Mylène Demongeot in Luik, op het Festival du Film Policier

Chaudfontaine. Zondagochtend 27 april jl. in het Château des Thermes. Wielerploegen hebben er hun trainingen opzitten na de Waalse Pijl, enkele dagen eerder. Ze hebben het Château verlaten en zijn vertrokken naar het naburige Luik, een tiental kilometer verderop, voor de start van Luik-Bastenaken-Luik. De mediadrukte is gaan liggen, terwijl we er in een van de mooi ingerichte en sfeervolle salons de Franse actrice Mylène Demongeot (°1936) ontmoeten; zij is daar eind april neergestreken dankzij de 8ste editie van het Festival International du Film Policier de Liège, waar ze als een van de juryleden in zetelt.

De ietwat uit het oog verloren generatiegenote van Brigitte Bardot, na ruim zestig jaar nu nog altijd aan de slag voor de camera, is voor de Fransen een memorabele actrice met als eerste opmerkelijke film op haar palmares het historische drama ‘Les sorcières de Salem’ (1957, foto) waarin ze speelt aan de zijde van Yves Montand en Simone Signoret, jarenlang het koninklijke koppel van de Franse film, en voor haar aandeel in de film werd ze op haar 22ste meteen genomineerd voor een BAFTA als beste nieuwkomer. De film opende de deuren naar een internationale carrière (onder meer in Italië en een handvol Engelstalige films). Ze speelde meteen een van de hoofdrollen in Otto Premingers ‘Bonjour Tristesse’ (1958) met Jean Seberg, David Niven en Deborah Kerr, terwijl ze in Frankrijk bijwijlen bleef scoren, zoals in het tweeluik ‘Les trois mousquetaires: Première époque - Les ferrets de la reine’ (1961), gevolgd door ‘Les trois mousquetaires: Tome II - La vengeance de Milady’ (1962), telkens als Milady de Winter. Later volgde de succesvolle ‘Fantômas’-trilogie en crimireeks, de Franse repliek op James Bond, bestaande uit de films ‘Fantômas’ (1964), ‘Fantômas se déchaîne’ (1965) en ‘Fantômas contre Scotland Yard’ (1967), telkens met Jean Marais in de rol van de man die vermommingen gebruikt als ultieme wapen.

Met deze films wist miss Demongeot mogelijke typecasting een halt toe te roepen, vooral na haar geslaagde rollen van de manipulatieve maîtresse in ‘Bonjour Tristesse’ en de blondine die Alain Delon wist te verleiden in ‘Faibles femmes’ (1959). Het voormalige fotomodel dat in het Frankrijk van de jaren 50, 60 uitgroeide tot een sekssymbool bleek een volwaardige én gerespecteerde actrice die op haar manier, net zoals – eerlijkheidshalve – de onovertroffen Brigitte Bardot, de Franse film een nieuw elan gaf. Demongeot was van alle markten thuis; ze ontpopte zich naderhand tot een veelgevraagde en veelzijdige karakterspeelster, werd bijna een halve eeuw ná ‘Bonjour Tristesse’ nog altijd erkend door de Fransen met twee Césarnominaties (voor resp. ‘36 Quai des Orfèvres’ in 2005 en twee jaar later voor ‘La Californie’). Tot de dag van vandaag blijft ze aan de slag als actrice.

Op 29 september 1935 werd ze geboren en Nice. Nu nog woont de actrice in het zuiden van Frankrijk, hoewel ze ook een appartement in Parijs heeft waar ze verblijft wanneer het werk haar naar de Franse hoofdstad roept. Het milieu, dieren en boeken schrijven heeft ze jaren geleden al aan haar ‘to do’-lijstje toegevoegd. Op het einde van het jaar komt overigens haar nieuwste boek uit. “Dat wordt vooral een bloemlezing over de mensen die ik in mijn leven heb ontmoet en met wie ik heb samengewerkt”, legt ze uit. In die zin sluit het aan bij twee opmerkelijke carrièreboeken die ze eerder schreef, Tiroirs Secrets (2001) en Mémoires de cinéma: Une vie et des films (2011). Ook een veelgeprezen boek over haar moeder, Les Lilas de Kharkov (2009), toonde een ander facet van haar artistieke literaire talent.

