Offscreen: Beest der herkenning

Na een eerder obscure editie in 2017 keert Offscreen dit jaar terug naar zijn roots en dat kan niemand hen kwalijk nemen. Het festival kent zijn publiek, bedient habitués op hun wenken en krijgt stilaan de allure van een herkenbaar merk. Daarvan getuigt het ‘festival on tour’-segment met vertoningen in Rotterdam, Luik, Antwerpen …

Pronkstuk van het programma is de retrospectieve rond Enzo Castellari en Sergio Martino, twee regisseurs die na Ruggero Deodato en Umberto Lenzi het lijstje vervolledigen van de middelmaat in Italiaanse sleaze-coryfeeën die door Offscreen worden gehuldigd. Hopelijk kunnen we binnen afzienbare tijd afdalen naar de bottom of the barrel met Rino Di Silvestro en Renato Polselli, maar dat geheel terzijde. Castellari en Martino zullen trouwens beiden aanwezig zijn, wat goed uitkomt aangezien ik Castellari al jaren wil vragen of hij nieuws heeft van de mysterieus verdwenen acteur Mark Gregory, die bendeleider ‘Trash’ speelt in het geprogrammeerde The Bronx Warriors.

Sleaze-coryfeeën

Castellari en Martino werden allebei geboren in het jaar 1938, met slechts tien dagen verschil, maar over eventuele hardhorigheid van deze generatiegenoten hoef ik me geen zorgen te maken: de heren worden immers elk bijgestaan door hun kroost. Hoe Italiaans kan je het hebben? Twee jaar geleden op het BIFFF zagen we met Blood on Méliès Moon nog de traditie waarbij Romeinse regisseurs voor elkaar koken. Lamberto Bava maakte er toen een smakelijk uitziende maaltijd voor Luigi Cozzi. Ik verwacht mij dus aan een uitgebreid banket in Cinema Nova en begin al te likkebaarden bij het idee van opstijgende walmen bucatini all'amatriciana della nonna uit de ondergrondse keuken. Het is eens wat anders dan altijd maar hummus.

Met de keuze voor de twee klasbakken speelt het festival enigszins op veilig, met ook hun veruit meest befaamde films, maar dat kan de pret niet drukken. Niet in het minst, aangezien hun oeuvres eerlijk gezegd toch van wisselende kwaliteit zijn. Je mag de lofzangen van Tarantino over Castellari met een korreltje zout nemen (al is Castellari’s Inglorious Bastards veel leuker dan QT’s versie), een echte auteurscineast is hij niet en Martino al evenmin. Wel zijn ze twee vakmannen bij wie opportunisme het moet afleggen tegen een aanstekelijke liefde voor het metier. Ja, soms flirten ze met de grens van het auteursrechtelijk toelaatbare, in de hoop misleide Italiaanse toeschouwers te lokken met officieuze vervolgen op Amerikaanse blockbusters: The Last Jaws, The Bronx Warriors, Escape from the Bronx, 2019: After the Fall of New York. Maar er valt geen greintje cynisme te bespeuren in deze films. Ze zijn gemaakt met enthousiasme, flair en een voorliefde voor bonte uitspattingen. In het beste geval weten ze hun bronmateriaal zelfs te overtreffen. Zo is Castellari’s vigilante-klassieker Street Law gewoonweg veel beter dan Death Wish 1, 4 en 5 (maar – eerlijk is eerlijk – niet even grandioos als Death Wish 3 of de ongecensureerde Griekse VHS-versie van Death Wish 2). Ook al behoren voornoemde films tot de canon en heeft elke zichzelf respecterende cinefiel ze al lang gezien, toch blijft het uitkijken naar welke versie vertoond zal worden: de Amerikaanse of de Italiaanse dub. Dat is soms een netelige kwestie: naar verluidt kreeg Umberto Lenzi vijf jaar geleden een woedeaanval toen de organisatoren het lef hadden een Engelstalige print van zijn magnum opus Cannibal Ferox te projecteren.

Ergens blijf ik wel op mijn honger zitten met deze programmatie en stiekem hoopte ik op vertoningen van Martino’s ondergewaardeerde cuckold-komedies uit de eighties of Castellari’s pacifistische meesterwerk Jonathan of the Bears, waarin Franco Nero een wildeman speelt die als kind door beren werd opgevoed. Dit hartverwarmende natuurepos is de film die Werner Herzog met Grizzly Man had willen maken!

Varkens en vampieren

De liefde tussen mens en dier is een centraal thema, aangezien het festival ook Thierry Zéno’s Vase de Noces toont, naast enkele zelden vertoonde mondo movies van de Naamse cineast. Laat je overigens niet afschrikken door de alternatieve titel van Vase de Noces (‘The Pig-fucking Movie’), het valt allemaal heus wel mee. Het is niet eens de film met de goorste varkensseksscène op Offscreen, die eer komt The Mountain of the Cannibal God toe, Martino’s kannibalenfilm met aan de lagerwal geraakte bondgirl Ursula Andress in de hoofdrol (nee, het is niet zij die met een big copuleert).

Ten slotte is er het onderdeel ‘Vampires Suck’, een gedurfde zet om dit oververzadigde onderwerp een kans te geven. Het is echter een nogal onsamenhangend assortiment met veel mainstream titels. Blade is misschien nog geinig als nostalgie, maar Let the Right One In verbaast als keuze. Ook fronste ik de wenkbrauwen toen ik zag dat de Nicolas Cage-meme uit The Vampire’s Kiss zowaar de brochure heeft gehaald. Foei! Verder is Female Vampire een ongelukkige introductie voor leken in het oeuvre van Jesús Franco. De ervaring leert dat deze om een of andere reden zeer beschikbare film kijkers afschrikt om meer van de man te ontdekken.

Sta mij toe om af te sluiten op een positieve noot: de mogelijkheid om The Addiction van Abel Ferrara te beleven in een groezelige setting als Cinema Nova is voor velen een droom die in vervulling gaat en Les lèvres rouges blijft na tal van herzieningen een waar genot, zeker wanneer we er enkele anti-VAF-tirades van regisseur Harry Kümel bij krijgen. Kümel filmde voor zijn klassieker overigens in Hotel Astoria in de Rue Royale, dat al jaren leegstaat en op een boogscheut verwijderd is van Cinema Nova. Ik stel dan ook voor dat we er een clandestiene Offscreen bunga bunga-afterparty houden met grappa en italodisco, alvorens de antikraakwet in werking treedt.

Filmmagie schenkt duotickets weg voor onderstaande vertoningen. Mail naar win@filmmagie.be met vermelding van die film die je wilt gaan zien.

Beeld: poster The Bronx Warriors

Geschreven door TOBIAS BURMS
 
onomatopee