Millenium Festival sluit succeseditie af

De Bulgaarse documentaire THE GOOD POSTMAN van Tonislav Hristov en RIEN N’EST PARDONNÉ van Vincent Coen & Guillaume Vandenberghe wonnen de Grote Prijs, respectievelijk van de internationale en de Belgische competitie van het 9de Millenium Festival. DON JUAN van Jerzy Sladkowski was goed voor de Publieksprijs.

Een hele week lang werden de voorstellingen in de Brusselse bioscoopzalen van Galeries, Aventure en Actor’s druk bezocht en geregeld dienden zelfs klapstoeltjes te worden bijgezet. Of dat als een publiek statement van ‘wij hebben geen angst’ mag worden beschouwd na de aanslagen van vorig jaar tijdens het festival blijft een open vraag. Bij de organisatoren slechts lachende gezichten.

Dat het publiek DON JUAN van de in Polen geboren en in Zweden levende Jerzy Sladkowski bekroonde is bijna vanzelfsprekend. De 22-jarige autistische Oleg heeft een aversie voor intimiteit en het kost Tanja de grootste moeite om met hem iets meer dan vriendschap te hebben. Zij heeft liever een schuchtere jongen als geliefde dan een macho. De echt geschifte personen zijn de moeder en grootmoeder van de jongen in deze romance die wat te veel werd geënsceneerd. Dat is THE GOOD POSTMAN van de in Bulgarije geboren en sedert 2001 in Finland levende Tonislav Hristov ook, een gepolariseerde tragikomedie zeg maar, waarin de postbode een humaan karakter meekrijgt – de brave man wil langsreizende Syrische vluchtelingen een onderdak aanbieden in de talloze leegstaande huizen in de regio. Voor de burgemeestersverkiezingen in het dorp moet hij de strijd aanbinden met een corrupte communist, die nooit verder raakt dan wat holle slogans en stemmen ronselt bij de ouderen van het dorp met hun nostalgie naar het oude (communistische) regime, én met een liberale vrouwelijke kandidaat die zich nergens mee wil bemoeien. Het is zij die aan het langste eind trekt … Volgens het juryrapport geeft de film “het dilemma van het aanvaarden van de ander een menselijk gezicht en koppelt het een sterke boodschap aan een perfecte cinematografische expressie”.

Een sterke boodschap opent PLASTIC CHINA van Jiu-Liang Wang – eerder ook al laureaat op IDFA – waarin twee families ons plasticafval met primitief gereedschap verwerken tot kleine korrels die opnieuw kunnen worden gebruikt. Het werk is hoogst ongezond, weinig betaald en de kinderen ‘spelen’ in de smurrie, want geld om naar school te gaan ontbreekt. Tussen de inhoud van constant aangevoerde containers zitten weggegooide speeltuigen die meestal stuk zijn en geplastificeerde magazines met allerhande hebbedingetjes (blinkende schoentjes onder meer) die kundig worden uitgescheurd en verzameld. Yi-Jie, 11 jaar, helpt mee om het vieze goedje te sorteren en is tevens babysit voor de jongere broers en zussen.

De titel van de film FOREVER PURE staat als slagzin op een spandoek van de rechts-racistische supporters/hooligans van de legendarische Beitar Jeruzalem Football Club. De Rus Arcadi Gaydamak is eigenaar van de club zonder veel om voetbal te geven. Hij wil een gooi doen naar de burgemeesterssjerp van Jeruzalem. De Israëlische filmmaakster Maya Zinshtein is van geen kleintje vervaard, want voetbal – altijd een beetje oorlog – met de agressieve fans escaleert nadat twee Tsjetsjeense moslimspelers zijn aangekocht; zelfs het clublokaal gaat in vlammen op ... Of hoever haat kan gaan!

Van Ido Haar stond PRESENTING PRINCESS SHAW op het programma, een film die meer vragen oproept dan beantwoordt, want hoe kwam de maker bij het onderwerp terecht of waarom wordt de chronologie geregeld doorbroken? Het lijkt alsof het een vervolg is van een nooit vertoonde film. De prijs van RTBF/La Trois betekent dat de film ook zal worden uitgezonden. Oordeel dan zelf maar hoe Samantha – een singer-songwriter die haar a cappella-huisvlijt op YouTube post – in Israël een ster is, dankzij geluidstovenaar Kutiman.

GULISTAN, LAND OF ROSES van de Koerdische Zaynê Akyol, die is geboren in Turkije maar intussen in Canada woont, mag zeker niet onvermeld blijven. Dat deze parel nergens in het palmares opduikt is allicht te wijten aan het volledig nieuwe onderwerp – Koerdische PKK-vrouwen bereiden zich in het Koerdische deel van Irak voor op het gevecht met IS – en het verkeerde been waarop de toeschouwer wordt gezet in het begin van de film waarin de (zorgvuldig gecamoufleerde) littekens in het aangezicht van eerdere schermutselingen niet zonder trots worden getoond. We zien deze vrouwelijke guerrillastrijdsters oefenen, horen de verhalen aan over de achtergebleven families en het verkiezen van de zelfdood van vrouwen boven het in handen vallen van IS. We zijn ook getuige van een bloedstollende tocht door een mijnenveld, destijds aangelegd door het leger van Saddam Hoessein. Ondanks deze harde training en het langdurige verblijf in de buitenlucht blijven deze vrouwen vrouw en doen ze sterk denken aan Rote Armee Fraktion-leidster Gudrun Ensslin of Diana Blefari Melazzi van de Italiaanse Rode Brigade, want “vrijheid is een permanente strijd” (dixit politiek activiste Angela Davies).

