Mijn twee cent

“Zal Filmmagie een standpunt innemen?” vroeg een altijd scherpe huisgenoot me in een van de vele duizenden gesprekken die momenteel worden gevoerd over de besparingen in cultuur en media. Uit die vraag groeide meteen een veel bredere overweging: bekleedt de Vlaamse filmwereld geen gewrongen positie in het debat?

Op 30 september 2019, de dag dat de Vlaamse regering haar regeerakkoord bekendmaakte, weerklonken vreugdekreetjes aan de Bischoffsheimlaan in Brussel. Het Vlaams Audiovisueel Fonds lobbyt al jaren voor een verdere verhoging van de werkingsmiddelen om de film in Vlaanderen en zijn andere, steeds uitbreidende bevoegdheden (televisiereeksen, games, VR …) te ondersteunen. Het bleek te lonen.

Onder de sectie ‘cultuur, jeugd en sport’ stond het VAF namelijk vermeld. De droom van elke organisatie die hoopt op een gunstig toekomsttraject. En doen ze dat niet allemaal? Cultuur, jeugd en sport hebben, zo vindt de Vlaamse regering, “een belangrijke plaats in de Vlaamse samenleving”. Dat betekent, voor alle duidelijkheid: “Ze zorgen onder meer voor sociale cohesie, gezondheid en welbevinden, stimuleren burgerparticipatie, en geven ruimte voor creativiteit en zelfontwikkeling.”

State of the art

De passage die het VAF gunstig stemde op die gure herfstdag eind september, was helder in zijn instrumentalisering van film (en literatuur): “We versterken de Vlaamse identiteit via een extra investering in het Vlaams Audiovisueel Fonds en in het Vlaams Fonds voor de Letteren en we blijven tevens inzetten op de promotie in binnen- en buitenland van onze Vlaamse creaties en auteurs.”

Aangezien er sprake is van een extra investering, niet zomaar ‘steun’ of ‘subsidie’, volgt er ook een return on investment. Die investering is symbolisch en ideologisch, want bedoeld om de Vlaamse identiteit te versterken. Maar er is ook een economische kant. En daarin spelen cultuurmakers vaak een dubbele rol. Telkens als hun subsidies onder vuur komen te liggen, proberen ze hun bestaansrecht te verantwoorden door te wijzen op de financiële opbrengsten die ze genereren. Met die redelijke argumenten schikt de sector zich naar het dominante commerciële discours, maar vangt het al jarenlang bot tegenover een in de kern onredelijk besparingsmantra (dat ook geldt voor sectoren als media, onderwijs, zorg enzovoort).

The Dumb Girl of Portici (Lois Weber, 1916)

Toen minister van Cultuur Sven Gatz aan het begin van de vorige regeerperiode in 2014 zijn besparing voorlegde, stelde het economische tijdschrift Trends: “Voor elke euro belastinggeld die in cultuur wordt gestoken, vloeit twee tot drie euro terug naar de economie.” VAF-intendant Provoost lichtte in mei 2019 de toekomstplannen van het VAF toe bij de commissie Cultuur van het Vlaamse Parlement en benadrukte: “Screen Flanders (het economische ondersteuningsfonds voor film in Vlaanderen, nvdr) is bijzonder succesvol: voor elke euro dat het investeert in een productie komt er 8,50 euro uit het buitenland.”

Met als argument economisch en artistiek succes, binnen en buiten Vlaanderen, hield het VAF een pleidooi voor een aanzienlijke budgetverhoging van 12,9 miljoen euro (51 procent van de huidige VAF-middelen). Provoost besefte dat het VAF daarmee veel vraagt, maar het bedrag is "nog altijd minder dan de budgetten van vergelijkbare buitenlandse fondsen. Ook die vragen bovendien meer geld. De Nederlandse tegenhanger bijvoorbeeld ijvert voor een budgetverhoging met 50 miljoen euro".