“Ik heb één kwaliteit waarvan ik me bewust ben, ik zeg wat ik denk”, vertelt Mylène Demongeot. “Toen ik het boek over mijn moeder had geschreven, had ik het enkele keren herwerkt, tot de uitgever me op een bepaald moment voorstelde om het aan iemand te laten lezen. Twee dagen later kreeg ik als commentaar: ‘Niet slecht, maar je bent te timide, je dringt niet door tot de kern van de zaak, je zegt niet wat je denkt.’ Ik ben toen opnieuw van nul af aan begonnen en dacht: ‘Nu ga ik zeggen wat ik moét zeggen.’ En het is me gelukt, denk ik, want het is goed ontvangen en iedereen zei dat het oprecht was.”

“Wanneer ik een boek schrijf, heb ik vier dingen nodig: pen en papier, mijn hand en mijn hersenen. Van zodra alles is uitgeschreven, herlees ik het en begin dan het manuscript op mijn computer over te typen. In die fase ben ik niet meer die alles moet bedenken, maar wel die alles leest, een groot verschil. Marc Simenon (zoon van de Belgische schrijver Georges Simenon en Demongeots echtgenoot van 1968 tot aan zijn dood in 1999, nvdr.) heeft me bovendien geleerd: niet te veel adjectieven gebruiken, vertel het essentiële, zulke dingen. Maar uiteindelijk komt schrijven dus neer op enkele basisactiviteiten: het gebruik van je hersenen en je hand, zoals dat bij tal van beroepen het geval is.”

De Franse filmwereld heeft in de zestig jaar dat Demongeot actief was als actrice een enorme evolutie doorgemaakt. Hoe blikt ze daarop terug? “Bekijk je de oude films van Julien Duvivier of Henri-Georges Clouzot nu, dan zijn het echte meesterwerken: alles prachtig in beeld gebracht, uitstekende belichting, inspirerende dialogen … Die cinema is dood, nadat hij werd vervangen door de nouvelle vague die een ander soort film bracht met een totaal nieuwe structuur, zoals je die dan terugvond in films van Louis Malle, Truffaut, Chabrol – ofschoon Chabrol niet zo erg veel verschilt van Duvivier als je hun films van nabij bekijkt.”

Is het samenwerken op de set door de jaren heen dan ook veranderd? “Ik heb nood aan samenwerken met de filmregisseur om mijn personage nog meer uit te klaren: je vertrekt van wat er in het scenario staat, en bij de besprekingen die volgen, gebeurt het dat we wijzigingen aanbrengen aan de dialogen, iets weglaten omdat het misschien overbodig is, of iets toevoegen om het personage een extra dimensie te geven. Vroeger liet ik me gewoon regisseren, meer niet, terwijl ik het nu beschouw als een totale samenwerking om het personage zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen.”

“De werkomstandigheden op het einde van de jaren vijftig, begin jaren zestig waren veel luxueuzer dan nu”, vervolgt ze. “Als acteur werd je toen op handen gedragen. Het was het tijdperk van de stérren, je had de Amerikaanse sterren, en in Frankrijk had je onder anderen Brigitte Bardot, Michèle Morgan en Micheline Presle. Er werd veel tijd en zorg besteed aan het uiterlijke van de vrouw. Dat is door de jaren heen geleidelijk aan verminderd. Ik zag onlangs een film met een actrice die ik erg bewonder, maar ik dacht: Mon Dieu, wat hebben ze haar toch slecht in beeld gebracht! Een boeiende actrice die op het scherm niet tot haar recht komt, zelfs al speelt ze helemaal geen glamoureus personage. Dat stoort me wel.”