Belgische competitie

De Grand Prix van de Belgische competitie was voor RIEN N’EST PARDONNÉ van Vincent Coen & Guillaume Vandenberghe, een bijna hallucinant portret van de flamboyante Marokkaanse militante journaliste Zineb El Rhazoui. Na uit Marokko – waar de Arabische Lente ook werd gesmoord – te zijn weggevlucht naar Frankrijk, was ze op 7 januari 2015, toen een dozijn collega’s van haar werden doodgeschoten op de redactie van Charlie Hebdo in Parijs, toevallig niet aanwezig. De welbespraakte journaliste, die nog altijd met de dood wordt bedreigd, staat symbool voor de consequente strijd voor de vrijheid van meningsuiting. Voor de terroristen noch voor de islam heeft zij een goed woord over. Al een paar jaar intussen leeft ze als de best bewaakte vrouw van Frankrijk, wat een grote impact op haar leven heeft. Dat Zineb, ex-moslima, journaliste én felle activiste, zelfs in de gegeven omstandigheden (de vrijheid is ver weg) moeder kan worden is hoopvol. Niettemin.

Een eervolle vermelding was er in deze competitie van elf films ook nog voor het prachtige INSIGHT THE LABYRINTH waarin Caroline D’Hondt de doorgewinterde indiaan Mike uit het reservaat Tohono O’odham laat getuigen over het ‘lege’ leven aan de Amerikaans-Mexicaanse grens (“Er is alleen maar een casino”), de generatiekloof – de jongeren zijn indiaan noch Amerikaan – het feit dat hij wat graag Latijns-Amerikanen helpt die de oversteek naar de VS wagen en over zijn verbondenheid met de natuur.

In een groot hospitaal in Parijs vond Jérome le Maire materie voor BURNING OUT. Als gevolg van 8 of meer operaties per dag, aanhoudend personeelstekort en een directie die hamert op efficiëntie en hogere rendementen raken chirurgen er over hun toeren. Uit een doorlichting van een gespecialiseerde firma – gespeend van enige kennis op de werkvloer – blijkt de tijdsinvulling 85% te bedragen (wat neerkomt op een lunchpauze + 12 minuten plaspauze per werkdag), en dat is niet naar de zin van de bedrijfsleiding. Een lege schoendoos omgetoverd tot ideeënbus geeft de bandwerkers (!) ten slotte toch het gevoel dat er enigszins naar hen wordt geluisterd.

En dan was er nog het langverwachte EL COLOR DEL CAMELEÓN, waar de maker Andrés Lübbert twaalf jaar lang aan heeft gewerkt. Na jaren van stilzwijgen en een moeizame vader-zoonrelatie boorde Lübbert zich in het verleden van zijn Chileense vader Jorge. Een Stasi-rapport – zijn vader was vanuit het Chili van Pinochet eind 1978 kunnen vluchten naar Oost-Duitsland (en kwam na daar te zijn uitgewezen in België terecht) – zette de maker op het spoor van een constatering die iedereen een krop in de keel zal bezorgen. Zijn vader – hij was amper twintig – werd destijds gerekruteerd voor de geheime politie in Chili met het oog op het trainen in het martelen van ‘gevangenen’, tegenstanders van het fascistoïde bewind. Zijn familie werd door het Pinochet-regime als drukmiddel gebruikt om Jorge te ‘motiveren’. Het zoeken naar de juiste woorden, het peilen naar de juiste omstandigheden, en het in het reine willen komen met het wel zeer pijnlijke verleden leveren een pakkende thriller op, met telkens weer nieuw opduikende elementen, die ook nog eens uitgroeit tot een heel menselijk en kwetsbaar portret. Met – gelukkig – een louterend slotakkoord.

Palmares

Objectif d’Or: THE GOOD POSTMAN

Objectif d’Argent: PLASTIC CHINA

Objectif de Bronze: FOREVER PURE

Prix Cinéma Belge: RIEN N’EST PARDONNÉ

Eervolle vermelding: INSIDE THE LABYRINTH

Prix du Publique: DON JUAN

Prix RTBF/La Trois: PRESENTING PRINCESS SHAW

Prix Travailleurs du monde: DEMAIN L’USINE

Prix Vision Jeune: CONGO PARADISO

Beeld: RIEN N’EST PARDONNÉ

Geschreven door ALFONS ENGELEN & FREDDY SARTOR