Kwestie van solidariteit

De besparingen die minister-president en minister van Cultuur Jan Jambon als noodzakelijk presenteert, zullen het totale cultuurbudget doen dalen van 518 miljoen naar 508 miljoen euro per jaar. Dat is 1,11 procent van de totale Vlaamse begroting, ofwel het kleinste aandeel in twintig jaar tijd (zie De Tijd). Al gaf Jambon gisteren tijdens de commissie Cultuur aan dat het budget helemaal niet zou dalen.

Constante in het rondje cijfergegoochel is wel de zes procent besparing voor alle structureel gesubsidieerde cultuurorganisaties, met een uitzondering voor de zeven erkende grote Vlaamse kunstinstellingen: AB, Antwerp Symphony Orchestra, Brussels Philharmonic/Vlaams Radio Koor, Concertgebouw Brugge, De Singel, Kunstencentrum Vooruit en Opera Ballet Vlaanderen. De grote spelers worden dus meer ontzien dan de kleine, die bovendien net als individuele kunstenaars vaker hopen op projectsubsidies. Kwetsbare kunstenaars en organisaties krijgen zo een tot hakbijl versmolten kaasschaaf op zich af. De nu al ontoereikende subsidiepot voor projecten krimpt in 2020 namelijk met zestig procent en gaat van 8,5 naar 3,4 miljoen euro.

A fábrica de nada (Pedro Pinho, 2017)

“Iedereen moet besparen, dus ook de kunsten. Dat is een kwestie van solidariteit”, meent Jambon. Terwijl enkele protesterende acteurs in het Vlaamse Parlement hun verbolgenheid kwamen uiten, gaf hij aan dat de cultuursector zelf een alternatieve begroting mocht voorstellen. Uiteraard met behoud van het globale financiële plaatje en de beleidskeuzes van de regering. De sector mag zelf de eigen sanering uitvogelen … Kwestie van solidariteit? Het klinkt eerder als een cynisch ‘laat ze het maar onderling uitvechten’.

Aan de impulsinvesteringen die de Vlaamse regering doet in het VAF (en in het Vlaams Fonds voor de Letteren, in erfgoed en in de 34 miljoen voor de aankoop van het Amerikaans Theater in Brussel) kan niet worden geraakt, zo benadrukte N-VA-politicus en lid van de cultuurcommissie Marius Meremans in De afspraak. Het VAF krijgt in 2020 na aftrek van besparingen 354.000 euro extra. Om de Vlaamse identiteit te versterken.

Beleidskeuzes maken is wat een regering hoort te doen. Net als die verantwoorden en omgaan met kritiek erop. Bijvoorbeeld op de observatie dat de regering kunst nu vooral beschouwt als een promotievehikel waarmee de Fernand Hutsen van deze aardkloot grote sier kunnen maken. Politici worden verkozen om in dialoog met het middenveld een beleid uit te stippelen. De architecten van het huidige cultuurbeleid blinken echter vooral uit in dedain voor de sector die ze beheren. Of hoe anders is de uithaal van Marius Meremans naar artistiek leider van KVS Michaël De Cock te lezen? Enkele minuten nadat die er in Ter zake heel gematigd op had gewezen dat de zogenaamde uitgestoken hand van Jambon wel laat komt, sneerde Meremans tussen neus en lip dat De Cock onlangs wel had gepleit voor een hogere subsidie aan KVS. Waarmee hij onomwonden de visie op de cultuursector als een krabbenmand vol rood aangelopen concurrenten aanzwengelt. Geen aandacht voor de intentie van de KVS om financieel beknotte theatermakers onderdak te geven, terwijl de KVS “zelf tot op het bot is afgeschraapt”. Geen oog voor solidariteit.

