DI VIA PANISPERNA (Gianni Amelio, 1989) en als vrouwelijke hoofdrol in BUON NATALE … BUON ANNO) (Luigi Comencini, 1989). Het was evenwel haar vertolking van Cathérine de Médicis in LA REINE MARGOT (Patrice Chéreau, 1994) die haar opnieuw in de internationale belangstelling bracht en die haar vertolkingsprijzen opleverde in Cannes ’94 en tijdens de Césars ’95 – ook in deze rol is ze geen schoonheid.

Haar laatste drie vertolkingen waren in films van de cineaste Cristina Comencini: VA’ DOVE TI PORTA IL CUORE (1996), IL PIU’ BEL GIORNO DELLA MIA VITA (2002) en LATIN LOVER (release in de lente 2015). Films waarin de familie centraal staat, een gemeenschappelijke trek in de filmografie van Cristina Comencini, maar evenzeer in het leven van Virna Lisi, voor wie de acteercarrière ondergeschikt was aan de familieband. + 18 december 2014

Geschreven door MARCEL MEEUS
 
onomatopee