“In mijn beginjaren als actrice had ik veel succes en ik hoefde niet eens veel moeite te doen. Ik werd in de watten gelegd: iedereen zei me hoe mooi en getalenteerd ik was en ik liet het allemaal over me heen komen, ik liet me leiden. Naarmate de jaren vorderen, verandert alles. Je wordt een jaartje ouder, je ziet er minder mooi uit en je begint je meer vragen te stellen over het leven, over de wereld, over álles. Je perceptie van de wereld verandert.”

“Ik merk dat ook in mijn werk. Als ik nu een scenario krijg toegestuurd, dan ga ik er ook veel dieper en kritischer op in. Ik lees het scenario eerst in zijn geheel om te weten waarover het verhaal gaat: wat wil het vertellen? Dan lees ik het opnieuw en focus me dan uitsluitend op mijn rol en ik ga er vooral op letten of ik er iets interessants mee kan doen, of er een meerwaarde aan kan toevoegen vanuit mijn standpunt als actrice, als vrouw, met mijn levenservaring, zodat het personage échter wordt. Laat de rol me onverschillig, dan weiger ik hem – tenzij ik hem alleen maar zou spelen voor het geld.”

Worden de grote Franse filmiconen van weleer in Frankrijk nog altijd op handen gedragen? Of zijn ze stilaan vergeten, zoals Arletty, Annabella, Jean Marais, Louis Jouvet en hun generatiegenoten, acteurs nog vóór de dagen van Yves Montand en Simone Signoret? Mylène Demongeot: “Ik vind het uiterst verontrustend dat vele jonge acteurs absoluut niéts weten over de voorgeschiedenis van de Franse film. Onlangs zat ik op de trein, we moesten met enkele acteurs een voorstelling bijwonen van ‘La belle et la bête’ (uit 1946, nvdr.) met Jean Marais, en in ons compartiment zaten enkele jongeren, onder wie een actrice van 22. We begonnen te praten en ik vroeg haar wat ze vond van Jean Marais. Haar reactie: ‘C’est qui, lui?’ (lacht). Ik viel van mijn stoel! Nadien vroeg ik haar: ‘En James Dean, zegt die naam u iets? Marlon Brando? Humphrey Bogart??’ Ik gaf haar een pak namen van acteurs, maar ze kende er niemand van. Ik zei haar: ‘Weet je, wil je carrière maken als actrice, ga dan naar de Cinemathèque om te ontdekken en te bestuderen wat er allemaal voorhanden is en je zal zien dat er véél mensen zijn van voor jouw tijd die véél uitzonderlijke dingen hebben gedaan. Dat moet je allemaal absorberen, je moet daarvan léren.’ Zij kende echt niemand! Ik heb het zelf ook eens meegemaakt toen ik aan het filmen was. Bij de opnames in 1985 van ‘36 Quai des Orfères’ had ik even een conflict met de producent omdat mijn naam niet werd gerespecteerd zoals stond vermeld in het contract, en ik zei hem: ‘Maar dát zou je nooit gedaan hebben met Michèle Morgan!’ Hij vroeg toen onverstoorbaar: ‘En wie is dat?’”

“Wat me nog het meest verbaast, is het gebrek aan nieuwsgierigheid bij nogal wat jongeren. Toen wij jong waren en in films begonnen te acteren, brachten we zelf enorm veel tijd door in de bioscoop om zoveel mogelijk films te kunnen zien. Nu willen ze vooral faam, beroemd zijn, al is het maar voor één dag. Dat is het grote verschil met vroeger: het is alsof we nu in een Kleenex-maatschappij leven, weet je. ‘On prend, on jette.’ Het gaat ook allemaal veel sneller dan vroeger. Al staat dat mijn ultieme droom zeker niet in de weg; ik zou nog graag die ene speciale film maken, of die ene speciale rol spelen waarvan ik achteraf kan denken: ‘Nu heb ik de absolute perfectie bereikt!’ Zover ben ik tot op heden nog niet geraakt, maar ik blijf eraan werken.” (lacht).

8e Festival International du Film Policier de Liège
Châteaux des Thermes, Chaudfontaine, 27 april 2014

Geschreven door LEO VERSWIJVER