De peulschil staat hier

Zo raken we aan de kern van het huidige cultuurbeleid, dat een verdere uitvoering is van wat al jaren wordt gepredikt. De terugverdieneffecten in de creatieve sector zijn al lang bekend. Iedereen die nog maar een blik werpt op de Vlaamse begroting, ziet bovendien dat het aandeel publiek geld dat gaat naar cultuur slechts een peulschil is in vergelijking met de uitgaven in andere beleidsdomeinen, zoals de subsidies (nauwelijks ‘investeringen’ te noemen) aan bedrijfswagens of commerciële mediagroepen. Toch hebben politici eigenlijk geen oren naar dergelijke feiten. Kunstenaars en cultuurwerkers moeten en zullen weggezet worden als subsidieslurpers aan wie ‘de’ Vlaming geen boodschap heeft. “U bent de typische cultuurbobo die enkel geïnteresseerd is in het geld van de Vlaming”, brieste Vlaams Belanger Filip Brusselmans gisteren, op weg naar zijn met publiek geld betaalde zetel in de commissie Cultuur.

Dit vijandbeeld van kortzichtig revanchisme is zodanig ingebakken bij zelfs de leden van de cultuurcommissie, dat een constructieve dialoog en doeltreffend verzet bij voorbaat gedoemd lijken. Lijken. Terwijl de muntvreters erop rekenen dat de cultuursector vechtend om middelen over de straatstenen rolt, komen er tekenen van solidariteit over de disciplines heen. En dat is best verrassend, want kunst en cultuur blinken nu eenmaal niet altijd uit in saamhorigheid. Vanuit New York benadrukken Ivo Van Hove en Anne Teresa De Keersmaeker het belang van projectsubsidies (“Ooit waren we ook ‘projecten’”). De kunsthogescholen uiten gezamenlijk hun bezorgdheid. Bij kunstinstituten zoals het SMAK in Gent besloten directies gisteren de deuren te sluiten. Luc Tuymans neemt in kunstenmagazine Hart zowaar het privatiseringsmodel van de kunsten op de korrel ...

Tot nu toe blijft film wat buiten beeld. Acteurs als Michael Pas en Maaike Neuville lieten al van zich horen, maar we lazen nog geen uitgebreid standpunt van bijvoorbeeld de regisseurs aan wie wordt gevraagd “de Vlaamse identiteit te versterken”. Wel tekenden meerdere (jonge) filmmakers present tijdens de protestsamenkomsten in de Beursschouwburg op 12 november en aan het Vlaams Parlement gisteren. De Vlaamse filmwereld mag dan een wat gewrongen positie innemen in het debat, de inzet daarvan belangt filmmakers, acteurs, cameramensen, monteurs, crewleden, producenten, distributeurs, festivalorganisatoren … niet minder aan dan hun evenknieën in beeldende kunst of theater. We mogen ons niet laten vangen aan het zondebokprincipe dat zo welig tiert.

Jambon en partijgenoot Matthias Diependaele (“We besparen overal, dat dat niet zou mogen in cultuur, vind ik choquerend”) trachten de ene gekortwiekte groep uit te spelen tegen de andere. Alsof de cultuursector middelen wil wegnemen van hulpbehoevende domeinen. Alsof de protesten tegen cultuurbesparingen de solidariteit met andere sectoren op de helling zouden zetten. Alsof de enkele miljoenen die verdwijnen uit de cultuursector ten goede komen aan het domein media, met de schrappingen bij VRT en het stopzetten van het Vlaams Journalistiek Fonds en de Mediacademie, steunpunten voor onafhankelijke journalistiek (zie hier). Of in de weg staan van de noodzakelijke investeringen in zorg, onderwijs, sociale huisvesting … Solidariteit overschrijdt de disciplines én de sectoren. Het is niet aan de kunstenaars om de Vlaamse begroting op te stellen, wel om toekomstperspectieven te bieden. En dat is voor film niet minder waar dan voor de andere kunsten. Film is verbeelding, opent de toekomst. En dat kunnen we wel gebruiken, ook in Vlaanderen.

Geschreven door BJORN GABRIELS
 
onomatopee